Uitspraak Nº AWB - 19 _ 337. Rechtbank Limburg, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

Zaaknummer: ROE 19 / 337

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2020 in de zaak tussen [handelsnaam] en [naam 1] , te [plaats] , eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal, verweerder.
Procesverloop

Bij besluit van 31 mei 2018 (hierna: het besluit op aanvraag) heeft verweerder afwijzend beslist op het door eisers ingediende verzoek om handhavend op te treden tegen [naam derde-partij] (hierna: de derde-partij).

Bij besluit van 18 december 2018 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het door eisers tegen het besluit op aanvraag gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Als gemachtigde heeft zich gesteld mr. Th.J.H.M. Linssen, advocaat te Tilburg, die bij brief van 26 februari 2019 de beroepsgronden heeft ingediend.

Verweerder heeft de stukken die op de zaak betrekking hebben ingezonden en heeft een verweerschrift ingediend.

Namens de derde-partij heeft mr. drs. W.J.W. van Eijk, advocaat te ’s-Hertogenbosch, een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven.

Eisers hebben aanvullende stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2020, waar eiser [naam 1] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van eisers, alsook door diens kantoorgenoot [naam 2] en [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E. Barentsen, werkzaam bij de gemeente. Voorts is de derde-partij, vertegenwoordigd door [naam 4] , verschenen.

Overwegingen

1. Eisers hebben verweerder bij brief van 1 mei 2018 verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van de percelen kadastraal bekend Haelen , sectie [sectieletter] , [sectienummers] (hierna: de percelen [perceel sub 1] en [perceel sub 2] door de derde-partij en haar medewerkers. Door dit gebruik wordt verhinderd dat de aldaar gelegen keerlus als zodanig kan worden gebruikt. Het gaat daarbij om het wisselen van containers en het stallen van containers, alsmede de opslag van materialen en vervoermiddelen. Eisers hebben hiervan foto’s gemaakt, die als bewijsmateriaal bij het verzoek zijn gevoegd. Daaruit blijkt volgens eisers dat de derde-partij hindert bij het gebruik van de ontsluitingsweg door andere weggebruikers, waaronder eisers en hun leveranciers en afnemers. Volgens eisers handelt de derde-partij in strijd met het door verweerder beoogde gebruik van genoemde percelen als openbare weg. Dit is tevens in strijd met de geldende verkeersbestemming en de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Leudal (hierna: de APV). Eisers hebben verweerder daarom verzocht om per omgaande handhavend op te treden tegen de illegale activiteiten van de derde-partij.

2. Naar aanleiding van dat verzoek heeft verweerder een onderzoek ingesteld om vast te stellen of sprake is van een overtreding ter zake waarvan hij bevoegd is om handhavend op te treden. Er zijn controles uitgevoerd die zijn vastgelegd in een rapport van bevindingen van 29 mei 2018. Daarbij is aangegeven wanneer en op welk tijdstip de controles zijn uitgevoerd. Volgens de controlerend ambtenaren zijn bij de controles geen overtredingen vastgesteld waartegen handhavend kan worden opgetreden.

3. Bij het besluit op aanvraag heeft verweerder het verzoek om handhaving afgewezen omdat geen overtredingen zijn vastgesteld die daartoe aanleiding geven. Het bestreden besluit strekt tot handhaving van deze afwijzing.

4. Eisers betogen in beroep dat een belangrijke reden voor het handhavingsverzoek is gelegen in de last onder dwangsom die hen bij besluit van 5 april 2018 is opgelegd. Tegen die besluitvorming is een procedure bij de rechtbank aanhangig (bekend onder zaaknummer ROE 18/2841). In dat beroep is aangevoerd dat de last zodanig ruim is geformuleerd dat eisers zelfs een dwangsom verbeuren indien de derde-partij voorwerpen van welke aard ook, zoals containers en opleggers, op perceel [perceel sub 1] plaatst en dat perceel gebruikt voor op- en overslagactiviteiten. Eisers betogen dat zij door het tegen hen gerichte dwangsombesluit worden gedwongen om een handhavingsverzoek tegen de derde-partij te doen en tegen afwijzing daarvan op te komen.

4.1.

Verder voeren eisers aan dat verweerder onvoldoende zorgvuldig en representatief onderzoek heeft gedaan, omdat twee van de zes controles niet tijdens de openingstijden van het bedrijf van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT