Uitspraak Nº AWB 20/4063. Rechtbank Den Haag, 2020-07-30

Datum uitspraak:30 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/4063

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 juli 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] , geboren op [1950] , van Syrische nationaliteit, verzoekster

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R. Hijma),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hafdy-Kovacs).

Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster van 4 juli 2019 tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in de procedure Toegang en Verblijf (TEV) afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juli 2020. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en door haar dochter [referente] (referente). Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Shamoun.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

2. Bij de beoordeling acht de voorzieningenrechter met name van belang of het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag een redelijke kans van slagen heeft.

Aanvraag verzoekster

3. Verzoekster wil in Nederland verblijven als familie- of gezinslid bij referente, haar meerderjarige dochter. Referente heeft sinds 2019 een asielvergunning en woont in Nederland. Verzoekster heeft bij haar aanvraag een beroep gedaan op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Voor haar vertrek naar Nederland, woonde referente in Turkije met haar echtgenoot, hun drie kinderen en verzoekster. Voor hen allen is een mvv aangevraagd. De mvv-aanvraag van de echtgenoot en kinderen van referente is op 1 april 2020 toegewezen. Op 21 juli 2020 heeft verzoekster de voorzieningenrechter bericht dat de echtgenoot van referente op 24 juli 2020 samen met de kinderen naar Nederland komt. Op het moment dat deze uitspraak wordt gedaan zijn zij dus al in Nederland.

4. Het verzoek is er primair op gericht om verzoekster als zijnde in het bezit van een visum feitelijke toegang tot Nederland te verschaffen.

Afwijzing verweerder

5. Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster afgewezen. Volgens verweerder is de weigering om aan verzoekster een verblijfsvergunning te verlenen niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. Omdat verzoekster niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning, is ook de mvv-aanvraag afgewezen.

6. Er is volgens verweerder in de eerste plaats geen sprake van familieleven tussen verzoekster en referente. Familieleven tussen ouders en hun meerderjarige kinderen wordt alleen aangenomen als er een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie is tussen het meerderjarige kind en zijn of haar ouder(s). Die banden moeten zo sterk zijn dat de gezinsleden bij scheiding niet in staat zijn zelfstandig te functioneren. Dit heeft verzoekster volgens verweerder niet aangetoond. De medische situatie van verzoekster is voor verweerder geen reden om een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie aan te nemen.

7. Er is volgens verweerder ook geen familieleven tussen verzoekster en haar minderjarige kleinkinderen. Familieleven tussen een minderjarig kind en zijn grootouder(s) wordt alleen aangenomen als er sprake is van hechte persoonlijke...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT