Uitspraak Nº 23-000533-16. Gerechtshof Amsterdam, 2019-06-28

Datum uitspraak:2019/06/28
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000533-16

datum uitspraak: 28 juni 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-994028-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

14 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem is ten laste gelegd,

kort gezegd, onder 1 (tevens) ten laste gelegde te koop aanbieden, verkocht en geleverd hebben van 2 shellschalen. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Nu het hier evenwel een impliciet gevoegde zaak betreft, staat voor de verdachte ingevolge artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

Tenlastelegging

Voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2014 tot en met 24 november 2014, te IJsselstein, in ieder geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, teneinde handelingen als bedoeld in het eerste, derde en/of vierde lid van artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit te weten:

- professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik voorhanden hebben (lid 1), en/of;

- als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk opslaan, voorhanden hebben of tot ontbranding brengen (lid 3), en/of;

- vuurwerk opslaan, vervaardigen, toepassen, voorhanden hebben of tot ontbranding brengen terwijl dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens het Vuurwerkbesluit (lid 4), voor te bereiden en/of te bevorderen,

- heeft getracht anderen te bewegen om die handelingen te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, en/of om daarbij behulpzaam te zijn, en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- heeft getracht zich en/of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen, immers heeft verdachte op internet, via de website [website]: mortieren, mortierrekken, schietsystemen (schietkasten), elektrische ontstekers (gloeipillen), visco snellont en/of visco lont aan particulieren, in ieder geval aan anderen dan personen met gespecialiseerde kennis, te koop aangeboden

en/of

heeft verdachte daadwerkelijk aan particulieren, in ieder geval anderen dan personen met gespecialiseerde kennis, te weten:

1. een mortierbuis van 3 inch aan [benadeelde 1], en/of;

2. twee mortierbuizen van respectievelijk 3 en 5 inch, een schietsysteem (type: A01) aan [benadeelde 2], en/of;

3. een mortierbuis van 4 inch aan [benadeelde 3], en/of;

4. twee mortierbuizen van respectievelijk 3 en 4 inch aan [benadeelde 4], en/of;

5. een mortierbuis van 3 inch, 50 meter snellont en/of 100 meter viscolont aan [benadeelde 5], verkocht en geleverd;

2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 november 2014 tot en met 24 november 2014 te IJsselstein, in ieder geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, uitrusting in de zin van artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, te weten 168, althans een of meer, draadloze zendapparaten en de bijbehorende ontvangers, in de handel heeft gebracht en/of heeft verhandeld, terwijl niet werd voldaan aan de bij en/of krachtens artikel 10.3 onderdeel a, b, c, en/of e van de Telecommunicatiewet gestelde voorschriften, aangezien:

- verdachte bij die radiozendapparaten aan de gebruiker geen afschrift van de verklaring van conformiteit heeft verstrekt, en/of;

- verdachte er geen zorg voor heeft gedragen dat op die radiozendapparaten zijn naam, de naam van de fabrikant, een type-, partij- en/of serienummer is aangebracht waardoor het mogelijk is hem en/of de fabrikant te identificeren, en/of;

- er geen CE-markering op het radiozendapparaat en/of het randapparaat was aangebracht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij in de periode van 21 november 2014 tot en met 24 november 2014, in Nederland, opzettelijk, teneinde handelingen als bedoeld in het eerste, derde en vierde lid van artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit te weten:

- professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik voorhanden hebben (lid 1), en;

- als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk opslaan, voorhanden hebben of tot...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT