Uitspraak Nº 8512241/AZ/20-81. Rechtbank Limburg, 2020-07-30

Datum uitspraak:30 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 8512241 \ AZ VERZ 20-81

Beschikking van de kantonrechter van 30 juli 2020

in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon DE STAAT DER NEDERLANDEN,

gevestigd te 's-Gravenhage,

werkgever

procederende in persoon,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

[verweerder] ,

wonend [adres] ,

[woonplaats] ,

werknemer

gemachtigde mr. M.R. Meulenberg-ten Hoor,
verwerende partij in het verzoek.

Partijen zullen hierna de Staat en [verweerder] worden genoemd.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 14 mei 2020 ter griffie ontvangen verzoekschrift

- het verweerschrift

- de nader ingezonden producties aan de zijde van [verweerder] d.d. 11 en 24 juni 2020

- het herziene verweerschrift d.d. 24 juni 2020

- de mondelinge behandeling d.d. 30 juni 2020

1.2.

Daarna is beschikking bepaald.

2 De feiten
2.1.

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 februari 2007 bij de Staat aangesteld. Deze aanstelling is van rechtswege op grond van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) op 1 januari 2020 een arbeidsovereenkomst geworden.

2.2.

[verweerder] vervulde ten tijde van het onderhavige ontbindingsverzoek de functie van [functienaam 1] tegen een loon van € 2.605,10 bruto per maand, exclusief IKB-budget van 16,37% van het loon.

2.3.

[verweerder] is werkzaam binnen de Penitentiaire Inrichting Zuidoost te Roermond (hierna: de PI).

2.4.

Op 30 oktober 2019 heeft [verweerder] zich uit eigenbeweging gemeld bij [naam 1] (zijnde Afdelingshoofd binnen de PI) met de mededeling dat hij een verklaring wilde afleggen over een aantal zaken die betrekking hadden op zijn voormalig leidinggevende, [naam 2] (hierna: [naam 2] ) en het opmaken van valse reisdeclaraties. Tevens is op 31 oktober 2019 door onder andere [naam 3] , [functienaam 2] binnen de PI (hierna: [naam 3] ) een gesprek gevoerd. Blijkens het verslag dat van dit gesprek is opgemaakt, heeft [verweerder] , voor zover thans van belang, het volgende verklaard:

“(..) [verweerder] geeft aan dat het in het begin onschuldig was en dat het vanuit iets kleins alleen maar erger werd. [verweerder] geeft aan dat het begon met een klein bedrag. [naam 2] heeft [verweerder] gevraagd om € 20 te lenen omdat hij zijn beurs vergeten zou zijn. Hierna volgde het onjuist declareren van reisdeclaraties. [verweerder] geeft aan meerdere malen aan [naam 2] gevraagd te hebben waarvoor hij dat geld nodig had. [verweerder] geeft aan dat [naam 2] zorgde voor een schuldgevoel, doordat [naam 2] aangaf dat zijn vrouw of kinderen iets zou overkomen indien [verweerder] hem geen geld zou geven. Wat zijn vrouw of kinderen precies zouden overkomen indien [verweerder] geen geld zou geven wilde de keer [naam 2] niet zeggen, dit was privé gaf [naam 2] aan. [verweerder] geeft aan dat [naam 2] hem hiermee onder druk heeft gezet. [verweerder] kon er niet mee leven indien de vrouw of de kinderen van [naam 2] daadwerkelijk iets zou overkomen. Dit emotioneert [verweerder] zwaar tot op de dag van vandaag. (..)

[verweerder] vertelt dat [naam 2] hem vaker in paniek opbelde voor geld. (..)

[verweerder] geeft aan dat hij de declaraties met toestemming van [naam 2] invoerde. Later voerde [naam 2] de declaraties in P-direkt ook onder de naam van [verweerder] . (..) [verweerder] antwoordt hierop dat [naam 2] hem gebeld heeft tijdens zijn vakantie. [verweerder] heeft de inloggegevens van zijn P-direktaccount aan [naam 2] verstrekt. Na de vakantie bleef [naam 2] gebruik maken van de inloggegevens en hiermee reiskosten en verblijfkosten declareren.

[naam 3] geeft aan dat ze zich afvraagt hoe [naam 2] aan het geld kwam dat [verweerder] had ontvangen door middel van de declaraties. [verweerder] gaf aan dat [naam 2] het geld kwam halen of dat ze elders afspraken bijvoorbeeld bij de McDonalds. [naam 2] kreeg het geld cash overhandigd van [verweerder] .

(..)”

2.5.

Met ingang van 31 oktober 2019 is [verweerder] op grond van artikel 77 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) de toegang tot de PI ontzegd. Tevens is aangezegd dat een disciplinair onderzoek wordt gestart.

2.6.

Voormeld disciplinair onderzoek is door Bureau Integriteit (hierna: BI) uitgevoerd en de bevindingen zijn neergelegd in een onderzoeksrapport gedateerd op 27 februari 2020. BI heeft haar onderzoek gebaseerd op diverse bronnen, te weten:

  • -

    stukken die zijn overhandigd door [naam 3] waaronder ook bankafschriften ter beschikking gesteld door [verweerder] ;

  • -

    overzicht van gegevens uit Iolan betreffende de aanwezigheidsregistratie in de PI van [verweerder] en [naam 2] over de periode 2016-2019

  • -

    dienstroosters van [verweerder] over de periode 2016-2019

  • -

    uitdraai P-direct, met betrekking tot de ingediende reisdeclaraties van [verweerder] van 2010 tot juli 2019

  • -

    salarisstroken van [verweerder] over de periode april 2017 tot en met juli 2018

  • -

    nog beschikbaar zijnd berichtenverkeer tussen [verweerder] en [naam 2]

  • -

    gespreksverslagen met [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , getuige [naam 2] en [verweerder] .


BI concludeert samenvattend:

“Er zijn in de periode van maart 2017 tot en met juli 2018 door [verweerder] oneigenlijke reisdeclaraties ingediend. Hij verklaarde dit onder druk te hebben gedaan van [naam 2] . [naam 2] verklaarde dat hij het initiatief heeft genomen, hij heeft [verweerder] hierin meegenomen om de fraude te plegen. De verklaringen zijn tegenstrijdig op de punten dat er afspraken zouden zijn om de “winst” samen te delen. [naam 2] verklaarde dat, maar dat wordt ontkend door [verweerder] . Feitelijk is dat er is gedeclareerd terwijl de dienstreizen niet zijn gemaakt door [verweerder] . De data van de dienstreizen laten zien dat [verweerder] veelal aan het werk was in de PI.
Beide personen, [verweerder] en [naam 2] verklaren dat zij oneigenlijk hebben gedeclareerd. Niet is vastgesteld dat [naam 2] zelf declaraties namens [verweerder] heeft uitgevoerd. Uit de feiten (aanwezigheid Iolan) blijkt dat dit niet het geval is geweest in de periode die door [verweerder] wordt genoemd..”

2.7.

Uit de verklaring die door [naam 2] ten overstaan van BI is afgelegd, blijkt voor zover thans van belang, het volgende:

“(..) Ik heb het moeilijk gehad In de PI als leidinggevende. Ik ging twijfelen aan mijzelf. Ik raakte depressief en wist niet wat te doen. Dit werd ook opgemerkt door mijn collega's. (..) Ik zat in een dip en heb mijn uitvlucht gezocht in cocaïne. Ja, ik ben cocaïne gaan gebruiken.

(..)

Uit onderzoek is gebleken dat u ook reisdeclaraties hebt ingediend in P-direkt voor medewerkers in uw team. Klopt dat en waarom hebt u dat gedaan?

Dat heb ik nooit gedaan. Ik heb wel samen met [functienaam 1] [verweerder] reisdeclaraties ingediend. Ik zal u daar later meer over verklaren.

Op welke wijze controleerde u de door uw medewerkers ingediende reisdeclaraties. Zij worden als "taak" fiattering in uw werkvoorraad geplaatst door het systeem P-direkt?

Dat klopt. Ik kreeg ze in mijn werkbakje in P-direkt. Ik fiatteerde ze en klikte ze hierna als akkoord door. De uitbetaling ging dan buiten mij om.

Of ik in de systemen keek, soms wel en ook soms niet. Ik wist natuurlijk dat er gefraudeerd werd. Ik fiatteerde de declaraties vaak ook klakkeloos om er vanaf te zijn. Ik wilde niet geconfronteerd worden met de fraude die ik samen met [verweerder] pleegde.

(..)

Uit onderzoek blijkt dat u veelvuldig contact hebt gehad met [functienaam 1] [verweerder] . Wat kunt u ons hierover verklaren?

Dat klopt. [verweerder] is een van de medewerkers waar ik in het begin geld van leende in de PI. Hij heeft mij meerdere keren kleine geldbedragen gegeven. Ik vermoed dat dat gestart is medio 2015 - 2016. Ik weet dat niet meer precies.

[verweerder] zou door u onder druk zijn gezet om maandelijks, wekelijks vanaf april 2017 tot uw vertrek uit de PI in september 2018 geldbedragen te overhandigen. Klopt dat?

Nee, dat klopt absoluut niet. Ik heb niemand onder druk gezet om mij geld af te geven. Ik zal u verklaren hoe een en ander is ontstaan.

Als uit onderzoek blijkt dat ik vanaf april 2017 grote geld bedragen van [verweerder] heb gehad klopt dat.

Ik heb [verweerder]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT