Uitspraak Nº C-09-453535-HA ZA 13-1217. Rechtbank Den Haag, 2016-09-14

Datum uitspraak:14 september 2016
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/453535 / HA ZA 13-1217

Vonnis van 14 september 2016

in de hoofdzaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] (gemeente [gemeente] ),

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND,

gevestigd te Leiden,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. H.N.T. Hoogwout te Leiden,

en in tussenkomst:

1 [curator 1] ,

2. [curator 2] ,

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van [B],

beiden kantoorhoudende te [plaats] ,

eisers in conventie in tussenkomst, verweerders in reconventie in tussenkomst,

advocaat mr. M.H.M. Deppenbroek te Doetinchem.

Partijen zullen hierna respectievelijk [A] , HHR en de curatoren genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 oktober 2013, met producties;

  • -

    de akte houdende wijziging/aanvulling dagvaarding met wijziging/aanvulling grondslag eis en vermindering van eis van 14 januari 2015, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst met conclusie van eis in de hoofdzaak van de curatoren van 15 januari 2015, met producties;

  • -

    de incidentele antwoordconclusie tot tussenkomst van [A] van 28 januari 2015;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident tot tussenkomst van HHR van 28 januari 2015;

  • -

    het vonnis in incident tot tussenkomst van 25 februari 2015;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie in tussenkomst met eis in reconventie van [A] van 6 mei 2015, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie in de hoofdzaak (met eis in reconventie) van HHR van 3 juni 2015, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie in tussenkomst (met eis in reconventie) van HHR van 17 juni 2015, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 15 juli 2015 waarin een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de brief van HHR van 3 november 2015, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie in tussenkomst van de curatoren van 4 december 2015;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie en vermindering van eis in tussenkomst van de curatoren van 4 december 2015, met productie;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 4 december 2015 en de daarin genoemde gedingstukken;

  • -

    de akte vermindering van eis in conventie in tussenkomst en uitlaten voortprocederen in conventie en in reconventie in tussenkomst van de curatoren van 13 januari 2016;

  • -

    de akte uitlaten voortprocederen in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en in tussenkomst van HHR van 13 januari 2016.

1.2.

Het proces-verbaal van de comparitie is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. HHR en [A] hebben van deze gelegenheid gebruikgemaakt bij brief van 16 december 2015 respectievelijk 21 december 2015. De brieven zijn aan het proces-verbaal gehecht en maken onderdeel uit van het procesdossier.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.

Op 2 oktober 2012 hebben HHR en [B] (hierna: [B] ) een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten voor het werk Kadeverbetering Zoeterwoude Dorp (hierna: het werk Zoeterwoude) voor een aanneemsom van € 923.000,- exclusief BTW.

2.2.

De Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (hierna: UAV) zijn op de overeenkomst tussen HHR en [B] van toepassing verklaard. De UAV behelzen - onder meer - het volgende:

HOOFDSTUK XI BETALING, OMZETBELASTING, KORTINGEN, VERPANDING

§ 40 Betaling

(…)

12 Indien door in gebreke blijven of onvermogen van de aannemer de opdrachtgever het werk geheel of gedeeltelijk uitvoert, of door anderen doet uitvoeren, wordt de betaling opgeschort, totdat zal zijn gebleken, welk bedrag dientengevolge door of aan de aannemer verschuldigd is. (…)

13 In de in het voorgaande lid bedoelde gevallen heeft de opdrachtgever tevens het recht om voor rekening van de aannemer rechtstreeks aan onderaannemers en leveranciers een billijke vergoeding uit te keren voor de werkzaamheden en leveringen, waarvoor deze nog geen betaling genoten. De opdrachtgever gaat hiertoe niet over dan na de aannemer of diens wettelijke vertegenwoordiger ter zake te hebben gehoord.

(…)

HOOFDSTUK XIII IN GEBREKE BLIJVEN, ONVERMOGEN OF OVERLIJDEN VAN EEN DER PARTIJEN

(…)

§ 46 In gebreke blijven, onvermogen of overlijden van de aannemer

(…)

3 Ingeval de aannemer in staat van faillissement wordt verklaard, is de opdrachtgever bevoegd de curator te sommeren om binnen acht dagen te verklaren of hij bereid is het werk voort tet zetten onder zodanige genoegzame zekerheidstelling als de opdrachtgever blijkens de sommatie verlangt.
(…)
Indien de curator niet bereid is het werk voort te zetten, is de opdrachtgever gerechtigd het werk voor rekening van de aannemer te voltooien of te doen voltooien, onverminderd des opdrachtgevers recht op schadevergoeding.

(…)”

2.3.

Op 4 februari 2013 heeft [B] een overeenkomst tot (onder)aanneming van werk gesloten met [A] ten aanzien van het werk Zoeterwoude voor een aanneemsom van € 429.000,- exclusief BTW.

2.4.

Het werk Zoeterwoude is gesplitst in deeltraject 1A en deeltraject 1B, waarbij 1A de waterkering betrof aan de noordzijde van de Ommedijkse Watering en 1B de waterkering aan de noordzijde van de Noord-Aa en aan de westzijde van de Zuid Buurtse Watering.

Het werk Zoeterwoude had betrekking op de kadeverbetering van de waterkeringen en bestond voornamelijk uit het uitvoeren van grondwerk en uit het verwijderen en aanbrengen van a) verhardingen, b) beschoeiingen en damwanden, c) afrasteringen, d) groen en e) betonblokkenmatten en verder uit het verrichten van bijkomende werkzaamheden.

2.5.

Het werk Zoeterwoude kent een kilometers lang werk- en bouwterrein. Van ongeveer de helft van de kades van deeltraject 1A is HHR eigenaar. De overige kades van deeltraject 1A en 1B zijn in eigendom van derden. Een deel van de betreffende kades is als wandelpad openbaar toegankelijk. Vanuit de omliggende weilanden zijn de kades eveneens vrij toegankelijk.

2.6.

Tijdens het verrichten van de werkzaamheden door [A] heeft op 13 maart 2013 op deeltraject 1A een calamiteit plaatsgevonden, bestaande uit het opbarsten/afschuiven van een sloot. Dit heeft meerwerkzaamheden tot gevolg gehad.

2.7.

Aangezien [A] geen betalingen heeft ontvangen voor reeds door haar uitgevoerde werkzaamheden, heeft zij op 10 juni 2013 haar werkzaamheden jegens [B] opgeschort en haar retentierecht ingeroepen.

2.8.

Op 11 juni 2013 heeft HHR haar betalingsverplichtingen jegens [B] opgeschort.

2.9.

[B] is op 18 juni 2013 failliet verklaard, met benoeming van de curatoren als zodanig.

2.10.

HHR heeft de curatoren op 18 juni 2013 een termijn gesteld om te berichten of zij de overeenkomst met betrekking tot het werk Zoeterwoude gestand zouden doen.

2.11.

Op 30 oktober 2013 heeft HHR de hoofdaannemingsovereenkomst met [B] ontbonden.

2.12.

[A] heeft met betrekking tot het werk Zoeterwoude een totaalbedrag van € 359.298,67 (OB verlegd) niet betaald gekregen.

2.13.

[B] heeft in de periode van 8 maart 2013 tot en met 8 april 2013 bij HHR facturen ingediend voor de 1e tot en met 3e termijn van respectievelijk € 168.864,19 exclusief BTW, € 197.910,67 exclusief BTW en € 71.673,89 exclusief BTW (in totaal: € 438.448,75). HHR heeft deze facturen tijdig aan [B] betaald.

2.14.

[B] heeft op 17 april 2013, vanwege de calamiteit, aan HHR meerwerkfacturen gestuurd ten bedrage van respectievelijk € 74.409,50 exclusief BTW, € 11.250,- exclusief BTW en € 67.881,- exclusief BTW (in totaal € 153.540,50). HHR heeft deze facturen tijdig aan [B] betaald.

2.15.

Op 23 mei 2013 respectievelijk 10 juni 2013 heeft [B] bij HHR de 4e en 5e termijn à € 86.673,53 exclusief BTW respectievelijk € 94.254,47 exclusief BTW ingediend. Ten tijde van het faillissement van [B] waren de betalingstermijnen nog niet verstreken. In verband met haar beroep op opschorting heeft HHR deze termijnen niet meer betaald. [A] en HHR hebben nadien in onderling overleg de 6e termijn becijferd op € 9.841,46 exclusief BTW. Ook dat bedrag is door HHR niet betaald.

2.16.

Daarnaast is HHR akkoord gegaan met de door [A] ter zake geclaimde kosten voor meerwerk vanwege de calamiteit van respectievelijk € 19.143,30 exclusief BTW en € 11.535,30 exclusief BTW. Deze bedragen zijn door [B] niet bij HHR in rekening gebracht.

3 Het geschil in de hoofdzaak in conventie
3.1.

[A]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT