Uitspraak Nº AWB - 19 _ 2292. Rechtbank Limburg, 2020-07-27

Datum uitspraak:2020/07/27
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB/ROE 19/2292

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2020 in de zaak tussen [naam] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. G.G.J. Geerlings),

en

de Minister van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. F.H. Kamminga en mr. J. den Ouden).

Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2018 (het primaire besluit) heeft de korpschef van politie (de korpschef) het door eiser gevraagde verlof voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met de daarbij behorende munitie geweigerd.

Bij besluit van 29 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het administratief beroep van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Op 13 oktober 2018 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een wapenverlof. De korpschef heeft deze aanvraag afgewezen bij het primaire besluit, omdat ten aanzien van eiser grond is voor vrees voor misbruik van het wapenverlof en omdat het voorhanden hebben van wapens en munitie hem niet kan worden toevertrouwd. Volgens de korpschef is eiser betrokken in een langslepend burenconflict, dat geleid heeft tot aangiften van strafbare feiten over en weer en een veroordeling van eiser ter zake van verduistering (schuldig verklaard zonder oplegging van straf). Pogingen om te bemiddelen in het conflict zijn op niets uitgelopen.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het administratief beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de feiten en omstandigheden, gelet op onderdeel B/1.2 van de Circulaire wapens en munitie 2018 (Cwm), voldoende zijn om de conclusie van de korpschef te kunnen dragen.

3. Eiser heeft hiertegen aangevoerd dat het wapenverlof ten onrechte is geweigerd. Volgens eiser is er geen reden om te vrezen dat aan hem het voorhanden hebben van wapens en munitie niet zou kunnen worden toevertrouwd. In dit verband heeft eiser aangevoerd dat er van een burenruzie op grond waarvan vrees voor misbruik zou kunnen worden aangenomen, geen sprake meer is. Volgens eiser is het haast onmogelijk om te bewijzen dat de burenruzie daadwerkelijk is beëindigd. Eiser heeft de wijkagent verzocht om samen met hem en de buren om tafel te gaan zitten om vast te leggen in een proces-verbaal dat er geen sprake meer is van een geschil. De buren hebben echter aan de wijkagent te kennen gegeven hier geen behoefte aan te hebben, omdat de burenruzie volgens hen niet meer speelde en zij derhalve de meerwaarde van zo’n gesprek niet inzagen, aldus eiser. Dit is volgens eiser opgenomen in een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT