Uitspraak Nº 7123813 CV EXPL 18-3479. Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2019-01-30

Datum uitspraak:30 januari 2019
Uitgevende instantie::Rechtbank Zeeland-West-Brabant
 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Breda

zaak/rolnr.: 7123813 CV EXPL 18-3479

vonnis d.d. 30 januari 2019

inzake

[eiseres] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

eiseres,

nader te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. S. van der Vegt, advocaat te Deventer,

tegen

[gedaagde] ,

gevestigd te [adres] ,

gedaagde,

nader te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. M. de Wijs, advocaat te Leiden.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het tussenvonnis in deze zaak van 19 september 2018 met de daarin genoemde processtukken;

b. de op 4 december 2018 ter griffie ingekomen aanvullende producties aan de zijde van [eiseres] ;

c. de aantekeningen van de griffier van op 11 december 2018 gehouden comparitie van partijen.

2 Het geschil
2.1

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat de onderneming van [eiseres] niet onder de verplichtstelling valt en dat [eiseres] daarom niet kan worden verplicht zich aan te sluiten bij het [gedaagde] , respectievelijk dat het [gedaagde] niet verplicht gesteld is voor personen werkzaam bij [eiseres] , met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, inclusief nakosten en wettelijke rente.

2.2

[gedaagde] concludeert [eiseres] in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de vordering af te wijzen, althans een eventuele toewijzing van de vordering niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, inclusief nakosten en wettelijke rente.

3. De beoordeling

3.1

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken het volgende vast:

- [gedaagde] is een bedrijfstakpensioenfonds voor ondernemingen die zich in hoofdzaak bezighouden met de groothandel in bouwmaterialen. Deelneming in [gedaagde] is laatstelijk verplicht gesteld bij Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 februari 2015 (Staatscourant 2015, nr. 4798, 17 februari 2015). In artikel 1 van het verplichtstellingsbesluit wordt onder is onder meer het volgende opgenomen:

“(…) 1. onder groothandel wordt verstaan de bedrijfsuitoefening waarbij de onderneming voor eigen rekening en risico goederen betrekt, naar behoefte in voorraad houdt en verkoopt aan bedrijfsmatige verbruikers c.q. verwerkers, dan wel groot- of kleinhandelaren

“(…)2. onder in hoofdzaak wordt verstaan:

  1. een onderneming of afdeling daarvan wordt geacht zich in hoofdzaak bezig te houden met groothandel in bouwmaterialen en aanverwante artikelen indien het daarbij betrokken percentage werkuren hoger is dan 50;

  2. in het geval het niet mogelijk is te bepalen dat het onder a. bedoelde percentage hoger is dan 50 zal de omzet in bouwmaterialen en aanverwante artikelen bepalend zijn; indien deze omzet 2/3 of meer bedraagt van de totale omzet van de onderneming of afdeling daarvan wordt de onderneming of afdeling daarvan geacht zich in hoofdzaak bezig te houden met de handel in bouwmaterialen en aanverwante artikelen voorzover niet de verplichtstelling van een ander reeds bestaand bedrijfstakpensioenfonds van toepassing is (…)”

- In de toelichting op de verplichtstelling is onder meer het volgende opgenomen:

“(…) Voor de uitleg van de term Onderneming wordt aangesloten bij de definitie van artikel 2 van het Handelsregisterbesluit 2008. Op basis hiervan is er sprake van een Onderneming indien er sprake is van: ‘een voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid die uit één of meer personen bestaat waarin door voldoende inbreng van arbeid of middelen, ten behoeve van derden diensten of goederen worden geleverd of werken tot stand worden gebracht met het oogmerk daarmee materieel voordeel te behalen.’

“(…) Een onderneming kwalificeert ook als een ‘groothandel’ indien er geen voorraad wordt gehouden. De behoefte aan het houden van een voorraad is dan nihil.

“(…) Een onderneming betrekt niet voor eigen rekening en risico goederen, wanneer het optreedt als handelsagent zoals bedoeld in artikel 7:428 BW”.

- [eiseres] is een op 25 september 1980 opgerichte besloten vennootschap. In het handelsregister wordt [eiseres] omschreven als een ‘groothandel gespecialiseerd in overige bouwmaterialen, Groothandel, im- en export isolatiematerialen, dak-gevelbekleding, sandwichpanelen etc.’ Enig aandeelhouder van [eiseres] is de besloten vennootschap [eiseres] [naam 1] . Verder heeft [eiseres] een zusteronderneming te [plaats] (nader te noemen: [eiseres] [naam 2] ). De bestuurders van zowel [eiseres] als [eiseres] [naam 2] zijn [naam 3] en [naam 4] .

- [eiseres] verkoopt isolerende steel-sandwich panelen voor daken en gevels op maat, die door [eiseres] [naam 2] worden geproduceerd en die direct aan de klant worden geleverd.

- [eiseres] hanteert algemene voorwaarden waarin zij (in artikel 11) haar aansprakelijkheid jegens haar klanten beperkt en een eigendomsvoorbehoud vestigt.

- Klachten met betrekking tot de geleverde panelen worden door [eiseres] behandeld.

3.2

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij niet onder de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit van [gedaagde] valt omdat zij niet kwalificeert als groothandel in de zin van het verplichtstellingsbesluit omdat zij niet als onderneming moet worden aangemerkt die voor eigen rekening en risico goederen betrekt, de groothandelsactiviteit niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT