Uitspraak Nº AMS 19/4703. Rechtbank Amsterdam, 2020-07-30

Datum uitspraak:30 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/4703

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser,

gemachtigde: mr. D. Kuhn,

en

de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder,

gemachtigde: mr. L.M.J.A. Erkens-Hanssen.

De rechtbank zal partijen hierna aanduiden als eiser respectievelijk de Svb.

Procesverloop

Met een besluit van 22 maart 2019 (primaire besluit 1) heeft de Svb de AIO-aanvulling1 op het AOW-pensioen2 van eiser over de periode van 3 november 2016 tot en met 10 augustus 2017 ingetrokken.

Met een afzonderlijk besluit van 22 maart 2019 (primaire besluit 2) heeft de Svb de AIO-aanvulling op het AOW-pensioen van eiser over de periode van 11 maart 2016 tot en met 23 juli 2016 ingetrokken.

Met een besluit van 29 juli 2019 heeft de Svb het bezwaar van eiser tegen de besluiten van 22 maart 2019 ongegrond verklaard (het bestreden besluit).

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen waren uitgenodigd voor een zitting op 28 april 2020. In verband met de uitbraak van het coronavirus kon deze zitting niet doorgaan. De rechtbank heeft partijen met een brief van 12 juni 2020 in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van twee weken aan te geven of zij op een zitting willen worden gehoord. Binnen de gestelde termijn is geen reactie van partijen ontvangen. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Achtergrond van deze zaak

1. Eiser ontving sinds 18 oktober 2014 een AIO-aanvulling op zijn AOW-pensioen. Op een formulier ‘Verblijf en vermogen buiten Nederland’ van 5 februari 2018 heeft eiser aangegeven dat hij van 12 oktober 2016 tot 10 augustus 2017 in India heeft verbleven in verband met een Ayurveda-behandeling voor prostaatkanker. In een bijgevoegde brief van zijn huisarts van 5 februari 2018 staat dat eiser de laatste twee jaar regelmatig en langdurig in India is geweest wegens een medische behandeling die hij in Nederland niet kan krijgen. Naar aanleiding van deze melding heeft de Svb bewijsstukken opgevraagd bij eiser over zijn reizen naar India in 2016 en 2017. Eiser heeft vervolgens de gevraagde bewijsstukken overgelegd.3

2. Met een besluit van 1 mei 2018 heeft de Svb de AIO-aanvulling van eiser over de periode van 11 januari 2017 tot en met 10 augustus 2017 ingetrokken, omdat eiser langer dan het maximaal toegestane aantal weken in het buitenland heeft verbleven. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

3. Met een besluit van 22 maart 2019 heeft de Svb het besluit van 1 mei 2018 ingetrokken4 en de AIO-aanvulling van eiser over de periode van 3 november 2016 tot en met 10 augustus 2017 ingetrokken. De Svb heeft dit besluit bij de lopende bezwaarprocedure betrokken.5

4. Met een afzonderlijk besluit van 22 maart 2019 heeft de Svb de AIO-aanvulling op het AOW-pensioen van eiser over de periode van 11 maart 2016 tot en met 23 juli 2016 ingetrokken. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

5. Met het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar van eiser tegen de besluiten van 22 maart 2019 ongegrond verklaard.

Relevante regelgeving

6. Voor de relevante regelgeving verwijst de rechtbank naar de bijlage bij deze uitspraak die deel uitmaakt van de uitspraak.

Standpunten van partijen

7. De Svb stelt zich op het standpunt dat eiser zijn verblijf in het buitenland van

10 december 2015 tot en met 23 juli 2016 en van 12 oktober 2016 tot en met 10 augustus 2017 niet heeft doorgegeven. Hij heeft daarmee de inlichtingenplicht geschonden. Een verblijf buiten Nederland van meer dan 13 weken is alleen toegestaan in geval van zeer dringende redenen. De Svb vindt dat in dit geval geen sprake is van zeer dringende redenen.

8. Eiser voert aan dat de wettelijke regeling inzake het recht op aanvullende bijstand (AIO-aanvulling) in samenhang met het beleid van de Svb in strijd is met het verbod op discriminatie als bedoeld in artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM) in verbinding met artikel 1 van Protocol 12 bij het EVRM. Verder voert eiser aan dat sprake is van dringende redenen, waardoor een verblijf van langer dan 13 weken in dit geval was toegestaan. Ten slotte voert eiser aan dat de Svb in strijd met het verbod van ‘reformatio in peius’ heeft gehandeld, omdat hij door zijn bezwaar in een slechtere positie is komen te verkeren.

Het oordeel van de rechtbank

Zeer dringende redenen

9. Een AIO-aanvulling is een vorm van algemene bijstand als bedoeld in de Participatiewet (PW). Een groot aantal artikelen van de PW is van overeenkomstige toepassing verklaard op een AIO-aanvulling, waaronder artikel 13 van de PW.6 Uit dit artikel volgt dat een pensioengerechtigde die per kalenderjaar langer dan 13 weken verblijf houdt buiten Nederland dan wel een aaneengesloten periode van langer dan 13 weken verblijf houdt buiten Nederland, geen recht op bijstand heeft.7

10. Niet in geschil is dat eiser van 10 december 2015 tot en met 23 juli 2016 en van

12 oktober 2016 tot en met 10 augustus 2017 in India heeft verbleven en daarmee zowel in 2016 als in 2017 langer dan 13 weken (aaneengesloten) buiten Nederland heeft verbleven. Als gevolg hiervan had hij geen recht op AIO-aanvulling van 11 maart 2016 tot en met 23 juli 2016 en van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT