Uitspraak Nº 23-000206-20. Gerechtshof Amsterdam, 2020-07-23

Datum uitspraak:23 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000206-20

datum uitspraak: 23 juli 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-289399-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2001,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 14 november 2018 te Wormerveer, gemeente Zaanstad [slchtoffer] heeft mishandeld door die [slchtoffer] meerdere malen met kracht (al dan niet met een boksbeugel) tegen zijn gezicht te slaan/stompen;

2.
hij op of omstreeks 14 november 2018 te Wormerveer, gemeente Zaanstad een identiteitskaart (op naam van [slchtoffer] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slchtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de kinderrechter.

Vrijspraak van feit 2

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, nu niet is komen vast te staan dat de identiteitskaart is weggenomen zoals bedoeld in artikel 310 Wetboek van Strafrecht, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op 14 november 2018 te Wormerveer, gemeente Zaanstad, [slchtoffer] heeft mishandeld door die [slchtoffer] meerdere malen met kracht tegen zijn gezicht te slaan.

Hetgeen onder 1 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en

omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bewijsmiddelen
Ten aanzien van feit 1:

1. Een proces-verbaal van aangifte met proces-verbaal nummer PL1100-2018220345-1, met bijlagen, van 3 januari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s 3 tot en met 7).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, de door de aangever [slchtoffer] afgelegde verklaring:

[naam 1] zei tegen mij dat hij een nieuwe telefoon had gevonden. Hij zei dat hij de telefoon gewoon hield. [naam 1] vroeg mij of ik een pakje sigaretten wilde kopen, hij gaf mij een pinpas en ik heb een pakje sigaretten gekocht. Later blijkt dat deze telefoon en dus ook de pinpas van de moeder van [verdachte] is. Ik weet dat [verdachte] op de [adres 1] ergens bij nummer [adres 1] woont.

Op 14 november 2018 hoorde ik van mijn neef [naam 2] dat [verdachte] bij hem langs was geweest en had gevraagd waar de jongen met rode schoenen was. Ik ben de jongen met de rode schoenen. [naam 2] heeft [verdachte] verteld dat ik op de [adres 1] (het hof begrijpt: te Wormerveer) bij het speeltuintje was. Ik was hier samen met [naam 3] (het hof begrijpt: [naam 3] )...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT