Uitspraak Nº AWB - 20 _ 3738. Rechtbank Den Haag, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummers: SGR 20/3738 en SGR 20/3765

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juli 2020 op de verzoeken om een voorlopige voorziening van

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. B.M. Kocken),

tegen

het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder

(gemachtigde: R.S. Groen).

Procesverloop

Bij besluit verzonden op 25 juli 2019 (dwangsombesluit I) heeft verweerder verzoeker op straffe van een dwangsom gelast de horeca-activiteiten op het perceel aan de [adres] [perceelnummer] te [plaats] te staken en gestaakt te houden.

Bij besluit verzonden op 9 augustus 2019 (dwangsombesluit II) heeft verweerder verzoeker op straffe van een dwangsom gelast de omvang en plaatsing van de bebouwing op het perceel aan de [adres] [perceelnummer] te [plaats] in overeenstemming te brengen met de aan verzoeker verleende omgevingsvergunning.

Bij besluit van 15 januari 2020 (invorderingsbesluit I) heeft verweerder de dwangsom uit dwangsombesluit I ingevorderd.

Bij besluit verzonden op 31 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder – voor zover hier van belang – de bezwaren van verzoeker ongegrond verklaard. Verweerder heeft beide dwangsombesluiten, onder aanvulling van de motivering ervan, en invorderingsbesluit I gehandhaafd.

Verzoeker heeft op 11 mei 2020 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Bij besluit verzonden op 22 april 2020 (dwangsombesluit III) heeft verweerder verzoeker andermaal op straffe van een dwangsom gelast de omvang en plaatsing van de bebouwing op het perceel aan de [adres] [perceelnummer] te [plaats] in overeenstemming te brengen met de aan verzoeker verleende omgevingsvergunning.

Verzoeker heeft tegen dwangsombesluit III bezwaar gemaakt.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat alle in bezwaar en beroep bestreden handhavings- en invorderingsbesluiten worden geschorst.

Bij besluit verzonden op 19 mei 2020 (invorderingsbesluit II) heeft verweerder de dwangsommen uit dwangsombesluit II ingevorderd.

Verweerder heeft de begunstigingstermijn van dwangsombesluit III verlengd tot en met 4 augustus 2020.

In verband met de maatregelen rondom het coronavirus heeft in deze zaak geen zitting plaatsgevonden. Partijen hebben hiermee ingestemd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat partijen hierdoor niet in hun belangen worden geschaad en acht zich door de voorhanden gegevens voldoende voorgelicht om uitspraak te doen zonder zitting.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. De voorzieningenrechter gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten.

2.1.

Verzoeker is eigenaar en exploitant van [bedrijf] . Op 6 november 2012 is verzoeker een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een seizoensgebonden gebouw op het strand nabij [adres] [perceelnummer] in [plaats] ten behoeve van een kitesurfschool. Aan de vergunning is het voorschrift verbonden dat ter plaatse geen horeca-activiteiten mogen plaatsvinden. Verzoeker heeft op het perceel bebouwing en een terras gerealiseerd.

2.2.

Aan dwangsombesluit I heeft verweerder ten grondslag gelegd dat bij controles op 21 en 23 april 2019 is vastgesteld dat op het betrokken perceel in strijd met het bestemmingsplan horeca-activiteiten plaatsvinden. Verweerder heeft verzoeker op straffe van een eenmalige dwangsom van € 25.000,- gelast deze overtreding uiterlijk op 1 september 2019 te beëindigen en beëindigd te houden. Bij besluit verzonden op 19 augustus 2019 is deze termijn verlengd tot vier weken na verzending van dat besluit.

2.3.

Nadat verweerder op 28 september 2019 heeft vastgesteld dat niet was voldaan aan de last uit dwangsombesluit I, heeft hij de dwangsom van € 25.000,- ingevorderd met invorderingsbesluit I.

2.4.

Aan dwangsombesluit II heeft verweerder ten grondslag gelegd dat bij een controle op 4 maart 2019 is vastgesteld dat de gerealiseerde bebouwing op het perceel de toegestane oppervlakte overschrijdt en buiten het bouwvlak is geplaatst. Volgens verweerder heeft verzoeker een gebouw met een oppervlakte van 289m2 en een terras met een oppervlakte van 286m2 gerealiseerd. Bovendien is het gebouw in strijd met de verleende omgevingsvergunning 90º...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT