Uitspraak Nº 25/02209. Hoge Raad, 2026-10-02
| ECLI | ECLI:NL:HR:2026:1595 |
| Date | 02 October 2026 |
| Docket Number | 25/02209 |
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02209
Datum 2 oktober 2026
ARREST
In de zaak van
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: ING,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en A. Stortelder,
tegen
Nick Johan Herman LEFERINK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [schuldenaar] B.V.,
kantoorhoudende te Hengelo,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
niet verschenen.
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/270484 HA ZA 21-364 van de rechtbank Overijssel van 26 januari 2022 en 23 november 2022;
b. de arresten in de zaak 200.326.633 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2024, 15 oktober 2024 en 18 maart 2025.
ING heeft tegen de arresten van 15 oktober 2024 en 18 maart 2025 van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor ING toegelicht door haar advocaten en mede door H.A.A. Essebai en S.E. Berkhof.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van ING hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [schuldenaar] B.V. (hierna: [schuldenaar]) hield zich bezig met het beleggen in en verhuren (exploiteren) van vastgoed. Zij werd gefinancierd door ING. In maart 2012 had ING in totaal ongeveer € 17 miljoen geleend aan [schuldenaar].
(ii) ING had een stil pandrecht op de huurvorderingen van [schuldenaar] op Emtes Uitzendbureau B.V. (hierna: Emtes).
(iii) Op 14 maart 2018 is [schuldenaar] failliet gegaan. Aan de faillietverklaring ging een periode vooraf waarin [schuldenaar] haar financiële verplichtingen tegenover ING niet nakwam. ING heeft daarom in juni 2015 haar pandrecht openbaar gemaakt. Hiermee werd ING inningsbevoegd.
(iv) Emtes wilde de huur over de maanden juli 2017 tot en met februari 2018 ten bedrage van € 28.156,72 niet betalen in verband met gebreken aan het van [schuldenaar] gehuurde bedrijfspand. ING heeft op 1 november 2018 met Emtes een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij de openstaande huurvordering werd verminderd. In deze vaststellingsovereenkomst is een ontbindende voorwaarde opgenomen voor het geval de curator het niet eens zou zijn met de regeling. De curator heeft geen beroep gedaan op deze ontbindende voorwaarde.
In dit geding vordert de curator, voor zover in cassatie van belang, onder meer een verklaring voor recht dat ING misbruik van recht heeft gemaakt, althans onrechtmatig heeft gehandeld, door zonder medewerking of instemming van de curator een schikking te treffen voor de vordering van [schuldenaar] op Emtes, en veroordeling van ING tot betaling aan de curator van € 2.000,-- wegens gemiste boedelbijdrage ter zake van die schikking.
De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen.1
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank met betrekking tot de hiervoor in 2.2 genoemde vorderingen vernietigd en voor recht verklaard dat ING tegenover de curator onrechtmatig heeft gehandeld door voor de vordering van [schuldenaar] op Emtes een schikking te treffen, en ING veroordeeld om € 2.000,-- aan de curator te betalen. Het hof heeft hiertoe bij tussenarrest2 onder meer als volgt overwogen (onderstrepingen hof weggelaten):
“3.11. (…)
Los daarvan is het hof van oordeel dat de Hoge Raad in het Neo-River arrest in duidelijke bewoordingen heeft overwogen en beslist welke bevoegdheden (ter zake de inning) de pandhouder toekomen en welke bij de pandgever blijven (…). Het hof zal dat hierna uitleggen.
Volgens ING leest de curator het Neo-River arrest verkeerd omdat daarin niet aan de orde kwam of de pandhouder in het kader van een door hem geïnitieerd inningsproces bevoegd is tot het treffen van een schikking met de debiteur van de verpande vordering. Het hof kan ING daarin niet volgen. In het Neo-River arrest wordt immers overwogen:
“Art. 3:246 lid 1 BW houdt in dat, indien het pandrecht aan de schuldenaar is medegedeeld, de pandhouder bevoegd is in en buiten rechte nakoming van de vordering te eisen en betalingen in ontvangst te nemen. Na die mededeling is de pandhouder ook bevoegd tot opzegging wanneer de vordering niet opeisbaar is, maar door opzegging opeisbaar kan worden gemaakt (art. 3:246 lid 2 BW). Andere schuldeisersbevoegdheden met betrekking tot de vordering kent de wet de pandhouder niet toe, zodat moet worden aangenomen dat deze bij de pandgever blijven rusten. De pandgever blijft derhalve bevoegd handelingen te verrichten zoals het verlenen van kwijtschelding, het treffen van een afbetalingsregeling en het omzetten van de vordering tot...
Om verder te lezen
Begin GratisOntgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten