Uitspraak Nº 23-000174-20. Gerechtshof Amsterdam, 2020-07-23

Datum uitspraak:23 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000174-20

datum uitspraak: 23 juli 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 januari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-273265-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2020.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

primair:

hij op of omstreeks 15 november 2019 in de gemeente Heerhugowaard met een ander of anderen op of aan de openbare weg, de Van Noortwijklaan, althans op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek waarneembare plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, genaamd [slachtoffer], welk geweld bestond uit het tot stoppen dwingen van die - op een fiets rijdende - [slachtoffer] en/of het die [slachtoffer] beletten verder te rijden en/of het (vervolgens) (omver) duwen en/of trekken en/of slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen van die [slachtoffer];

subsidiair:

hij op of omstreeks 15 november 2019 in de gemeente Heerhugowaard [slachtoffer], heeft mishandeld, door die [slachtoffer] (een- of meerma(a)l(en)) te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft aan de hand van zijn pleitnoties vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte consequent heeft gesteld het feit niet te hebben begaan en dat in dat kader er in het dossier een aantal ongerijmdheden zijn die maken dat er

zoveel twijfel is over zijn rol en zijn schuld, dat vrijspraak zou moeten volgen.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.

Uit de verklaringen van de aangever, de medeverdachte en de beide getuigen kan worden afgeleid dat er sprake is geweest van openlijke geweldpleging en dat de verdachte daaraan een significante bijdrage heeft geleverd. Die bijdrage bestaat er...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT