Uitspraak Nº 8057444 / CV EXPL 19-41283. Rechtbank Rotterdam, 2020-07-31

Datum uitspraak:31 juli 2020
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8057444 / CV EXPL 19-41283

uitspraak: 31 juli 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser,

gemachtigde: mr. M.A.M. Lem te Breda,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Akzo Nobel Nederland B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

gemachtigde: mr. S.K. Schreurs te Amsterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser] ” respectievelijk “Akzo Nobel”.

1. Het (verdere) verloop van de procedure
1.1

Voor het verloop van de procedure wordt verwezen naar het vonnis in het incident dat de kantonrechter op 6 maart 2020 heeft gewezen. In dat vonnis is de door Akzo Nobel opgeworpen incidentele vordering tot onbevoegdverklaring afgewezen en is een comparitie van partijen gelast.

1.2

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit het volgende:

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 223 Rv, tevens houdende conclusie van antwoord ten aanzien van de nadere vermeerdering van eis, althans akte uitlaten nadere ontwikkeling, met producties, van Akzo Nobel;

  • -

    de conclusie van repliek in de hoofdzaak en in het incidenteel verzoek om een provisionele voorziening ex artikel 223 Rv van [eiser] ;

  • -

    de op 27 mei 2020 gehouden comparitie van partijen;

  • -

    de pleitnotities van [eiser] ;

  • -

    de conclusie van dupliek/pleitnotities van Akzo Nobel;

  • -

    de akte vermindering eis van [eiser] .

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

Akzo Nobel is een dochtermaatschappij van Akzo Nobel N.V. en is verantwoordelijk voor de in Nederland gevestigde ondernemingen van de Akzo Nobel-groep. Akzo Nobel N.V. is een wereldwijde producent van verf en coatings.

2.2

[eiser] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 februari 2017 in dienst getreden bij Akzo Nobel in de functie van [naam functie 1] . Met ingang van 1 januari 2019 is zijn functie die van [naam functie 2] .

2.3

Zijn salaris bedraagt thans € 14.450,00 bruto per maand inclusief vakantietoeslag en exclusief emolumenten, waaronder Short Term Incentives (hierna: “STI’s”) en Long Term Incentives (hierna: “LTI’s”).

2.4

Tijdens een gesprek op 19 juli 2019 heeft dhr. [naam leidinggevende] (de leidinggevende van [eiser] ) aan [eiser] medegedeeld de arbeidsovereenkomst tussen partijen te willen beëindigen. Later die dag heeft Akzo Nobel een concept vaststellingsovereenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst per e-mail gezonden aan [eiser] .

2.5

Sinds 19 juli 2019 heeft [eiser] geen werkzaamheden meer verricht voor Akzo Nobel.

2.6

Bij dagvaarding van 21 augustus 2019 heeft [eiser] de onderhavige procedure aanhangig gemaakt.

2.7

Bij e-mail van 20 september 2019 heeft de gemachtigde van Akzo Nobel aan de gemachtigde van [eiser] het volgende medegedeeld:

“Ik refereer aan onze telefoongesprekken van gisteren. Daaruit begreep ik dat uw cliënt in principe instemt met een regeling langs de volgende lijnen:

  • -

    Einddatum 1 januari 2020.

  • -

    Vergoeding EUR 75.000 bruto (60.000 bruto vergoeding vermeerderd met het gekapitaliseerde maandsalaris over januari 2020, afgerond naar boven).

  • -

    STI berekend tot 1 oktober 2019 en op basis van gemiddelde voorgaande jaren. Dit resulteert in een bedrag van EUR 22.347 bruto en wordt betaald binnen een maand na de einddatum.

  • -

    Opname vakantiedagen vóór de einddatum.

  • -

    Vergoeding kosten rechtsbijstand EUR 3.000 + BTW.

  • -

    Een en ander te verwerken in en voor het overige overeenkomstig de eerder op 19 juli 2019 voorgelegde VSO.

Van belang voor uw cliënt is daarbij dan wel, begreep ik, dat de LTI’s resulteren in een bedrag/waarde van door uw cliënt berekend minimaal EUR 36.444 bruto (in die zin dat eventuele wettelijke verplichte belastingen voor rekening van de ontvanger zijn) en dat daarover zekerheid geldt. Ik heb aangegeven t.a.v. LTI’s niet in bedragen te kunnen praten, het resultaat is uiteindelijk afhankelijk van de waarde. Ik heb dit punt wel onder de aandacht van cliënte gebracht. Op dit moment kan ik de binnen HR betrokken persoon echter niet bereiken. Van cliënte begreep ik echter dat er bereidheid is het door uw cliënt genoemde bedrag als ondergrens te hanteren en dit toe te voegen aan het thans geformuleerde artikel 3.5 t.a.v. LTI’s.

Ik stuur u daarom alvast de VSO toe, waarin de einddatum (artikel 1), severance (artikel 2.1) en het artikel t.a.v. STI (artikel 3.4) zijn aangepast. Artikel 3.5 liet ik t.a.v. de datum ongewijzigd t.o.v. de eerdere versie, maar daaraan is toegevoegd dat uw cliënt een minimaal bedrag van EUR 36.444 bruto ontvangt.

Kunt u mij laten weten of de VSO zo akkoord is en gereed kan worden gemaakt voor ondertekening?

Wat betreft de procedure: die zal dan moeten worden ingetrokken c.q. niet aanhangig worden gemaakt. Ik heb dat in artikel 12 opgenomen.”

2.8

Bij antwoordmail van 20 september 2019 heeft de gemachtigde van [eiser] aan de gemachtigde van Akzo Nobel het volgende medegedeeld:

“Hierbij deel ik u in bovengenoemde zaak mede dat cliënt akkoord is met het aanbod op hoofdlijnen van uw cliënte als hieronder geformuleerd. Client is aldus akkoord met:

  • -

    einde dienstverband per 1 januari 2020;

  • -

    betaling van een beëindigingsvergoeding van EUR 75.000,- bruto binnen 1 maand na datum einde dienstverband;

  • -

    vrijstelling van de overeengekomen werkzaamheden vanaf 1 oktober 2019, onder doorbetaling van loon en emolumenten;

  • -

    per datum einde dienstverband worden de opgebouwde en niet opgenomen vakantie-dagen geacht te zijn opgenomen;

  • -

    per datum einde dienstverband wordt een eindafrekening opgemaakt en het saldo daarvan aan cliënt uitgekeerd;

  • -

    STI berekend tot 1 oktober 2019 en op basis van gemiddelde voorgaande jaren, hetgeen resulteert in een bedrag van EUR 22.347 bruto en wordt betaald binnen een maand na de einddatum;

  • -

    vergoeding kosten van rechtsbijstand EUR 3.000,- ex BTW ;

  • -

    uitbetaling LTI’s voor een bedrag van tenminste EUR 36.444,- bruto .

Client behoudt zich daarnaast het recht voor om in rechte aanspraak te maken op (aanvullende) schadevergoeding als gevolg van het onterechte verlies van zijn dienstbetrekking. De reeds door cliënt gestarte procedure zal dan ook niet worden ingetrokken.

Met het vorenstaande akkoord is tussen partijen aldus overeenstemming bereikt ter zake de voorwaarden (de essentialia) waaronder het dienstverband tussen partijen per 1 januari 2020 eindigt. Vanaf het moment dat dit email bericht u bereikt begint dan ook de bedenktermijn van twee weken ex artikel 7:670b lid 2 BW te lopen.”

2.9

Daarop reageert de gemachtigde van Akzo Nobel diezelfde dag als volgt:

“Uiteraard zijn wij er onder de door u nu gestelde aanvullende voorwaarde dat uw cliënt “het recht voorbehoudt aanspraak te maken op (aanvullende) schadevergoeding als gevolg van het onterechte verlies van zijn...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT