Uitspraak Nº 22-003351-16. Gerechtshof Den Haag, 2017-12-20

Datum uitspraak:20 december 2017
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL

Rolnummer: 22-003351-16

Parketnummer: 10-964013-12

Datum uitspraak: 20 december 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 juli 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945,

[adres].

1 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 9, 16 maart en 7, 8, 14, 20, 28, 30 november en 6 en 15 december 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

2 Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 en 7 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het 1, 2, 4, 5 en 6 ten laste gelegde veroordeeld tot taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

3 Geldigheid inleidende dagvaarding

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat ter zake van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde de dagvaarding te weinig concreet is. In de tenlastelegging is het woord ‘gebruiken’ niet uitgewerkt en daardoor is niet duidelijk gemaakt om welke geschriften het gaat, waardoor de dagvaarding op dit onderdeel als obscuur libel dient te worden beschouwd, zodat de verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Het hof begrijpt de raadsvrouw aldus dat zij bedoelt dat de inleidende dagvaarding ter zake van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde nietig dient te worden verklaard.

Het hof overweegt hiertoe het navolgende.

Het hof is van oordeel dat gelet op de inhoud van het procesdossier en het geheel van de onder 2 ten laste gelegde feiten, in onderling samenhang bezien, de verdachte in staat moet worden geacht de tekst daarvan te kunnen begrijpen. Meer in het bijzonder heeft de verdachte gedurende zijn verhoren bij de Rijksrecherche, ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep blijk gegeven van zijn begrip van het onder 2 ten laste gelegde. De geschriften waar de tenlastelegging op ziet (een volmachtbewijs op de achterkant van een stempas en een verzoek om bij volmacht te mogen stemmen) zijn naar het oordeel van het hof voldoende concreet omschreven. Daar komt bij dat gelet op de geldende jurisprudentie in een tenlastelegging ter zake van artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) het bestanddeel ‘gebruiken’ niet nader behoeft te worden omschreven.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

4 Bevoegdheid

De raadsvrouw van de verdachte heeft voorts ter zake van het onder 1 (burgemeestersbenoeming), 3 (stempas van [persoon 1]) en ter zake van feit 5 (reclamezuil met billboard met de afbeelding van [persoon 2]) bepleit dat het hof niet bevoegd is kennis te nemen van deze beschuldigingen. Daartoe heeft zij naar voren gebracht - zakelijk weergegeven – dat ter zake van de burgemeesters benoeming sprake is van een verdenking van een ambtsmisdrijf dat de verdachte heeft gepleegd als lid van de Staten-Generaal, nu de verdachte in de periode waarin hij lid was van Eerste Kamer der Staten-Generaal, informatie heeft verstrekt gebruikmakend van een telefoontoestel van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. De verdachte heeft aldus gebruik gemaakt van een middel hem door het ambt van Eerste Kamerlid te beschikking gesteld. Met betrekking tot de stempas en de reclamezuil is het, aldus de raadsvrouw, volstrekt duidelijk dat er sprake is van een verdenking van een ambtsmisdrijf in de hoedanigheid van senator. Deze zaken hebben immers geen enkele connectie met de verdachte als wethouder van de stad Roermond.

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte de ambtelijke corruptiefeiten op de dagvaarding in zijn hoedanigheid van ambtenaar en wethouder van de gemeente Roermond heeft gepleegd, zodat het hof bevoegd is van deze feiten kennis te nemen en daarover een oordeel te geven.

Het hof overweegt hiertoe het navolgende.

De Grondwet (hierna: Gw.) bepaalt in artikel 119 onder andere dat de leden van de Staten Generaal wegens ambtsmisdrijven en ambtsovertredingen in die betrekking gepleegd ook na hun aftreden terechtstaan voor de Hoge Raad der Nederlanden.

Artikel 76, tweede lid van de Wet op de Rechterlijke Organisatie (hierna: Wet RO) bepaalt dat onder ambtsmisdrijven begrepen zijn: strafbare feiten begaan onder een van de verzwarende omstandigheden omschreven in artikel 44 van het Sr. Daarin wordt als verzwarende omstandigheid opgenomen: “gebruik maken van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken.”

Het hof is van oordeel dat de vraag naar de bevoegdheid van de rechter moet worden beantwoord op de grondslag van de tenlastelegging (artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)). Blijkens de tenlastelegging ter zake van bovengenoemde feiten vervolgt het Openbaar Ministerie de verdachte niet voor enig feit ter zake waarvan de Hoge Raad der Nederlanden op grond van artikel 119 Gw, 76 Wet RO juncto artikel 44 Sr bevoegd is kennis te nemen, nu ter zake van het onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde, niet is opgenomen dat de feiten zijn gepleegd door de verdachte als lid van de Eerste Kamer en ook niet de volgende passage:

“terwijl hij door het begaan van het strafbaar feit een bijzondere ambtsplicht heeft geschonden of bij het begaan van een strafbaar feit gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken”

(vgl. Hoge Raad 8 december 1998, NJ 1999, 224).

Gelet op het vorenoverwogene is het hof bevoegd tot kennisneming van de feiten onder 1 (burgemeestersbenoeming), 3 (stempas van [persoon 1]) en ter zake van feit 5 (reclamezuil met billboard met de afbeelding van [persoon 2]).

Het verweer wordt mitsdien verworpen.

5 Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.

(zaaksdossier 01)

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 augustus 2012 tot en met 27 september 2012 te Roermond en/of [gemeente 1], althans in Nederland,

een ambtenaar, te weten [medeverdachte 3] (burgemeester van de gemeente [gemeente 1]),

(een) gift(en) en/of (een) belofte(n) heeft gedaan en/of (een) dienst(en) heeft verleend en/of aangeboden, te weten

  • -

    een overzicht(je) van/over veiligheid en/of (informatie over) vragen en/of een toelichting en/of (gewenste) antwoorden op vragen die gesteld zouden worden tijdens het sollicitatiegesprek voor de vacature van burgemeester van de gemeente Roermond en/of

  • -

    (geheime) informatie over (de uitkomst(en) van) de beraadslagingen van de vertrouwenscommissie,

althans enige gift en/of belofte en/of dienst,

(1o) (telkens) met het oogmerk om die [medeverdachte 3] te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht iets te doen en/of na te laten, te weten

  • -

    het anders dan om zakelijke redenen begunstigen van hem, verdachte en/of

  • -

    het geven van een voorkeursbehandeling aan hem, verdachte en/of

  • -

    het laten ontstaan en/of onderhouden van een zodanige relatie tussen hem, verdachte en die [medeverdachte 3] dat die [medeverdachte 3] tegenover hem, verdachte, niet meer zo neutraal en/of zo vrij en/of zo onbeïnvloedbaar en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot verdachte als in het geval dat die [medeverdachte 3] die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) niet had aangenomen

en/of

(2o) (telkens) ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door die [medeverdachte 3] in zijn huidige en/of vroegere bediening. als burgemeester van de gemeente [gemeente 1], in strijd met zijn plicht is gedaan en/of nagelaten, te weten

  • -

    het anders dan om zakelijke redenen begunstigen van hem, verdachte en/of

  • -

    het geven van een voorkeursbehandeling aan hem, verdachte

  • -

    het verstrekken van informatie over (het eventuele lidmaatschap van de VVD van) één van de kandidaten voor de vacature van burgemeester van de gemeente Roermond, te weten [persoon 3] en/of

  • -

    het voordragen van hem, verdachte, als gedeputeerde (van de provincie Limburg) en/of

  • -

    het (openlijk) steunen van die voordracht;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 augustus 2012 tot en met 27 september 2012 te Roermond en/of [gemeente 1], althans in Nederland, enig geheim, waarvan hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat hij uit hoofde van ambt en/of beroep en/of wettelijk voorschrift, te weten

  • -

    artikel 61c van de Gemeentewet en/of

  • -

    (de bepalingen in) de Circulaire procedureregels bij burgemeestersbenoemingen en/of

  • -

    (de bepalingen in) de Circulaire benoeming, functioneringsgesprekken en herbenoeming burgemeester van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en/of

  • -

    (de bepalingen in) het besluit van de gemeenteraad van Roermond met betrekking tot de taak, samenstelling, werkwijze en geheimhouding van de vertrouwenscommissie (raadsbesluit 2012/035/03),

althans enig wettelijk voorschrift,

verplicht was dat geheim te bewaren, (telkens) opzettelijk heeft geschonden, immers heeft hij, verdachte, als wethouder van de gemeente Roermond en/of adviseur van de vertrouwenscommissie (voor de benoeming van de nieuwe burgemeester voor de gemeente Roermond)

aan [medeverdachte 3]

  • -

    ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT