Uitspraak Nº AWB - 20 _ 4431. Rechtbank Den Haag, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: SGR 20/4431 (voorlopige voorziening) en SGR 20/4432 (beroep)

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juli 2020 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J.H. Weermeijer),

en

het college van Burgemeester en wethouders van Delft, verweerder

(gemachtigde: mr. Y.S. Man).

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2020 (het primaire besluit]) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om een urgentieverklaring afgewezen.

Bij besluit van 12 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2020.

Partijen zijn door middel van een skype-verbinding gehoord.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.

2. Verzoekster heeft de onderhavige aanvraag op 18 februari 2020 ingediend, waarbij zij heeft aangegeven dat zij dakloos is door omstandigheden.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat geen sprake is van een huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, aangezien verzoekster dakloos is.

Omdat verzoekster bij de gemeentelijke noodopvang kan verblijven is er sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs op een andere wijze is op te lossen.

Verweerder kan niet voldoende vaststellen of verzoekster in staat is om in haar bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien, aangezien verzoekster onder bewind staat en een behoorlijke schuld heeft.

Tot slot heeft verweerder geen reden gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule.

4. Verzoekster kan zich niet verenigen met het primaire besluit en heeft hiertoe – samengevat weergegeven- aangevoerd dat wel degelijk sprake is van een urgent huisvestingsprobleem aangezien zij dakloos is.

Verzoekster heeft met een verklaring van haar bewindvoerder onderbouwd dat zij in staat is de huur van een woning te betalen met hulp van een sociaal fonds.

Verweerder had toepassing moeten geven aan de hardheidsclausule. De woonruimte is urgent nodig om aan verzoeksters problematiek te werken en om de kinderen terug bij verzoekster geplaatst te krijgen.

Het primaire besluit is in strijd met artikel 8 van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT