Uitspraak Nº AWB 19/8075. Rechtbank Den Haag, 2020-07-29

Datum uitspraak:2020/07/29
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/8075

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 29 juli 2020 in de zaak tussen

[eiseres] ,

geboren op [geboortedatum] , van Soedanese nationaliteit,

eiseres,

(gemachtigde: mr. C.C. Westermann-Smit),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).

Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis afgewezen.

Bij besluit van 23 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 9 juni 2020, ontvangen op 10 juni 2020, een verweerschrift ingediend.

De telefonische hoorzitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2020. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.


Overwegingen
  1. De rechtbank betrekt bij de beoordeling het volgende. Eiseres beoogt verblijf bij [referent] (referent), haar gestelde echtgenoot. Referent is geboren op [geboortedatum referent] te Soedan en is op 17 maart 2016 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel. Op 1 april 2016 heeft referent namens eiseres de onderhavige aanvraag ingediend. Ter ondersteuning van de aanvraag heeft eiseres een kopie van haar paspoort en een document ‘Formulaire de Notification de Mariage UNHCR’ overgelegd. In dit document staat dat eiseres en referent in 2013 zijn gehuwd te Tsjaad. Bureau Documenten heeft het document op 17 maart 2017 vals bevonden. Op 22 augustus 2019 is eiseres gehoord in het kader van het bezwaar. Op 17 september 2019 heeft er een gehoor met referent plaatsgevonden.

  2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres afgewezen omdat eiseres de gestelde familierechtelijke relatie met referent niet heeft aangetoond. Allereerst heeft verweerder eiseres tegengeworpen dat er geen sprake is van een naar internationaal privaatrecht rechtsgeldig huwelijk als bedoeld in paragraaf C2/4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) omdat het gestelde huwelijk een traditioneel huwelijk betreft. Ten tweede heeft verweerder aan eiseres tegengeworpen dat er geen sprake is van een duurzame en exclusieve relatie tussen eiseres en referent die gelijk gesteld kan worden met een huwelijk. Eiseres was ten tijde van de binnenkomst van referent in Nederland, het traditionele huwelijk met referent, toen referent Tsjaad verliet en ten tijde van de asielaanvraag van referent nog minderjarig. Een relatie tussen een meerderjarige (referent) en een minderjarige (eiseres) wordt niet erkend als juridische band. Naar Nederlands recht kan een minderjarige niet huwen omdat dit in strijd is met de openbare orde. Verweerder heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 3 april 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:3319).

  3. De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat geen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT