Uitspraak Nº AWB - 19 _ 68. Rechtbank Noord-Holland, 2020-07-31

Datum uitspraak:31 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Holland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 19/68 en HAA 19/69

uitspraak van de meervoudige kamer van 31 juli 2020 in de zaken tussen [eiseres 1] ,

en

[eiseres 2] ,

beiden te [woonplaats] , eiseressen,

en

gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder

gemachtigde: mr. R.S. Breet, medewerker grondzaken bij de provincie.

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 26 april 2018 (de primaire besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eiseressen voor tegemoetkoming in planschade als gevolg van het provinciale Inpassingsplan Westfrisiaweg afgewezen.

Bij afzonderlijke besluiten van 28 november 2018 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de bezwaren van eiseressen ongegrond verklaard.

Eiseressen hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Het beroep dat is ingesteld

door [eiseres 1] is geregistreerd onder nummer HAA 19/68, het

door [eiseres 2] ingestelde beroep onder nummer HAA 19/69.

Verweerder heeft in de zaak met nummer HAA 19/68 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft in beide zaken gezamenlijk plaatsgevonden op 28 januari 2020. Voor eiseressen is verschenen [eiseres 2] , vergezeld door [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam 2] .

Het onderzoek is geschorst, omdat ter zitting is afgesproken dat verweerder zal berichten of hij wel of niet bereid is om eiseressen alsnog een aanbod te doen ter beslechting van het geschil. Van deze afspraken is een proces-verbaal gemaakt. Partijen hebben daarbij al aangegeven geen nadere zitting te wensen.

Verweerder heeft vervolgens laten weten eiseressen geen aanbod te doen. Eiseressen hebben bij brief van 29 maart 2020 bericht dat zij de beroepen niet intrekken. Zoals de rechtbank op 28 januari 2020 al had aangekondigd, zal de rechtbank uitspraak doen nu de beroepen niet zijn ingetrokken.

Overwegingen

1. Provinciale staten van Noord-Holland hebben op 16 juli 2012 het Inpassingplan Westfrisiaweg vastgesteld om de aanleg van de provinciale weg N23 mogelijk te maken. Het plan is op 16 oktober 2012 in werking getreden en daarna onherroepelijk geworden. Eiseressen wonen aan de [adres 1] respectievelijk [adres 2] in [woonplaats] . Eiseressen hebben beiden begin mei 2017, bij verweerder binnengekomen op 8 mei 2017, een aanvraag ingediend om een tegemoetkoming in planschade. Verweerder heeft Gloudemans opdracht verstrekt om over de aanvragen advies uit te brengen. Gloudemans heeft een concept-advies uitgebracht, waarop zowel eiseressen als verweerder een zienswijze hebben ingebracht. Gloudemans heeft verweerder in een definitief advies van 2 maart 2018 geadviseerd om de aanvragen af te wijzen en aan eiseressen geen tegemoetkoming in de planschade toe te kennen, omdat de schade niet uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico. Verweerder heeft vervolgens bij het primaire besluit dat advies overgenomen.

2. In de bestreden besluiten heeft verweerder de afwijzingen nader gemotiveerd.

3. Eiseressen hebben beroep ingesteld op gronden die hierna worden besproken.

4. De rechtbank stelt voorop dat eiseressen hun beroepen met name baseren op hun stelling dat hen vergoeding moet worden toegekend vanwege de schade die zij lijden doordat zij hun uitzicht hebben verloren als gevolg van het geluidsscherm van 6 meter hoog dat naast de nieuwe Westfrisiaweg is opgericht. Dat geluidsscherm is voor hun percelen aan de overzijde van de [locatie] – en daarmee een tiental meters van hun percelen – geplaatst ter uitvoering van het inpassingsplan. Alle andere factoren die van belang kunnen zijn voor de planschade, die in het rapport van Gloudemans worden besproken, zoals toename van geluidshinder, hebben eiseressen inhoudelijk niet bestreden en komen in deze uitspraak daarom niet aan bod.

5.1

Het gaat in deze procedure om de vraag of eiseressen recht hebben op een tegemoetkoming in planschade, als gevolg van het feit dat het Inpassingsplan Westfrisiaweg rechtskracht heeft verkregen. Met planschade wordt bedoeld schade die wordt veroorzaakt door wijziging van de planologische regels die ter plaatse gelden. Met het Inpassingsplan zijn niet de planologische regels voor de woningen en percelen van eiseressen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT