Uitspraak Nº 8377530 UC FORM 20-1773 LH/1040. Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8377530 UC FORM 20-1773 LH/1040

Vonnis van 29 juli 2020

in de procedure in de zin van artikel 96 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

tussen:

1 [verzoeker sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verzoeker sub 1] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. M.W. van de Loo,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Albron Nederland B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Albron,

verzoekster,

gemachtigde: mr. M.W. Bakker,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster sub 3] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [verzoekster sub 3] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. H.J.M. Strik.

1 Het verloop van de procedure
1.1.

Op 10 maart 2020 heeft de griffie van deze rechtbank een verzoekschrift in de zin van artikel 96 Rv ontvangen van [verzoeker sub 1] . Dit verzoekschrift is kennelijk mede namens Albron en [verzoekster sub 3] ingediend en betreft een geschil in het kader van de overgang van een onderdeel van de onderneming van Albron naar [verzoekster sub 3] .

1.2.

Op 16 april 2020 hebben Albron en [verzoekster sub 3] hun visie op het geschil uiteen gezet. Bij brief, ter griffie ontvangen op 24 april 2020, heeft [verzoeker sub 1] zich uitgelaten.

1.3.

Bij brieven van 17 april 2020 heeft de kantonrechter partijen geïnformeerd over de voortgang van de procedure.

1.4.

Bij brieven van 15 mei 2020 hebben Albron en [verzoekster sub 3] op elkaars standpunten gereageerd en de eigen stellingen nader toegelicht. Bij brief van 15 mei 2020 heeft [verzoeker sub 1] zich nog eens uitgelaten.

1.5.

Op het eenparige verzoek van partijen heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald. Voorafgaand aan de zitting heeft Albron nog een nadere productie toegezonden.

1.6.

De zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2020. [verzoeker sub 1] is verschenen, vergezeld door mr. Van de Loo. Namens Albron zijn verschenen mevrouw [A] (HR manager) en de heer [B] (operationeel manager), vergezeld door mr. Bakker. Namens [verzoekster sub 3] is mevrouw [C] (HR adviseur) verschenen, vergezeld door mr. Strik. Partijen hebben de standpunten nader toegelicht. Zij hebben geantwoord op vragen van de kantonrechter en zij hebben op elkaar kunnen reageren. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.

1.7.

Daarna is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.

[verzoeker sub 1] , geboren op [1975] , is op 1 april 2009 bij Albron in dienst getreden. Albron heeft hem tewerk gesteld in het bedrijfsrestaurant van [bank] N.V. (hierna: [bank] of de bank) te [vestigingsplaats] , een van haar opdrachtgevers. Laatstelijk was [verzoeker sub 1] er werkzaam in de functie van cateringmanager C, tegen een bruto loon van € 3.261,11 per maand (exclusief vakantiebijslag) bij een volledige werkweek.

2.2.

Op de arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker sub 1] en Albron is de cao voor de contractcateringbranche (hierna: de cao) van toepassing verklaard. Artikel 10 van deze cao bepaalt - kort gezegd - dat de arbeidsovereenkomst van een ‘betrokken werknemer’, die als gevolg van een contractwisseling (waarbij de opdrachtgever van zijn werkgever een cateringovereenkomst aangaat met een andere contractcateraar) zijn arbeidsplaats bij de oude werkgever verliest en ten tijde van het verlies van de opdracht aan het betreffende contract was toegewezen, door de opvolgende contractcateraar - als de nieuwe werkgever - dient te worden voortgezet zonder dat de arbeidsvoorwaarden wijzigen, zulks als ware sprake van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. Burgerlijk Wetboek (BW).

2.3.

In de loop van 2019 heeft [bank] voor de exploitatie van haar bedrijfsrestaurant een tender gestart. In april 2019 heeft Albron, in het kader van deze tender, een zogenoemde Veneca-lijst opgesteld, waarin de functies en salarisgegevens van de werknemers die waren toegewezen aan haar [bank] -contract (geanonimiseerd) zijn opgenomen. De functie en het personeelsnummer van [verzoeker sub 1] staan op die lijst vermeld.

2.4.

[bank] heeft de opdracht tot exploitatie van haar bedrijfsrestaurant aan [verzoekster sub 3] gegund. Bij brief van 30 juli 2019 heeft [bank] de cateringovereenkomst aan Albron opgezegd tegen 1 november 2019. Begin augustus 2019 is aan Albron meegedeeld dat het [verzoekster sub 3] was die de tender had gewonnen. In september 2019 heeft Albron een - niet langer geanonimiseerde - Veneca-lijst aan [verzoekster sub 3] verstrekt. Ook daarop staat [verzoeker sub 1] vermeld. [bank] en [verzoekster sub 3] hebben een cateringovereenkomst gesloten, ingaande 1 november 2019.

2.5.

[verzoeker sub 1] heeft in zijn functie van cateringmanager bij het bedrijfsrestaurant van [bank] jarenlang samengewerkt met de heer [D] . [D] vervult in dienst van [bank] de functie van contractmanager.

2.6.

Bij e-mail van 21 augustus 2019 heeft [bank] aan Albron een verslag gestuurd van een aantal voorvallen waarbij de communicatie tussen [D] en [verzoeker sub 1] te wensen overliet. Bij e-mail van 23 augustus 2019 heeft [bank] aan Albron de wijze waarop [verzoeker sub 1] zich in augustus 2019 tegenover [D] heeft uitgelaten ‘onprofessioneel’ en ‘onacceptabel’ genoemd en aan Albron verzocht om [verzoeker sub 1] ‘van de opdracht te halen’. [bank] liet Albron weten het account op de laptop van [verzoeker sub 1] en zijn toegangspas inmiddels ‘tijdelijk geblokkeerd’ te hebben.

2.7.

Albron heeft de klacht van [bank] over de uitlatingen die [verzoeker sub 1] tegenover [D] zou hebben gedaan aan [verzoeker sub 1] voorgelegd. Albron heeft hem naar huis gestuurd en verzocht even geen contact met medewerkers van [bank] en Albron te zoeken. Op verzoek van Albron heeft [verzoeker sub 1] schriftelijk gereageerd op de hem verweten uitlatingen jegens [D] . Hij heeft een deel van die uitlatingen ontkend en een ander deel geplaatst in de context van het in de loop der tijd, qua vriendschappelijk- en vertrouwelijkheid, veranderde contact tussen beiden. [D] en [verzoeker sub 1] hebben lang een goede verstandhouding met elkaar gehad waarin zij geen blad voor de mond namen en elkaar vrijuit feedback gaven, maar die relatie lijkt recentelijk onder druk te zijn komen staan.

2.8.

Albron heeft de reactie van [verzoeker sub 1] op de klacht over zijn communicatie met [D] op 30 augustus 2019 aan [bank] gestuurd. Op 6 september 2019 heeft [bank] aan Albron meegedeeld zich door de reactie van [verzoeker sub 1] gesterkt te voelen in haar mening ‘dat er niet langer sprake is van een constructieve basis voor verdere samenwerking’. Op grond van de tussen [bank] en Albron toepasselijke algemene voorwaarden claimde [bank] het recht om ander personeel te eisen ‘indien in haar ogen daartoe aanleiding is’. [bank] verzocht Albron om met ingang van 20 augustus 2019 een andere cateringmanager bij de bank in te zetten. [bank] schreef: ‘Als aanvulling hierop ontvangen wij graag de bevestiging van Albron dat de heer [verzoeker sub 1] niet langer op de locatie van [bank] ingezet zal worden. Wij vertrouwen erop dat Albron Nederland B.V. (-) [bank] Bank N.V. per omgaande in kennis zal stellen van de naam van de nieuwe door Albron Nederland B.V. in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT