Uitspraak Nº C/09/540872 / HA ZA 17-1048. Rechtbank Den Haag, 2019-05-01

Datum uitspraak: 1 mei 2019
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/540872 / HA ZA 17-1048

Vonnis van 1 mei 2019

in de zaak van

1. [eiseres 1] te [woonplaats 1] ,

2. [eiseres 2] te [woonplaats 2] ,

3. [eiseres 3] te [woonplaats 3] ,

4. [eiseres 4] te [woonplaats 4] ,

eiseressen,

advocaat mr. Ch. Samkalden te Amsterdam,

tegen

1. ROYAL DUTCH SHELL PLC te Londen, Verenigd Koninkrijk, kantoorhoudend te Den Haag,

2. SHELL PETROLEUM N.V. te Den Haag,

3. THE SHELL TRANSPORT AND TRADING COMPANY LIMITED te Londen,

4. THE SHELL PETROLEUM DEVELOPMENT COMPANY OF NIGERIA LTD te Port Harcourt, Rivers State, Federale Republiek Nigeria,

gedaagden,

advocaat mr. W.I. Wisman te Den Haag.

Eiseressen zullen gezamenlijk eiseressen worden genoemd en individueel respectievelijk [eiseres 1] , [eiseres 2] , [eiseres 3] en [eiseres 4] . Gedaagden zullen gezamenlijk gedaagden worden genoemd en individueel respectievelijk RDS, SPNV, STTC en SPDC.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 juni 2017 met producties 1 tot en met 269;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 204;

- het vonnis waarbij een meervoudige comparitie van partijen is bepaald;

- de conclusie van eis in het exhibitie-incident met producties 1 tot en met 3;

- de akte houdende overlegging producties (205 en 206) van gedaagden;

- de conclusie van antwoord in het exhibitie-incident met één productie (207);

- de akte overlegging producties (270 t/m 291, en een addendum bij productie 34) van eiseressen;

- het proces-verbaal van de meervoudige comparitie van partijen van 12 februari 2019.

1.2. Het proces-verbaal is met instemming van partijen buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Zij zijn in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na toezending van het proces-verbaal opmerkingen van feitelijke aard daarover te maken. Eiseressen hebben bij brief van 14 maart 2019 en gedaagden bij brief van 13 maart 2019 van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Deze brieven maken deel uit van het procesdossier en het vonnis wordt gewezen met inachtneming van deze brieven, voor zover het correcties van feitelijke aard betreft.

2. De feiten

2.1. Eiseressen zijn de weduwen van vier van negen mannen, die ook wel bekend zijn als de Ogoni 9. Zij behoren tot de Ogoni, een bevolkingsgroep in Nigeria, die leeft in het in de provincie Rivers State gelegen Ogoniland. De Ogoni 9 zijn op 10 november 1995 in Nigeria opgehangen na door een speciaal tribunaal ter dood te zijn veroordeeld vanwege betrokkenheid bij de dood van vier traditionele Ogoni-leiders.

2.1.1 [eiseres 1] is de weduwe van dr. [A] ( [A] ) , die in januari 1994 was benoemd tot Honourable Commissioner van het ministerie van Handel, Industrie en Toerisme van de provincie Rivers State en die in die functie functioneerde als schakel tussen de Ogoni en de Nigeriaanse autoriteiten.

2.1.2 [eiseres 2] is de weduwe van [B] , die vanaf de oprichting een prominent lid was van MOSOP (zie hierna onder 2.13) en NYCOP (zie ook onder 2.13).

2.1.3 [eiseres 3] is de weduwe van [C] , die zich in 1993 had aangesloten bij NYCOP.

2.1.4 [eiseres 4] is de weduwe van [D] , die zich in 1993 had aangesloten bij MOSOP.

2.2. Shell Petroleum N.V. (SPNV) is de rechtsopvolger onder algemene titel van N.V. Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij (Royal Dutch). Royal Dutch en de rechtspersoon naar Engels recht The Shell Transport and Trading Company Limited (STTC) waren in de voor deze procedure relevante periode, 1990-1995 (hierna: “de relevante periode” of “1990-1995”), de moedermaatschappijen van de Shell-groep (Group Parent Companies). Royal Dutch en STTC – hierna ook tezamen ‘de moedermaatschappijen’ – werkten samen op grond van een in 1907 gesloten overeenkomst.

2.3. Royal Dutch en STTC hielden de aandelen in de houdstermaatschappijen van de Shell-groep (de Group Holding Companies), waartoe onder meer SPNV en de rechtspersoon naar Engels recht Shell Petroleum Company Ltd (SPCo) behoorden. De Group Holding Companies hielden de aandelen van de werkmaatschappijen binnen de Shell-groep, waaronder Shell Petroleum Development Company of Nigeria Ltd (SPDC), een rechtspersoon naar Nigeriaans recht.

2.4. SPDC is de voortzetting van Shell D’Arcy, dat in 1938 in Nigeria een vergunning verkreeg om naar olie te zoeken. In april 1956 werd de naam van dit bedrijf gewijzigd in Shell-BP Petroleum Development Company of Nigeria Limited. In december 1979 is de naam van dit bedrijf opnieuw gewijzigd in haar huidige naam SPDC. SPCo hield in de relevante periode 99,9% van de aandelen in SPDC; SPNV hield in deze periode 0,1% van de aandelen in SPDC.

2.5. De rechtspersoon naar Engels recht Royal Dutch Shell plc (RDS) is sinds een herstructurering in 2005 de (enige) moedervennootschap van de Shell-groep. Deze herstructurering omvatte onder meer een fusie, waarbij Royal Dutch is opgegaan in SPNV. RDS is bovenaan de Shell-groep geplaatst en heeft geen verplichtingen van andere vennootschappen binnen de Shell-groep overgenomen.

2.6. Naast de Group Parent Companies, de Group Holding Companies en de werkmaatschappijen behoorden in de relevante periode tot de Shell-groep ook Service Companies, waaronder Shell Internationale Petroleum Maatschappij B.V. (SIPM) en de rechtspersoon naar Engels recht Shell International Petroleum Company Limited (SIPC). Deze Service Companies voorzagen de Shell-groep van advies en expertise, bijvoorbeeld op het gebied van ingenieurswerk, geofysica, geologie, veiligheid en public affairs.

2.7. Tussen de Group Parent Companies bestond op organisatorisch niveau een overlegorgaan, aangeduid als de “Conference”. In de Conference kwamen de leden van de Raad van Commissarissen en de Directie van Royal Dutch en de Board of Directors van STTC bijeen. Daarnaast kende de Shell-groep het zogenoemde Comité van Directeuren (het CMD). Dit was een gemeenschappelijk, informeel college ingesteld door de Raden van Beheer van de Group Holding Companies. Ieder lid van het CMD was hetzij lid van de Directie van Royal Dutch, hetzij lid van de Board of Directors van STTC en lid van de Raden van Beheer van beide Group Holding Companies.

2.8. SPDC was en is thans nog operator in een in april 1973 opgerichte Nigeriaanse joint venture zonder rechtspersoonlijkheid die actief is in het opsporen, produceren en transporteren van aardolie en aardgas. De verhoudingen binnen de joint venture zijn in de loop der tijd gewijzigd. In de relevante periode had SPDC een belang van 30%. De rechtspersoon naar Nigeriaans recht Nigerian National Petroleum Company (NNPC) had een belang van 55%. Elf en Agip hadden een belang van 10% respectievelijk 5%. Binnen de joint venture waren in de relevante periode de taken als volgt verdeeld: de operator bereidde de werkprogramma’s en budgetten voor en de partners in de joint venture leverden op cash calls het kapitaal voor de werkzaamheden van de operator, die tevens verantwoordelijk was voor alle aspecten van oliewinning en -exploitatie van de joint venture. De joint venture had een Operating Committee (OPCOM), bestaande uit zes vertegenwoordigers van NNPC, vier vertegenwoordigers van SPDC, een vertegenwoordiger van Elf en een vertegenwoordiger van Agip. OPCOM was verantwoordelijk voor het algemene toezicht, de leiding en het bestuur van alles wat de joint venture betrof, waaronder het goedkeuren, aanpassen of verwerpen van voorgenomen besluiten over projecten en begrotingen.

2.9. De joint venture won onder meer olie in Ogoniland. Zij exploiteerde daar in ieder geval tot 1993 twaalf olievelden met 116 putten, vijf flow stations, verschillende manifolds en pijpleidingen.

2.10. SPDC had in 1990-1995 beveiligers in dienst, die geen vuurwapens mochten dragen. Daarnaast werden het personeel en de bezittingen van de joint venture beveiligd door reguliere politie (supernumerary police SPY, in de volksmond ook aangeduid als Shell police) en dog handlers. Deze politiefunctionarissen, die in dienst waren van de Nigeria Police Force, waren vaak langdurig verbonden aan bedrijven, die daar op grond van artikel 18, lid 4, van de Nigeriaanse Police Act een vergoeding voor betaalden aan de Nigeriaanse overheid. Ook betaalden deze bedrijven het salaris van deze politiefunctionarissen.

2.11. In 1985 is Major-General [E] door middel van een staatsgreep in Nigeria aan de macht gekomen. Hij is in augustus 1993 afgetreden. Na een interim regering onder [F] , is generaal [G] ( [G] ) in november 1993 aan de macht gekomen met een staatsgreep. Hij was staatshoofd van Nigeria tot zijn dood in 1998.

2.12. In oktober 1990 protesteerden bewoners van Umuechem, een dorp net buiten Ogoniland, tegen gebrekkige elektriciteits- en watervoorzieningen in Umuechem en het ontbreken van een redelijke vergoeding voor de onteigening en exploitatie van hun land. Nadat de divisional manager east van SPDC, [H] ( [H] ), op 29 oktober 1990 aan de Nigeriaanse Commissioner of Police had gevraagd om “security protection (preferably by Mobile Police Force)”, trad de Mobile Police Force (MOPOL) op 31 oktober 1990 op tegen de demonstranten in Umuechem. Daarbij vielen tientallen doden en vele gewonden. 495 huizen werden in brand gestoken.

2.13. In 1990 is de Movement for the Survival of the Ogoni People (MOSOP) opgericht door [I] ( [I] ). MOSOP protesteerde tegen de oliewinning in Ogoniland. Haar programma is neergelegd in de in 1991 opgestelde Ogoni Bill of Rights. MOSOP richtte zich op meer politieke autonomie van Ogoniland, een rechtvaardige vergoeding voor het gebruik van Ogoniland en de zich daarin bevindende grondstoffen en herstel van de schade die is ontstaan door olie-exploitatie. Later, in 1993, werden organisaties opgericht die fungeerden onder de paraplu van MOSOP. Eén daarvan was de jeugdbeweging National Youth Council of Ogoni People (NYCOP).

2.14. Op 20 en 21 juli...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT