Uitspraak Nº 23/03594. Hoge Raad, 2025-06-06
| ECLI | ECLI:NL:HR:2025:852 |
| Date | 06 June 2025 |
| Docket Number | 23/03594 |
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03594
Datum 6 juni 2025
ARREST
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de man,
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de vrouw,
advocaat: H.J.W. Alt.
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. het arrest in de zaak 18/01099 van de Hoge Raad van 30 augustus 2019, ECLI:NL:HR:2019:1292;
b. het arrest in de zaak 200.296.336 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juni 2023.
De man heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vrouw heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili in het principale cassatieberoep strekt tot vernietiging.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
De aanvullende conclusie strekt tot verwerping van het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Partijen zijn in april 1996 met elkaar gehuwd.
(ii) Voorafgaand aan het sluiten van het huwelijk zijn partijen huwelijkse voorwaarden aangegaan, die onder meer de volgende bepalingen bevatten:
“Artikel 1
De echtgenoten zijn met uitsluiting van elke gemeenschap van goederen gehuwd.
(...)
Artikel 3
De echtgenoten zijn, voor zover niet anders bepaald, verplicht aan elkaar te vergoeden hetgeen aan het vermogen van de ene echtgenoot is onttrokken ten bate van de andere echtgenoot, ten bedrage van of naar de waarde ten tijde van de onttrekking.
Deze vergoedingen zijn terstond opeisbaar, tenzij de redelijkheid en billijkheid zich hiertegen verzetten.
Artikel 6
1. Inkomen
a. Onder inkomen wordt verstaan het begrip belastbaar inkomen als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 verminderd met de daarover verschuldigde belasting op inkomen en premieheffïng-volksverzekeringen, waarbij het inkomen dat wordt toegerekend aan één echtgenoot wordt geacht te behoren tot het inkomen van degene die het inkomen feitelijk heeft genoten.
b. Indien één der echtgenoten met zijn werk- of opdrachtgever is overeengekomen (waaronder begrepen met een besloten vennootschap waarvan één der echtgenoten directeur/grootaandeelhouder is), dat de door hem te genieten inkomsten op een ongebruikelijke wijze zullen worden verminderd dan wel op een ongebruikelijk tijdstip zullen worden genoten, wordt hiermee voor de berekening van het inkomen geen rekening gehouden. Ook wordt geen rekening gehouden met een beloning uit een door één der echtgenoten gedreven onderneming die niet reëel is.
Artikel 9
De echtgenoten verplichten zich over elk kalenderjaar hetgeen van hun inkomen in de zin van artikel 6, onder aftrek van hetgeen daarvan is besteed voor de gemeenschappelijke huishouding, overblijft onderling te verrekenen in die zin, dat de ene echtgenoot een vordering verkrijgt op de andere echtgenoot ten bedrage van de helft van het aan diens zijde overblijvende als hiervoor bedoeld. Indien de echtgenoten over en weer een vordering op elkaar krijgen worden de vorderingen door een desbetreffende verklaring verrekend tot het bedrag van de kleinste vordering. Indien aan een echtgenoot langs andere weg iets ten goede komt of is gekomen van het overblijvende van het inkomen van de andere echtgenoot, wordt zijn vordering dienovereenkomstig verminderd.
(…)
Artikel 12
Geen verrekening vindt plaats:
(…)
b. over het kalenderjaar dat het inkomen als bedoeld in artikel 9 van een echtgenoot, onder aftrek van de kosten van de huishouding, tengevolge van verlies in een zelfstandig uitgeoefend beroep of bedrijf van die echtgenoot negatief is en over volgende kalenderjaren indien en voorzover het voor verrekening overeenkomstig artikel 9 vatbare inkomen van de betreffende echtgenoot niet het bedrag van het verlies heeft bereikt;
(...)”
(iii) In juni 1996 zijn partijen een zogeheten ‘potovereenkomst’ aangegaan, kort samengevat inhoudend dat zij hun jaarlijkse winsten bij elkaar zouden voegen en deze bij helfte zouden verdelen. In de schriftelijke weergave van die overeenkomst is voorafgaand aan de afspraken onder meer het volgende opgenomen:
“in aanmerking nemende:
dat partijen met elkaar een potovereenkomst wensen aan te gaan teneinde onder handhaving van de zelfstandigheid van ieders onderneming er daardoor toe bij te dragen, dat hun jaarlijkse ongelijkmatige winsten enigszins genivelleerd worden, (…)”
(iv) De man heeft uit hoofde van de potovereenkomst een bedrag van € 27.433,-- aan de vrouw betaald.
(v) Partijen hebben tijdens het huwelijk gewoond in een woning die eigendom was van de moeder van de vrouw en aan de vrouw in erfpacht was gegeven (hierna: de woning).
(vi) Het huwelijk van partijen is in 2012 door echtscheiding ontbonden.
De man vordert, voor zover in cassatie nog van belang, de vrouw te veroordelen tot terugbetaling van het door hem op grond van de potovereenkomst betaalde bedrag van € 27.433,-- (zie hiervoor in 2.1 onder (iv)). Daarnaast vordert de man de vrouw te veroordelen tot vergoeding van volgens de man door hem in de woning gedane investeringen ter grootte van € 383.313,--.
De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch1 heeft het vonnis bekrachtigd. Bij arrest van 30 augustus 2019 heeft de Hoge Raad2 het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad overwoog daartoe:
“4.1.1 Onderdeel 1.3 van het middel is gericht tegen rov. 3.15.3, waarin het hof de vordering van de man tot terugbetaling van het door hem aan de vrouw betaalde bedrag van € 27.433,-- (…) ongegrond oordeelt. (…)
De man heeft (…) aangevoerd dat tussen partijen niet meer in discussie is dat de potovereenkomst bij gebreke van de notariële vorm nietig is, dat aan de potovereenkomst slechts eenmaal uitvoering is gegeven, dat de potovereenkomst sterk afwijkt van de huwelijkse voorwaarden wat betreft het overeengekomen inkomensbegrip, de te verrekenen inkomsten en de te hanteren rekenmethodiek, dat in de potovereenkomst cruciale bepalingen als (onder meer) art. 12, aanhef en onder b, van de huwelijkse voorwaarden ontbreken en dat de potovereenkomst zo haaks staat op de huwelijkse voorwaarden dat het moeilijk is enig verband tussen beide te ontdekken. In het licht van deze stellingen van de man zijn de (…) oordelen van het hof zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Voorts zijn deze oordelen zonder nadere motivering niet te verenigen met de uitleg die het hof (…) heeft gegeven aan art. 12, aanhef en onder b, van de huwelijkse voorwaarden.
Onderdeel 2 heeft betrekking op de vordering van de man tot vergoeding van door hem in de woning gedane investeringen. (…) Het hof heeft daarbij volgens onderdeel 2.5 miskend dat de man heeft betoogd dat het voorwaardelijke vorderingsrecht van de vrouw uit hoofde van art. 5:99 BW in het vermogen van de vrouw valt, waardoor dat vermogen is toegenomen. Tevens heeft het hof miskend dat de man heeft aangevoerd dat het erfpachtrecht zelf ook een waarde heeft, die mede wordt bepaald door de waarde van de opstallen en die kan worden verzilverd bij overdracht ervan, aldus het onderdeel.
Deze klachten zijn gegrond. Het hof heeft de hiervoor weergegeven stellingen van de man niet kenbaar in zijn overwegingen betrokken. Het oordeel van het hof dat de door de man gepleegde investeringen niet ten bate van de vrouw zijn gekomen als bedoeld in art. 3 van de huwelijksvoorwaarden, kan daarom niet in stand blijven.”
In de procedure na verwijzing heeft het hof3 het vonnis van de rechtbank onder aanvulling van gronden bekrachtigd.
Onderdeel 1 van het middel is gericht tegen het oordeel van het hof over de geldigheid van de tussen partijen gesloten potovereenkomst (zie hiervoor in 2.1 onder (iii)). Het hof heeft daarover overwogen:
“3.12 Met de potovereenkomst hebben partijen ervoor gekozen jaarlijks de winsten in hun bedrijven samen te delen en daarnaast ook verliezen tot f 100.000. De vrouw heeft onweersproken gesteld dat het de bedoeling van de potovereenkomst was dat ieder hetzelfde in de portemonnee zou hebben. Daarmee heeft de potovereenkomst dezelfde strekking als het periodiek verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden van partijen en kan deze niet anders worden gezien dan als een uitvoering daarvan op een concreet onderdeel, te weten de winsten en verliezen in de ondernemingen van partijen. Zo’n uitvoeringsovereenkomst is geen huwelijkse voorwaarde waarvoor op straffe van nietigheid de vormeis van een notariële akte geldt. Het hof is van oordeel dat deze overeenkomst geldig is en dat betalingen op grond van die overeenkomst niet zonder rechtsgrond zijn. Van onverschuldigde betaling is dan ook geen sprake. Dat de potovereenkomst slechts eenmaal zou zijn uitgevoerd, zoals de man stelt maar de vrouw betwist, betekent niet dat deze zonder rechtsgrond is. De...
Om verder te lezen
Begin GratisOntgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten