Uitspraak Nº 23-000762-18. Gerechtshof Amsterdam, 2020-07-22

Datum uitspraak:22 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000762-18

datum uitspraak: 22 juli 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 februari 2018 (gevolgd door een herstelvonnis van 5 maart 2018) in de strafzaak onder parketnummer 13-665643-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedatum] 1983,

adres: [adres 1] ,

gedetineerd in PI Midden Holland, gevangenis De Geniepoort te Alphen aan den Rijn.

1 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20, 21 en 22 januari 2020, 7 april 2020, 3, 6, 7 en 8 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte en door het openbaar ministerie is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw en door de gemachtigden van de benadeelde partijen naar voren is gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Amsterdam [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op, althans in de richting van, die [slachtoffer 1] te schieten (waarbij die [slachtoffer 1] dodelijk werd geraakt);


2. primair
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Amsterdam ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen meermalen, althans eenmaal, op, althans in de richting, van het lichaam van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft geschoten, welke poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten poging tot afpersing (in vereniging), strafbaar gesteld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht, en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

2. subsidiair
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op, althans in de richting van het lichaam van, die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft geschoten;

2. meer subsidiair
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Amsterdam aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (telkens) (een) schotwond(en), heeft toegebracht, door met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op, althans in de richting van het lichaam van, die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] te schieten;

2. meest subsidiair
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen in de richting van het lichaam van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft geschoten;

3.
hij op of omstreeks 11 november 2016 te Amsterdam een vuurwapen van categorie II of III en/of munitie van categorie III voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

3 Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep en het herstelvonnis zullen worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen – onder andere ten aanzien van de bewezenverklaring en de strafoplegging – komt dan de rechtbank.

4. Overwegingen met betrekking tot het bewijs, de strafbaarheid van de feiten en die van de

verdachte

Uit haar pleidooi volgt dat de raadsvrouw zich heeft gerefereerd aan de bewezenverklaring van de doodslag (feit 1), de pogingen tot doodslag (feit 2) en het wapenbezit (feit 3). Wel heeft zij met betrekking tot het onder 2 primair ten laste gelegde een bewijsverweer gevoerd en ter zake van de feiten 1 en 2 een beroep gedaan op noodweer(exces).

Het hof zal eerst een weergave geven van de relevante feiten en omstandigheden in deze zaak en vervolgens ingaan op de verweren.

Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 11 november 2016 loopt de verdachte rond 18:15 uur naar de toenmalige shishalounge [naam 1] in de [adres 2] in Amsterdam-West. Hij heeft zich bereid verklaard om tegen een geldelijke vergoeding de man, die in de lounge achter de bar staat, mee te delen dat deze de lounge moet overschrijven in de registers van de Kamer van Koophandel. De verdachte heeft een geladen handvuurwapen bij zich om zijn woorden kracht bij te kunnen zetten. Aangekomen bij de lounge gaat de verdachte naar binnen en bestelt een drankje. Hij wordt van achter de bar bediend door [benadeelde 1] (hierna: [benadeelde 1] ), de uitbater van de lounge. De bar bevindt zich in de ruimte aan de straatkant van het pand. In dat gedeelte van de lounge zijn ook aanwezig [naam 2] en [naam 3] . Achterin het pand bevindt zich een ruimte met een spelletjestafel, waar [benadeelde 1] broer [benadeelde 2] aan zit. In deze ruimte bevinden zich ook anderen, onder wie de 18-jarige [slachtoffer 1] .

Nadat [benadeelde 1] het door de verdachte bestelde drankje uit de koeling heeft gepakt, zegt de verdachte tegen [benadeelde 1] dat deze “de tent” moet overschrijven en dat hij anders terugkomt en hem doodschiet. Hierbij zet de verdachte het vuurwapen tegen de linkerwang van [benadeelde 1] . Vervolgens verlaat de verdachte de lounge en loopt hij rechtsaf over de [adres 2] in de richting van de Kinkerstraat . [benadeelde 1] vraagt aan [naam 2] of hij heeft gezien dat net een vuurwapen op hem is gericht. [naam 2] zegt dat niet te hebben gezien. [benadeelde 1] alarmeert zijn broer [benadeelde 2] en vertelt hem dat hij net met een vuurwapen is bedreigd. [benadeelde 2] ziet dat zijn broer daarbij angstig en geschrokken kijkt. Samen rennen ze naar buiten, achter de verdachte aan, die door [benadeelde 1] aan [benadeelde 2] wordt aangewezen. [benadeelde 1] wil de verdachte aanhouden en uitleveren aan de politie. Hij is bang dat de lounge wordt gesloten als bekend wordt dat daar een wapen is getoond en hij de politie geen verdachte met wapen aanlevert. Tijdens de achtervolging roept [benadeelde 2] naar een omstander dat deze 112 moet bellen.

[benadeelde 1] en [benadeelde 2] achterhalen in de buurt van het pand [adres 2] de verdachte en deze wordt door hen – in een poging om hem te overmeesteren – enige seconden geslagen en/of geschopt, eerst van achteren waardoor hij naar de grond gaat en daarna wanneer hij op de grond ligt. In laatstgenoemde positie haalt de verdachte het vuurwapen tevoorschijn, laadt dat door en schiet een paar keer, nog steeds vanuit liggende positie. De broers rennen hierna weg in de richting van de lounge, naar de kruising van de [adres 2] met de Hasebroekstraat . De verdachte komt overeind, gaat staan en vuurt met gestrekte arm, horizontaal, een aantal keren in de richting van de wegrennende [benadeelde 1] en [benadeelde 2] .

Beide broers hebben een schotverwonding in de rechter bovenarm. Gelet op het bloedspoor dat vanaf voornoemd huisnummer [huisnummer] richting de Hasebroekstraat loopt, is aannemelijk dat ten minste één van de broers op de plek van hun confrontatie met de verdachte gewond is geraakt.

[slachtoffer 1] , die de lounge uit is gelopen, wordt in de buurt van de voordeur van de lounge door een kogel dodelijk in zijn borst getroffen.

De verdachte rent weg in de richting van de Kinkerstraat , zonder aantoonbaar letsel.

4.1.

Bewijsoverweging ten aanzien van alle feiten

In bovenstaande weergave van de relevante feiten en omstandigheden is opgenomen de vaststelling dat de verdachte een geladen handvuurwapen bij zich had toen hij de shishalounge betrad. Het hof is tot die vaststelling gekomen aangezien daar ter terechtzitting geen discussie over is geweest, de verdachte niet heeft verklaard een losse patroonhouder bij zich te hebben gehad en evenmin heeft verklaard tussen zijn vertrek uit de lounge en het afvuren van het wapen een patroonhouder in het wapen te hebben gebracht.

4.2.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 primair

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 primair ten laste gelegde nu – zo begrijpt het hof de raadsvrouw – niet kan worden bewezen dat de latere pogingen tot doodslag op de broers zijn voorafgaan door een poging tot afpersing. Kennelijk heeft de raadsvrouw, door aan te geven dat de verdachte in de lounge op rustige wijze de boodschap doorgaf, zonder armgebaren te maken en zonder het wapen te tonen, willen betogen dat geen afpersingshandelingen zijn verricht.

Hierbij gaat de raadsvrouw er kennelijk ook van uit dat enkel de overgedragen boodschap op zichzelf onvoldoende gewicht in de schaal zou leggen voor het aannemen van het delictsbestanddeel ‘bedreiging met geweld’. Wat daar ook van zij, gelet op bovenstaande weergave van de feiten en omstandigheden acht het hof, met de advocaat-generaal, bewezen dat de verdachte wel degelijk heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT