Uitspraak Nº 23-000302-20. Gerechtshof Amsterdam, 2020-07-23

Datum uitspraak:2020/07/23
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000302-20

datum uitspraak: 23 juli 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-266296-19 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Jamaica) op [geboortedag 1] 1970,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2020.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 23 september 2019 tot en met 27 september 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, als degene die het gezag uitoefende over de jongere [slachtoffer], geboren op [geboortedag 2] 2006, althans als degene die zich met de feitelijke verzorging van de jongere [slachtoffer], geboren op [geboortedag 2] 2006, had belast, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, die als leerling van een school, te weten [school], stond ingeschreven, deze school na inschrijving geregeld bezocht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 23 september 2019 tot en met 27 september 2019 te Amsterdam, als degene die het gezag uitoefende over de jongere [slachtoffer], geboren op [geboortedag 2] 2006, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, die als leerling van een school, te weten [school], stond ingeschreven, deze school na inschrijving geregeld bezocht.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Nadere bewijsoverweging

De moeder van de verdachte, die woonachtig was in Jamaica, is op 22 juli 2019 overleden. Op 15 september 2019 zou zij in Jamaica worden begraven. De verdachte wilde samen met dochter [slachtoffer] naar Jamaica reizen om bij de begrafenis aanwezig te zijn.

Op 30 juli 2019 heeft de verdachte een schriftelijke aanvraag tot verlof wegens gewichtige omstandigheden ingediend bij het [school] voor de periode van 9 september tot en met 28 september 2019. Omdat dit om meer dan tien dagen ging, heeft de school de aanvraag...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT