Uitspraak Nº BK-19/00529. Gerechtshof Den Haag, 2020-07-22

Datum uitspraak:2020/07/22
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-19/00529

Uitspraak van 22 juli 2020

in het geding tussen:

[X] te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: [Y] )

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam, de Inspecteur,

(vertegenwoordigers: [A] en [B] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 18 juli 2019, nummer SGR 18/7487.

Procesverloop
1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2013 ambtshalve een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 261.894. Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is aan belanghebbende een bedrag van € 4.247 belastingrente in rekening gebracht en is een verzuimboete opgelegd van € 984.

1.2.

Na het tegen de aanslag en de beschikkingen gemaakte bezwaar, heeft de Inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en tevens in behandeling genomen als een verzoek om ambtshalve vermindering als bedoeld in artikel 9.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). Het verzoek om ambtshalve vermindering is afgewezen door de Inspecteur.

1.3.

Bij uitspraak op bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering heeft de Inspecteur het belastbaar inkomen uit werk en woning verminderd tot € 111.240. Daarbij is de belastingrente verminderd tot € 2.295 en de verzuimboete is in stand gelaten.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen laatstgenoemde uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. Er is een griffierecht geheven van € 46. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Er is een griffierecht geheven van € 128. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 10 juni 2020, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Vaststaande feiten
2.1.

Belanghebbende is directeur en enig aandeelhouder van [C] B.V. (de Holding). De Holding houdt meerdere (middellijke) belangen in binnen- en buitenlandse vennootschappen.

2.2.

Belanghebbende sluit op 18 oktober 2006 in privé een kredietovereenkomst met de Hollandsche Bank-Unie N.V. (later: Deutsche Bank, hierna: HBU). Het rekening-courant krediet is volgens de kredietovereenkomst aangegaan voor de financiering van de bedrijfsuitoefening van belanghebbende, namelijk de financiering van de voorbereidingskosten van de ontwikkeling en bouw van een golfresort in [H] . De kredietlimiet bedraagt € 4.500.000. Per ultimo 2013 bedraagt de schuld van belanghebbende aan HBU € 3.343.677,39 (inclusief bijgeschreven rente over 2013).

2.3.

Het krediet heeft een looptijd van twee jaar en is voorzien van een aflossingsschema. De effectieve rente is 5,7% per jaar.

2.4.

De rente verschuldigd aan HBU is bijgeschreven op de hoofdsom. De door belanghebbende over 2013 verschuldigde rente bedraagt € 200.623.

2.5.

In de kredietovereenkomst stelt belanghebbende zekerheid in de vorm van een pandrecht ten behoeve van HBU op alle zaken, waardepapieren, effecten en aandelen in verzameldepots die HBU (in)direct onder zich heeft, en op alle bestaande en toekomstige vorderingen die belanghebbende heeft op HBU.

2.6.

Blijkens een “overeenkomst van variabele geldlening” van 15 november 2006 en de bijbehorende allonge van 19 november 2006, heeft belanghebbende de gelden van het krediet via diverse deelnemingen – [D] B.V., de Holding, [E] B.V. en [F] B.V. – doorgeleend aan de Franse deelneming SARL [G] (de SARL) als schuldenaar. Belanghebbende vertegenwoordigt alle partijen bij de overeenkomst en de allonge.

2.7.

Blijkens de overeenkomst van variabele geldlening en de bijbehorende allonge heeft de lening een looptijd van twaalf jaar en bedraagt de rente 5% per jaar. De rente is ultimo van het betreffende jaar verschuldigd, en zal in rekening-courant dan wel per jaar worden verrekend.

2.8.

In de overeenkomst van variabele geldlening zijn voorts onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“2) Aflossing

a. Op de verschuldigde hoofdsom of het restant daarvan behoeft geen verplichte aflossing te worden gedaan.

b. Aflossingen geschieden in onderling overleg tussen partijen maar de schuld dient uiterlijk te worden afgelost na beëindiging van het project.

c. De aflossingen dienen bovendien te geschieden zodra de geldstromen binnen het project dit toelaten.

d. De schuldenaar is te allen tijde bevoegd zonder nadere aankondiging vooraf de hoofdsom of het restant daarvan geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen.

e. Algehele aflossing van de verschuldigde hoofdsom of het restant daarvan dient uiterlijk plaats te vinden op de dag waarop de looptijd van de lening verstrijkt.

f. De schuldeisers kunnen besluiten zonder toestemming van de schuldenaar de aflossing van de geldlening te cederen aan een derde partij.

3) Opeisbaarheid

De hoofdsom of het restant daarvan en de rente zullen onmiddellijk opeisbaar zijn, zonder waarschuwing of ingebrekestelling, in de volgende gevallen:

a. Bij het niet op tijd betalen van rente.

b. Bij faillissement van de schuldenaar.

c. Bij onder curatelestelling van de schuldenaar.

d. Wanneer de schuldenaar surséance van betaling aanvraagt.

e. Bij het instellen van een bewind in de zin van Boek 1 BW of van een trust.

f. Wanneer één of meer goederen van de schuldenaar geheel of gedeeltelijk door derden in beslag mochten worden genomen.”

2.9.

De rente die op de doorgeleende gelden in 2013 aan de Holding in rekening is gebracht, bedraagt € 190.923.

2.10.

Belanghebbende en de Holding hebben op 1 juni 2010 een rekening-courantovereenkomst gesloten. De overeenkomst heeft een looptijd van twintig jaar.

2.11.

In de rekening-courantovereenkomst zijn onder andere de volgende overwegingen en bepalingen opgenomen:

“In aanmerking nemende dat:

• tussen de partijen formeel sedert enige tijd over en weer regelmatig schulden en vorderingen ontstaan;

• partijen de bedoeling hebben dat genoemde schulden en vorderingen niet afzonderlijk zullen worden voldaan...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT