Uitspraak Nº 23/523 CRTV. Centrale Raad van Beroep, 2024-07-16

ECLIECLI:NL:CRVB:2024:1033
Date16 July 2024
Docket Number23/523 CRTV
IssuerCentrale Raad van Beroep (Nederland)

Raadsheer advocaat-generaal

Centrale Raad van Beroep

Conclusie

R.H. de Bock

16 juli 2024

In de zaak

Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)
gemachtigde: S. Praagman

tegen

[betrokkene] (betrokkene)
gemachtigde: L.T.G. van Engelen

1 Inleiding en samenvatting

Deze zaak gaat over een werkgever (betrokkene) die wegens bedrijfsbeëindiging vanwege zijn pensionering aan zijn werknemer een transitievergoeding heeft betaald van € 72.131,20 (bruto). Betrokkene heeft daarna het UWV verzocht om compensatie van de betaalde transitievergoeding op grond van art. 7:673e BW. Het UWV is, op grond van voornoemd artikel, niet gehouden méér te compenseren dan de wettelijke transitievergoeding zoals bedoeld in art. 7:673 BW.

Volgens het UWV bedraagt de wettelijke transitievergoeding € 55.868,64 (bruto) en is het (dus) slechts gehouden dit lagere bedrag te compenseren aan betrokkene. Het verschil tussen beide transitievergoedingen wordt verklaard door een verschil van mening over welk bedrag aan provisie moet worden meegenomen bij de berekening van de wettelijke transitievergoeding. Het UWV en betrokkene hanteren een verschillende uitleg van art. 2 lid 3 van het Besluit loonbegrip aanzegtermijn en transitievergoeding (hierna: het Besluit). Dit artikellid bepaalt dat onder loon tevens moet worden verstaan het bruto loon verschuldigd in de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, voor zover dit bestond uit provisie of afhankelijk was van de uitkomsten van de verrichte arbeid, gedeeld door twaalf.

Tegen de hiervoor geschetste achtergrond, is door de president van de CRvB de vraag voorgelegd hoe art. 2 lid 3 van het Besluit moet worden uitgelegd en toegepast. Meer in het bijzonder is de vraag of de provisie zo moet worden berekend dat gekeken wordt naar de provisie die daadwerkelijk is uitbetaald in de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt (de referteperiode), dan wel de provisie die betrekking heeft op de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.

Het antwoord is m.i. dat het gaat om de provisie die verschuldigd is over de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Daarmee gaat het dus om het recht op provisie dat in die twaalf maanden is ontstaan. Dat de hoogte van die provisie op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst nog niet bepaald is, doet daaraan niet af. Ook maakt het niet uit dat de provisie in de bedoelde referteperiode wellicht nog niet opeisbaar was.

2 Feiten en procesverloop
2.1

Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende.

2.2

Op [datum 1] 1996 is [naam werknemer] (hierna: werknemer) in dienst getreden bij betrokkene. Werknemer ontving een basissalaris. Daarnaast waren werknemer en betrokkene een provisieregeling overeengekomen. Deze provisieregeling hield het volgende in. Werknemer had aanspraak op een provisie indien en voor zover per kalenderjaar aan honoraria een drempelbedrag werd gerealiseerd. De hoogte van de provisie bedroeg vervolgens 50% van de honoraria boven het drempelbedrag. In februari van elk jaar werd de definitieve provisie bepaald aan de hand van de in het voorafgaande kalenderjaar gerealiseerde honoraria, na aftrek van de niet inbare vorderingen. In juni, augustus en november van elk jaar werd een voorschot op de provisie betaald indien en voor zover in het voorafgaande kwartaal de door de werknemer gerealiseerde honoraria meer bedroeg dan het drempelbedrag per kwartaal. Indien na afloop van het jaar bleek dat de bevoorschotting had geleid tot een te hoge uitkering aan provisie op basis van de honoraria op jaarbasis, dan zou verrekening met het basissalaris plaatsvinden in de maanden februari, maart en april van het volgende kalenderjaar.1 Ter zitting heeft werkgever verklaard dat in de praktijk een andere uitvoering is gegeven aan de regeling. Feitelijk werd elk kwartaal uitgerekend wat de bereikte provisie was en werd op basis daarvan de betaling gedaan. Er bestond wel een mogelijkheid tot correctie (als bleek dat op jaarbasis het drempelbedrag niet was behaald), maar een correctie heeft in de praktijk nooit plaatsgevonden (omdat het drempelbedrag steeds werd behaald).2 De arbeidsovereenkomst van werknemer is per [datum 2] 2021 beëindigd, middels een beëindigingsovereenkomst van [datum 3] 2021, vanwege bedrijfsbeëindiging bij pensionering. Betrokkene heeft aan werknemer een transitievergoeding van € 72.131,20 (bruto) betaald.

2.3

Betrokkene heeft op 6 januari 2022 bij het UWV een ‘Aanvraag compensatie voor transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging’ ingediend.

2.4

Bij besluit van 1 maart 2022 heeft het UWV aan betrokkene meegedeeld dat betrokkene recht heeft op een compensatie van de transitievergoeding die aan werknemer is betaald. De hoogte van de compensatie bedraagt € 55.868,64.

2.5

Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 1 maart 2022.

2.6

Bij beslissing op bezwaar van 24 mei 2022 heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard. In het besluit is, samengevat en voor zover hier van belang, het volgende vermeld.

2.7

Het verschil tussen de door de werkgever betaalde transitievergoeding en de door het UWV berekende compensatie is gelegen in een verschil in de wijze waarop het bedrag aan mee te nemen provisie op grond van het Besluit moet worden bepaald. Het UWV merkt in dit verband op dat betrokkene en werkgever een provisieregeling zijn overeengekomen en dat het Besluit vermeldt dat voor provisie moet worden meegenomen: “Het bruto loon verschuldigd in de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, voor zover dit bestond uit provisie of afhankelijk was van de uitkomsten van de verrichte arbeid, gedeeld door twaalf”. Het UWV gaat er vanuit, zo is vermeld in het besluit op bezwaar, dat op het moment dat een betaling wordt verricht, er ook sprake was van een op dat moment verschuldigd bedrag. Het Besluit heeft als criterium de verschuldigdheid in een periode.

2.8

De arbeidsovereenkomst van werknemer eindigde per [datum 2] 2021 en pas na afloop van een kwartaal is vast te stellen wat het bedrag is aan provisie waar werknemer recht op had. Dat betekent, aldus nog steeds het UWV, dat pas na afloop van het derde kwartaal 2021 sprake is van een verschuldigd bedrag aan provisie. De betaalde provisie over dit derde kwartaal kan daarom niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van de transitievergoeding. Deze provisie is namelijk niet verschuldigd in de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Uit de provisieregeling valt niet te concluderen dat betrokkene de provisie over het derde kwartaal van 2021 al verschuldigd was voor [datum 2] 2021. De provisie die over het derde kwartaal van 2020 is betaald, moet volgens het UWV wel worden meegenomen in de berekening van de transitievergoeding, omdat betrokkene die betaald heeft binnen de periode van twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband.

2.9

Betrokkene heeft tegen de beslissing op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland.

2.10

De rechtbank heeft de zaak op 5 december 2022 op zitting behandeld.

2.11

Bij uitspraak van 5 januari 2023 heeft de rechtbank Gelderland het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Aan de beslissing heeft de rechtbank, voor zover van belang, het volgende ten grondslag gelegd.

2.12

De rechtbank overweegt allereerst dat partijen het niet eens zijn over welke bedragen aan provisie (dus de provisie uit welke kwartalen) dienen te worden meegenomen in de berekening van de transitievergoeding (rov. 6). Daarna stelt de rechtbank vast dat uit de tussen werknemer en betrokkene gemaakte afspraken kan worden opgemaakt dat in de maand februari de definitieve hoogte van de provisie wordt bepaald van het jaar daarvoor. In de maanden juni, augustus en november van het lopende jaar wordt door betrokkene aan werknemer een voorschot op de provisie betaald indien en voor zover in het voorafgaande kwartaal de door werknemer gerealiseerde honoraria meer bedragen dan een drempelbedrag. Op de zitting heeft betrokkene toegelicht dat in de praktijk het exacte bedrag aan gerealiseerde provisie werd betaald en niet bijvoorbeeld een standaard bedrag als voorschot. Indien de uitbetalingen uiteindelijk zouden leiden tot een te hoge (of te lage) uitkering aan provisie op basis van de honoraria op jaarbasis dan zal verrekening (of een nabetaling) plaatsvinden over de maanden februari, maart en april van het daarop volgende jaar. Betrokkene heeft op zitting verklaard dat een dergelijke verrekening of nabetaling gedurende het dienst verband nooit heeft plaatsgevonden (rov. 7).

2.13

De rechtbank overweegt vervolgens dat uit art. 2 lid 3 van het Besluit volgt dat bepalend is wanneer betrokkene provisie aan werknemer verschuldigd was en dat de vraag dan is wat onder verschuldigdheid moet worden verstaan (rov. 7.1).

2.14

Naar het oordeel van de rechtbank is voor beantwoording van die vraag allereerst van belang wat de wetgever heeft beoogd bij de invoering van de transitievergoeding. De rechtbank overweegt dat de uit de memorie van toelichting van de Wwz niet alleen blijkt dat de transitievergoeding onder meer bedoeld is om het ontslag van de werknemer te compenseren, maar ook dat de wetgever bij het vaststellen van de termijn waarbinnen een werknemer een procedure kan starten indien hij het niet eens is met de hoogte van de transitievergoeding (drie maanden) er rekening mee heeft gehouden dat de transitievergoeding doorgaans pas met de eindafrekening zal worden betaald in...

Om verder te lezen

Begin Gratis

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex