Uitspraak Nº C/09/537120 / HA ZA 17-832 (voorheen C/09/521159 / HA ZA 16-1244). Rechtbank Den Haag, 2018-04-25

Datum uitspraak:2018/04/25
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/537120 / HA ZA 17-832

(voorheen: C/09/521159 / HA ZA 16-1244)

Vonnis van 25 april 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [eiseres],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.G.J. Elslo te Bilthoven,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] (Verenigd Koninkrijk),

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. C.M. Schouten te Den Haag.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 18 oktober 2016, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 22 februari 2017 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    het faxbericht met bijlagen d.d. 19 april 2017 van de zijde van [eiseres];

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 9 mei 2017.

1.2.

Ter comparitie van 9 mei 2017 is de zaak in verband met het bereiken van overeenstemming op verzoek van partijen doorgehaald. Nadat de zaak op verzoek van [eiseres] weer is opgebracht op de rol van 13 september 2017, heeft deze een nieuw zaak- en rolnummer gekregen.

1.3.

Het verloop van de procedure blijkt vervolgens uit:

  • -

    de brief met producties d.d. 28 augustus 2017 van de zijde van [gedaagde];

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 11 september 2017 van de zijde van [eiseres];

  • -

    de akte houdende vermeerdering van eis in conventie;

  • -

    de ambtshalve beschikking van 18 december 2017 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de akte houdende vermeerdering van eis in conventie en overlegging producties;

  • -

    de antwoordakte in conventie tevens akte wijziging van eis tevens akte overlegging van producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 13 maart 2018.

1.4.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het proces-verbaal van comparitie van 13 maart 2018 dat buiten hun aanwezigheid is opgemaakt. Partijen hebben van deze gelegenheid bij brieven van * respectievelijk * gebruik gemaakt. Deze brieven maken onderdeel uit van het procesdossier.

1.5.

Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.

Partijen zijn op [huw.dd.] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op 16 juni 1999 is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Maastricht d.d. 3 december 1998 in de registers van de burgerlijke stand.

2.2.

[gedaagde] heeft van 16 november 1972 tot 1 december 2007 – en derhalve ook gedurende het huwelijk van partijen – pensioen opgebouwd bij Eurocontrol, gevestigd te Brussel.

2.3.

Partijen hebben op 15 september 2005 een aanvullend alimentatie convenant ondertekend. Zij zijn in artikel 5 van dit convenant het volgende overeengekomen:

“Per 1 december 2007, na het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd, heeft de vrouw recht op het aan haar toekomende deel van het pensioen. De man zal, nu dit pensioenbedrag op dit moment niet exact bekend is, dit pensioenbedrag aanvullen met alimentatie, zodat de man in totaal maandelijks aan de vrouw zal blijven betalen tot 1 juli 2011, wanneer de 12 jaarstermijn eindigt, een bedrag van € 1.300,00 aan alimentatie en pensioen tezamen. Dit totale bedrag van € 1.300,00 zal jaarlijks worden geïndexeerd maar voor het eerst per 1 januari 2008.

Na 1 juli 2011, wanneer de 12 jaarstermijn eindigt, heeft de vrouw alleen nog recht op het aan haar toekomende deel van het pensioen.”

2.4.

De rechtbank Maastricht heeft bij beschikking van 9 mei 2006 – voor zover hier van belang – :

  • -

    de man veroordeeld om met ingang van 1 december 2007 het door de vrouw te ontvangen bedrag aan pensioen aan te vullen tot een zodanig bedrag dat de vrouw in totaliteit een bedrag van € 1.300,-- bruto per maand aan inkomsten heeft;

  • -

    bepaald dat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw eindigt per 1 juli 2011.

2.5.

[gedaagde] is op 1 september 2006 naar het Verenigd Koninkrijk geëmigreerd. Op 1 december 2007 is hij met pensioen gegaan.

2.6.

[gedaagde] heeft tot 1 juli 2011 overeenkomstig voormelde beschikking van de rechtbank Maastricht alimentatie en pensioen aan [eiseres] voldaan.

2.7.

Bij e-mail van 17 mei 2011 heeft [eiseres] [gedaagde] als volgt bericht:

“[..] Ik krijg nog EEN keer. Officieel tot 1 juli, dat is wat ik LEES in de beschikking. Dat staat er toch echt hoor !!... Dat je er nu eindelijke van af wilt snap ik heeeeel goed, afspraak is afspraak….. dus juni nog en dan KLAAR !! he,he….”

2.8.

Na 1 juli 2011 heeft [gedaagde] geen maandelijkse betalingen meer aan [eiseres] verricht.

2.9.

Bij e-mail van 22 juni 2015 heeft [eiseres] [gedaagde] als volgt bericht:

“Onlangs kwam ik in mijn administratie de stukken van de scheiding tegen. De alimentatie is dus gestopt maar dat geldt niet voor het partnerpensioen, want dat had volgens het convenant gewoon door moeten lopen. We hebben er nooit over gesproken, maar ik realiseer me nu dat dit wel iets is wat voor mij belangrijk is. Ik wil graag de zaken eens op een rij zetten voor mijn oude dag. Kun je mij informatie doen toekomen over het gedeelte partnerpensioen dat mij toekomt vanuit jouw pensioen. (het jaaroverzicht van het pensioen van Eurocontrol) [..].”

2.10.

Omdat partijen vervolgens geen overeenstemming konden bereiken over het door [gedaagde] te betalen pensioendeel heeft [eiseres] deze procedure aanhangig gemaakt.

2.11.

Ter comparitie van 9 mei 2017 hebben partijen ter beëindiging van hun geschil een regeling (hierna: de schikkingsovereenkomst) getroffen met de volgende inhoud:

1. Partijen stellen vast dat het aandeel van [eiseres] in het ouderdomspensioen van [gedaagde] een bedrag van € 739 bruto per maand bedraagt, met ingang van 1 juli 2011 jaarlijks vanaf 1 juli te indexeren met de jaarlijks door het CBS gepubliceerde indexering.

2. De advocaten van partijen schakelen in onderling overleg een fiscalist werkzaam bij Ernst & Young of Deloitte en Touche of KPMG in ter verkrijging van een standpuntbepaling met betrekking tot de afgedragen en eventueel terug te ontvangen inkomstenbelasting van [gedaagde] over het verleden aan de belastingdienst in het Verenigd Koninkrijk en de in de toekomst door partijen af te dragen belasting in het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Daarbij zal tevens worden onderzocht of een schenking van [gedaagde] aan [eiseres] ter hoogte van het aan haar toekomende pensioendeel over het verleden een voor beide partijen fiscaal gunstige mogelijkheid is. Partijen hebben tot doel dat noch over het verleden, noch voor de toekomst dubbel belasting wordt afgedragen en dat over de betalingen sprake is van een zo laag mogelijke belastingdruk.

3. De kosten van de in te schakelen fiscalist worden gezamenlijk bij helfte door partijen gedragen. Partijen streven ernaar vóór 1 september 2017 standpuntbepalingen te hebben verkregen.

4. Partij [gedaagde] betaalt aan partij [eiseres] het netto equivalent van het achter 1. genoemde geïndexeerde en te indexeren pensioenaandeel, met inachtneming van de standpuntbepalingen van de belastingdienst in het Verenigd Koninkrijk en Nederland zoals achter 2. verwoord.

5. Betaling zal plaatsvinden uiterlijk vóór de eerste dag van de maand op rekeningnummer NL93ABNA0442909810 ten name van M.G.M. [eiseres]. Betaling van het over het verleden af te dragen pensioenaandeel zal plaatsvinden uiterlijk zes weken na verkrijging van de achter 2. genoemde standpuntbepalingen.

6. Partijen hebben na uitvoering van deze regeling met betrekking tot dit geschil in conventie en in reconventie over en weer niets meer van elkaar te vorderen en zullen elkaar ter zake over en weer finale kwijting verlenen.

7. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

8. Partijen verzoeken doorhaling van de zaak per heden. Zo nodig wordt de zaak opnieuw opgebracht in het geval verschil van inzicht ontstaat over de uitleg en de uitvoering van deze vaststellingsovereenkomst.

2.12.

Per e-mail van 15 mei 2017 heeft de heer [naam 1] mr. Schouten als volgt bericht:

“De taak van mr. Elslo zit erop en alleen ik vertegenwoordig mevrouw [eiseres] weer. Ik verzoek u mij te berichten of u ermee instemt dat ik offertes opvraag bij de die on het P-V vermelde accountantskantoren.”

2.13.

Hierop heeft mr. Schouten per e-mail van 18 mei 2017 als volgt geantwoord:

“Client is ermee akkoord dat u de offertes opvraagt. In uw correspondentie met de accountantskantoren dien ik wel cc te worden opgenomen. Ik verzoek u hen te verzoeken mij in hun mail cc op te nemen. Ik vertrouw erop dat u slechts per mail met de accountantskantoren communiceert.”

2.14.

Vervolgens proberen [gedaagde] en de heer [naam 1] per e-mail op andere wijze overeenstemming te bereiken over de aan [eiseres] te betalen bedragen.

2.15.

Per e-mail van 26 juni 2017 bericht de heer [naam 1] [gedaagde] als volgt:

“Zo komen we er niet uit. We zullen een fiscalist moeten inschakelen zoals afgesproken in het P-V. U dient rekening te houden met een uurtarief van rond de € 450,00, exclusief BTW en kantoorkosten (dus rond de € 570,00 all-in p/u). Ik zal de offertes (nogmaals) opvragen. Akkoord?”

2.16.

Hierop heeft [gedaagde] per e-mail van 28 juni 2017 geantwoord:

“Er is in ieder geval vastgesteld dat ik hier belasting moet betalen over het pensioen (door een belastingdeskundige EN de Engelse belastingdienst) en ik denk dat de Heer [naam 2] duidelijk mogelijkheden aangegeven heeft hoe het verder kan gaan. Mevrouw [eiseres] is dan dus geen belasting verschuldigd in NL. We komen er niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT