Uitspraak Nº AWB 20_1392. Rechtbank Noord-Holland, 2020-07-24

Datum uitspraak:2020/07/24
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Holland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/1392

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2020 in de zaak tussen [X] , te [Z] , eiser

(gemachtigde: mr. L.N. Huizenga),

en

de belastingdienst Toeslagen, verweerder.
Procesverloop

Eiser heeft bij brief van 6 februari 2020 beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaarschrift van 27 mei 2019, gericht tegen de voorschotbeschikking zorgtoeslag over 2018 van 10 mei 2019 met nummer [#] .

Verweerder heeft op 14 mei 2020 op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.

Op 1 juli 2020 heeft eiser op het verweerschrift gereageerd.

Overwegingen
  1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.

  2. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.

  3. Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat de belanghebbende het bestuursorgaan in gebreke heeft gesteld dat besluit te nemen.

  4. Verweerder stelt zich in zijn verweerschrift van 14 mei 2020 onder meer op het standpunt dat zowel het bezwaarschrift van 27 mei 2019 als de ingebrekestelling van 29 augustus 2019 niet eerder dan bij het beroepschrift zijn ontvangen. Dit blijkt onder meer uit de omstandigheid dat er geen ontvangstbevestiging is verzonden en dat er geen uitstel van betaling is verleend. Het bezwaarschrift, ontvangen bij het beroepschrift van 6 februari 2020, zal zo snel mogelijk worden behandeld.

  5. Eiser voert bij brief van 1 juli 2020 aan dat het bezwaarschrift en de ingebrekestelling per reguliere post zijn verzonden.

  6. Uit vaste jurisprudentie (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van beroep van 6 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW7768) volgt dat, indien de geadresseerde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT