Uitspraak Nº C/09/530449 / HA ZA 17-391. Rechtbank Den Haag, 2018-08-29

Datum uitspraak:2018/08/29
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/530449 / HA ZA 17-391

Vonnis van 29 augustus 2018

in de zaak van

1.[BV I],

2.[BV II],

3.[BV III],

4.[BV IV],

5.[BV V],

alle gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. J. Fleming te Amsterdam,

tegen

[MNB] ,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E. Smid te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [BV I c.s.] en MNB genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 27 maart 2017 met bijbehorende producties 1 t/m 84;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie met bijbehorende producties 1 t/m 63;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie, tevens vermeerdering van eis in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie met bijbehorende producties 85 t/m 97;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie, tevens van repliek in reconventie, tevens houdende incidentele vorderingen, tevens akte wijziging eis met bijbehorende producties 64 t//69;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie met bijbehorende producties 111 t/m 112;

  • -

    het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal van het pleidooi van 4 juni 2018 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

1.3.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op de inhoud van het proces-verbaal van pleidooi. MNB heeft hiervan bij brief van 22 juni 2018 gebruikt gemaakt en [BV I c.s.] bij brief van 26 juni 2018. Op deze stukken wordt alleen acht geslagen voor zover daarin sprake is van aanvullingen van feitelijke aard. De stukken zullen aan het proces-verbaal worden gehecht.

2 De feiten
2.1.

De rechtbank gaat uit van de navolgende (gestelde en niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken) feiten.

2.2.

De [PP-groep] (hierna: PP Groep) is een familiebedrijf, waarin een onderneming wordt gedreven die actief is in de visserij en visverwerking. Het bedrijf bestaat uit verschillende werkmaatschappijen. De aandelen in de werkmaatschappijen worden gehouden door [de Holding] B.V. (hierna: de Holding). De aandelen in de Holding worden gehouden door de Stichting Administratiekantoor van aandelen in [de Holding] (hierna: de STAK). De STAK heeft certificaten uitgegeven (hierna: de certificaten). De certificaten zijn verdeeld over vier staken, waarbij iedere staak in het bezit is van 25% van het totale aantal certificaten. Twee staken bestaan uit (beheermaatschappijen van) de [familie I] . Zij houden de certificaten J en A. De andere twee staken bestaan uit (beheermaatschappijen van) de [familie II] . Zij houden de certificaten N en D.

2.3.

Het geschil heeft betrekking op het belang van de [familie II] in de PP Groep. De D-certificaten van de staak van [X] worden door ieder van eiseressen voor 1/5e deel gehouden. De N-certificaten in de staak die is gerelateerd aan de broer van [X] , [Y] , werden in ieder geval tot 13 maart 2017 gehouden door MNB. De aandelen in MNB worden gehouden door de kinderen van [Y] , te weten [A] , [B] , [C] (hierna: [C] ) en [D] ( [D] ) [D] (hierna: [D] ). [Y] was tot 19 mei 2015 enig en zelfstandig bevoegd bestuurder van MNB. Vanaf 20 mei 2015 waren [D] en [C] gezamenlijk bevoegd bestuurders van MNB. Sinds 15 juni 2016 is [Y] weer enig bestuurder van MNB.

2.4.

In het verleden is op de door MNB gehouden N-certificaten een pandrecht gevestigd ten behoeve van [BV VI] (hierna: [BV VI] ) tot zekerheid van de terugbetaling van een aan MNB geleend bedrag van € 10.750.734,-.

2.5.

In een bericht van 10 oktober 2014 heeft [D] aan [X] geschreven, voor zover thans relevant:

“(…) Hierbij vraag ik, [D] , u en uw kinderen (de [X] -stak zijnde de certificaathouders van 25% aandelen in [de Holding] B.V. ) de volgende vraag:

Hebben jullie interesse in de 25% certificaten van aandelen in [de Holding] B.V. van [BV VII] en, zo ja, wat willen jullie hiervoor betalen?

(…) Wanneer er interesse is in onze 25% certificaten van aandelen, neem ik het antwoord serieus wanneer jullie een bedrag geboden hebben en dit bod ondertekend is door u, [E] , [F] en [G] .

Wanneer er helemaal geen antwoord op mijn vraag volgt, dan ga ik ervanuit dat jullie geen interesse hebben.

[A] , [C] , [B] , en mijn vader [Y] zijn allen op de hoogte van dit gesprek. (…).”

2.6.

In een e-mailbericht van 19 november 2014 heeft [X] aan [D] geschreven, voor zover thans relevant:

“(…) Namens [E] , [F] en [G] wil ik jullie meedelen dat we interesse hebben in de 25% certificaten van aandelen in [de Holding] B.V.

Om tot een prijsvorming te kunnen komen stellen we voor dat jullie en wij een externe adviseur inhuren die gezamenlijk in overeenstemming een derde externe adviseur inhuren. Dit driemanschap krijgt dan van jullie en ons gezamenlijk de opdracht om een waarde te bepalen van deze 25% certificaten van aandelen. Als deze drie personen vervolgens met een waardebepaling komen, hebben zowel jullie als wij het recht om nee te zeggen.

We willen dit serieus aanpakken om tot een serieuze en gedegen berekening van de waarde van de aandelen te komen. (…).”

2.7.

In een e-mailbericht van 23 november 2014 heeft [D] aan [X] geschreven, voor zover thans relevant:

“(…) Ik begrijp uit uw antwoord dat jullie interesse hebben, maar dit voorstel is alleen niet een antwoord op mijn brief.

De bedoeling van mijn persoonlijk brief is dat er een oplossing komt in de vorm van een bod zodat we dit alles achter ons kunnen laten.

Indien jullie het serieus willen behandelen zie ik jullie bod op ons 25% PP belang alsnog binnen 14 dagen tegemoet. (…).”

2.8.

Hierop zijn van beide kanten schriftelijke voorstellen gevolgd. Op 23 december 2014 heeft [D] aan [X] gemaild, voor zover thans relevant:

“(…) Bedankt voor jullie reactie.

Het oorspronkelijke all inclusive bedrag van 132,5 is als volgt opgebouwd:

128 miljoen wat voorkomt uit de jaarrekeningen van [de Holding]

4,5 miljoen wat voorkomt uit het belang Haringvisserijbelang en 1/3 Harderwijk

1. 25% certificaten van aandelen in PP groep ( [Y] STACK):

Optie A:

€ 122.500.000 cash bij overdracht van 25% certificaten van aandelen in PP groep. De overdracht vindt plaats op de bank (Rabobank).

Wij leveren bij de overdracht de volgende documenten:

(…)

De 25% certificaten van aandelen in PP groep worden alleen voor bovenstaand bedrag overgedragen wanneer jullie de volgende documenten leveren:

(…)

Eventuele voorwaarden dienen wettelijk bepaald te zijn.

Dus zonder beding.

(…)

Optie B:

€ 128.000.000 waarvan:

€ 120.000.000 cash bij overdracht (hierbij gelden dezelfde voorwaarden als hierboven onder optie A omschreven)

€ 8.000.000 verdeeld in termijnen. (…)

(…)

[D]

Namens de [Y] STACK”

2.9.

In een e-mailbericht van 28 december 2014 heeft [X] aan [D] geschreven, voor zover thans relevant:

“(…)

1. Wij kunnen optie A bevestigen

122.500.000 cash bij overdracht van de 25% certificaten in pp groep

Wij zullen morgen de volgende documenten sturen

(…)

[X]

Namens [X] stack”

2.10.

Als bijlage bij een e-mailbericht van 29 december 2014 heeft [X] aan [D] een koopovereenkomst voor de N-certificaten verzonden.

2.11.

In een e-mailbericht van 30 december 2014 heeft [D] aan [X] geschreven, voor zover thans relevant:

“(…) Bedankt voor jullie email van 28 december 2014 waarin de prijzen bevestigd worden zoals vermeld in onze email van 23 december 2014.

Zoals al aangeduid in onze email van 23 december 2014, dienen formaliteiten en documenten geleverd te worden met als doel een overdracht met alleen wettelijke en statutaire eisen etc. Etc.

Wij willen deze weg dan ook vervolgen (…)

[D]

Namens de [Y] STACK”

2.12.

Op enig moment is notaris [de notaris 1] (hierna: de notaris) door [BV I c.s.] betrokken bij de verkoop en levering van de N-certificaten. Op 10 februari 2015 heeft de notaris in een brief aan MNB, ter attentie van [Y] , gerefereerd aan hun bespreking van 2 februari 2015 en enkele opmerkingen gemaakt ten aanzien van de aanbiedingsprocedure. In de brief is onder meer het volgende opgenomen:

“(…) Geachte heer [… 1] , Beste [Y] ,

Na onze bespreking van maandag 2 februari jl., ben ik – mede naar aanleiding van jouw opmerkingen – nauwkeurig nagegaan of de aanbiedingsprocedure op de juiste wijze is gevolgd.

Zoals jij aangaf vertoonde de gevolgde procedure hier en daar een hiaat. In overleg met Stichting Administratiekantoor van aandelen in [de Holding] is besloten om de gehele procedure over te doen en jou een voorbeeld van een aanbiedingsbrief ter beschikking te stellen. (…)”

2.13.

In de voorbeeldbrief die de notaris heeft vervaardigd, staat dat de aanbieding geschiedt onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de aandelen worden aangeboden voor een vaststaande totaalprijs van € 122.500.000,-.

2.14.

[D] heeft bij brief van 18 februari 2015 gereageerd op de brief van de notaris van 10 februari 2015. Zij heeft in het post scriptum van haar brief het volgende geschreven:

“(…) Bedankt voor de voorbeeldbrieven, gemaakt door dhr. [de notaris 1] , aangaande de juiste aanbieding van de aandelen/certificaten.

Aangezien er niks in de statuten staat over het vermelden van de verkoopsom aangaande de aanmelding van de statuten kunnen we deze voorbeeldbrief dan ook niet accepteren”.

2.15.

In een e-mail van 10...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT