Uitspraak Nº AWB- 18_3022 WABOA. Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2020-01-20

Datum uitspraak:20 januari 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Zeeland-West-Brabant
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 18/3022 WABOA, BRE 18/3161 WABOA, BRE 18/3162 WABOA, BRE 18/3163 WABOA, BRE 18/3164 WABOA, BRE 18/3165 WABOA, BRE 18/3166 WABOA, BRE 18/3167 WABOA, BRE 18/3168 WABOA, BRE 18/3170 WABOA, BRE 18/3171 WABOA en BRE 18/3190 WABOA

uitspraak van 20 januari 2020 van de meervoudige kamer in de zaak tussen

1. [naam eiser 1], te [naam woonplaats] ,

gemachtigde: mr. E.T. Stevens,

2. [naam eiser 2], te Bloemendaal,
gemachtigde: F. Verveld,

3. Stichting Leefbaarheid Kom [naam woonplaats], te [naam woonplaats] (en 110 mede-eisers, zie bijlage),

4. [naam eiser 4], te Middelburg,

5. [naam eiser 5], te Amsterdam,

6. [naam eiser 6], te [naam woonplaats] ,

7. [naam eiser 7] en [naam eiser 8], te [naam woonplaats] ,

8. [naam eiser 9] en [naam eiser 10], te [naam woonplaats] ,

9. [naam eiser 11], te Bergen op Zoom,

10. [naam eiser 12] en [naam eiser 13], te [naam woonplaats] ,

11. [naam eiser 14], te [naam woonplaats] ,

12. [naam eiser 15] en [naam eiser 16], te [naam woonplaats] ,
gemachtigde eisers 3 t/m 12: A.H. van Leeuwen,

eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere, verweerder.

Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen:

[naam derde partij] (rechtsopvolger van B’s Onroerend Goed B.V.), te Domburg ,

gemachtigde: mr. R.H.U. Keizer.

Procesverloop

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 22 februari 2018, gewijzigd op 28 maart 2018 (bestreden besluit) van het college over het verlenen van een omgevingsvergunning eerste fase aan [naam derde partij] ( [naam derde partij] ) voor activiteiten in het kader van haar wens om een vitaliteitshotel te realiseren aan de Schelpweg, Beatrixstraat en Weverijstraat te [naam woonplaats] .

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 17 juni 2019.

Eiser 1, [naam eiser 1] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde Stevens. [naam eiser 1] heeft ook L.A.W. van Berkel (Bureau Pouderoyen) als deskundige meegebracht naar de zitting.

Eiseres 2, [naam eiser 2] , heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde Verveld.

Eiseres 3, de Stichting Leefbaarheid Kom Domburg (SLKD), heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde Van Leeuwen en door [naam secretaris] (secretaris).

Eiseres 4, de [naam eiser 4] , heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde Van Leeuwen en door [naam voorzitter] (voorzitter).

De overige eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde Van Leeuwen.

Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.E. Jansen-Van der Hoek, S.M. den Haan en F. van der Hagen.

[naam derde partij] ( [naam derde partij] ) heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en [naam derde partij] . [naam derde partij] heeft als deskundigen meegebracht naar de zitting: S. la Grand (Rho Adviseurs) en W.J. Koster (Huibrechtse Koster Consultants).

Het onderzoek is ter zitting geschorst, omdat nader onderzoek noodzakelijk is gebleken.

 Gemachtigden Van Leeuwen en Stevens zijn in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de door het college ingebrachte rapporten van Rho Adviseurs B.V.

 Gemachtigde Keizer en het college zijn in de gelegenheid gesteld om schriftelijk een standpunt in te nemen over het belang van de personen die beroep hebben ingesteld en een volmacht hebben gegeven aan de SLKD.

 Gemachtigde Keizer is tevens in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de door gemachtigde Stevens overgelegde aanvulling op de second opinion: ‘Rekentool Verkeersgeneratie & Parkeren’ (zaaknummer BRE 18/3022 WABOA).

De rechtbank heeft partijen er daarbij uitdrukkelijk op gewezen dat zij in hun reacties binnen de omvang van het geding dienden te blijven. Afgesproken is verder dat partijen daarna nog één maal de gelegenheid krijgen om te reageren: gemachtigde Van Leeuwen voor wat betreft de belanghebbendheid, gemachtigde Stevens voor wat betreft de reactie op de rekentool en gemachtigde Keizer en het college voor wat betreft de reacties op de Rho-rapporten.

Op 28 oktober 2019 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft de uitspraaktermijn met zes weken verlengd.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 17 maart 2016 heeft [naam derde partij] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning fase 1 voor onderdelen van een nieuw te realiseren vitaliteitshotel op de locatie van het voormalig KPN-gebouw aan de [adres 5] te [naam woonplaats] , aangevuld met percelen aan de Beatrixstraat en [adres 2] -13. Met ingang van 12 oktober 2016 heeft het college het ontwerpbesluit tot het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning fase 1 met bijbehorende stukken ter inzage gelegd. Het college heeft een kennisgeving van het ontwerpbesluit gepubliceerd. Tegen het ontwerpbesluit zijn meerdere zienswijzen ingediend, onder andere door eisers.

Bij besluit van 22 februari 2018 heeft het college een omgevingsvergunning fase 1 verleend voor de activiteiten:

  1. het (gedeeltelijk) slopen van bestaande opstallen;

  2. het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan;

  3. het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het veranderen van het gebruik daarvan.

Het college heeft in een separaat zienswijzenrapport op de zienswijzen van eisers gereageerd.

Beroepsgronden

2. Eiser 1, [naam eiser 1] , woont aan de [adres 1] te [naam woonplaats] , nabij het in geding zijnde project. [naam eiser 1] heeft tegenover de ruimtelijke onderbouwing van [naam derde partij] een second opinion van Tonnaer ingebracht, die in het kader van het beroepschrift als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. De beroepsgronden van [naam eiser 1] hebben verder met name betrekking op duurzaamheid van het bouwplan en het woon- en leefklimaat. [naam eiser 1] vreest voor geluidsoverlast, een inbreuk op zijn privacy, schaduwwerking vanwege het bouwplan en een toename van verkeersbewegingen met de daaruit voortvloeiende overlast en verkeersonveilige situaties.

Eiseres 2, [naam eiser 2] , is eigenaresse van de woning [adres 2] te [naam woonplaats] , dat grenst aan het in geding zijnde project. Haar beroepsgronden hebben met name betrekking op het woon- en leefklimaat. Zij vreest voor inkijk en verminderde zonlichttoetreding. Daarnaast vreest ook zij voor geluidsoverlast. Zij veronderstelt dat het woonklimaat ter plaatse van haar woning door de bouwhoogte, vorm en situering van het hotel zodanig verslechtert dat de woning niet meer aantrekkelijk is voor permanente bewoning. Zij wijst erop dat zij het college heeft verzocht om de omgevingsvergunning alleen te verlenen indien ook de bestemming van haar perceel wordt gewijzigd van woonbestemming in een bestemming die recreatieve bewoning mogelijk maakt. Als de permanente woonbestemming voor haar woning wordt gehandhaafd, dan is het bouwplan voor haar niet aanvaardbaar.

Eiseres 3, de SLKD, heeft aangevoerd dat de gemeenteraad zijn besluit van 31 mei 2012, tot het vaststellen van de stedenbouwkundige randvoorwaarden, in strijd heeft genomen met meerdere algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook is er op geen enkele manier rekening gehouden met de belangen van de omwonenden en met de leefbaarheid in de leefomgeving. Ook de omgevingsvergunning eerste fase is volgens de SLKD in strijd met meerdere algemene beginselen van behoorlijk bestuur verleend (zorgvuldigheids-, motiverings-, rechtszekerheids-, gelijkheids- en vertrouwensbeginsel). Omdat voor de SLKD vast staat dat de stedenbouwkundige randvoorwaarden in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening, kan onmogelijk worden gezegd dat het in geding zijnde project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Verder faalt de ruimtelijke onderbouwing op 62 in het beroepschrift nader omschreven punten, waaronder de parkeernormen.

De SLKD stelt zich op het standpunt dat het in geding zijnde bouwplan de belangen van omwonenden onevenredig aantast. Zij vindt dat er sprake is van een onacceptabele schaduwwerking.

De SLKD heeft voorts gewezen op de belangenverstrengeling van wethouder [naam wethouder 1] . Ook de rol van burgemeester Van der Zwaag is volgens de SLKD discutabel.

Het college heeft volgens de SLKD nagelaten te onderzoeken wat de gevolgen van de bouw van de parkeerkelder zal hebben op de grondwaterstanden en stromen en ook op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Tevens heeft het college nagelaten om een Milieu-Effect-Rapportage (MER) op te stellen.

De SLKD heeft een contraexpertise van Kubiek Ruimtelijke Plannen ingebracht.

Eisers 12, [naam eiser 15] en [naam eiser 16] , wonen aan de [adres 3] te [naam woonplaats] . Zij vinden dat zij als belanghebbenden moeten worden beschouwd omdat hun woon- en leefklimaat beduidende gevolgen zal ondervinden van het project. Daarbij merken zij op dat hun belangen bij behoud van een goede kwaliteit van hun leefomgeving verweven zijn met de belangen op grond van de Natuurbeschermingswet tot bescherming van het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Zij achten het voorstelbaar en aannemelijk dat – met name – het realiseren van de voorziene parkeerkelder invloed zal hebben op de grondwaterstanden en –stromen en op de (ondergrond van de) in de omgeving van het projectgebied gelegen bebouwing.

Ook [naam eiser 15] en [naam eiser 16] stellen dat het besluitvormingstraject gecorrumpeerd is geweest. Zij verwijzen in dat kader naar het rapport van 20 april 2018 naar aanleiding van het onderzoek naar de integriteit van wethouder [naam wethouder 1] en dat dit rapport voor [naam wethouder 1] aanleiding is geweest om op 15 mei 2018 zijn functie van wethouder (en later ook zijn raadslidmaatschap) neer te leggen. Zij wijzen daarbij tevens op de zakelijke belangen tussen [naam wethouder 1] en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT