Uitspraak Nº AWB - 20 _ 1100. Rechtbank Noord-Holland, 2020-07-31

Datum uitspraak:31 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Holland
 
GRATIS UITTREKSEL
Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/1100

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2020 in de zaak tussen [X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. J.S.W. van Vossen),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Waterland, verweerder.
Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2017 een aanslag toeristenbelasting (de aanslag) opgelegd ter zake van de locatie [locatie] , ook bekend als [A] (het hotel).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag verminderd tot een bedrag
van € 40.439,15.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft nadere stukken ingediend. Het betreft de kameradministratie die zij op 9 juli 2019 in het kader van haar bezwaar aan de gemeente heeft gezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2020 te Haarlem. Namens eiseres is haar gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. [B] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres huurde in 2017 het hotel. Voordat eiseres de accommodatie huurde werd het pand al niet meer als hotel geëxploiteerd. Het hotel was ‘gestript’ en stond leeg in afwachting van een opknapbeurt. Eiseres huurde het hotel om er in het kader van haar eigen exploitatie als uitzendbureau arbeidsmigranten te laten verblijven. De arbeidsmigranten verbleven afwisselend periodes in het hotel en in hun thuisland.

2. Het hotel beschikte over 128 kamers met in totaal 240 bedden. Tussen partijen is over de inrichting van de kamers van het hotel waarin arbeidsmigranten werden ondergebracht het volgende komen vast te staan. De kamers van het hotel beschikten nagenoeg allemaal over twee bedden. Als meubilair was er een kast en een stoel of kruk. Verder was er een toilet en een douche. Het is onduidelijk of er een wastafel was. De kamers beschikten niet over een keuken of kookgelegenheid. Wel was er in het hotel een soort kookgelegenheid voor gezamenlijk gebruik. Het hotel is inmiddels gerenoveerd zodat de huidige situatie zoals zichtbaar is op de website van het hotel, niet maatgevend is voor de situatie zoals die in 2017 was.

3. Over het verblijf in de kamers staat tussen partijen het volgende vast. Bij aankomst van een arbeidsmigrant in Nederland kreeg hij samen met een al dan niet bekende kamergenoot een te huren kamer toegewezen. Wanneer iemand tussentijds een periode naar het thuisland ging en later terugkeerde in Nederland om weer te gaan werken, dan kreeg hij een nieuwe kamer. Ook tussentijds kwam het voor dat van kamer gewisseld werd, indien er schade was ontstaan aan de kamer of als twee kamergenoten bezwaar hadden tegen een langer verblijf met elkaar op de kamer.

4. Eiseres heeft, ondanks daartoe te zijn uitgenodigd en na daartoe te zijn aangemaand, geen aangifte gedaan voor de toeristenbelasting. Daarom is een ambtshalve aanslag opgelegd naar een geschat bedrag. Eiseres heeft in de bezwaarfase de kameradministratie aan verweerder verstrekt. Op grond van deze informatie heeft verweerder bij uitspraak op bezwaar de aanslag verminderd naar een aanslag voor 21.859 overnachtingen à € 1,85 = € 40.439,15.

Geschil

5. In geschil is of eiseres toeristenbelasting verschuldigd is, en zo ja, welk bedrag.

6. Eiseres stelt primair dat zij op grond van het vertrouwensbeginsel geen toeristenbelasting verschuldigd is. Subsidiair betoogt eiseres met een beroep op de samenloopvrijstelling voor forensenbelasting dat zij uitsluitend voor personen die negentig nachten of minder in het hotel hebben verbleven (korterdurend verblijf) toeristenbelasting verschuldigd is, omdat voor langerdurend verblijf woonforensenbelasting geheven moet worden. En meer subsidiair stelt eiseres dat de gemeente Waterland in haar Verordening forensenbelasting 2017 (de Forensenverordening) ook slaapforensenbelasting had moeten opnemen. Nu de gemeente dat niet heeft gedaan, is de Forensenverordening onverbindend en moet rechtstreeks op grond van de Gemeentewet slaapforensenbelasting worden geheven, waardoor de samenloopvrijstelling alsnog van toepassing is. In geval van samenloop houdt het standpunt van eiseres in dat de aanslag toeristenbelasting verminderd moet worden tot een aanslag naar 10.179 overnachtingen x € 1,85 = € 18.831,15. Eiseres verzoekt in beroep om vergoeding van de proceskosten voor beroepsmatig verleende bijstand door gemachtigde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT