Uitspraak Nº C/09/570223 / FA RK 19-2012. Rechtbank Den Haag, 2019-06-26

Datum uitspraak:26 juni 2019
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL

Rechtbank Den HAAG

Meervoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 19-2012

Zaaknummer: C/09/570223

Datum beschikking: 26 juni 2019

Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 15 maart 2019 ingekomen verzoek van:
[Y] ,

de vader,

wonende te [woonplaats] , Litouwen,

advocaat: mr. J.E.C. Verhoeff te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. C.C.B. Boshouwers te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het verweerschrift.

Op 25 april 2019 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, vergezeld van de tolk mevrouw [naam tolk] en bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder, vergezeld door de tolk mevrouw [naam tolk] en bijgestaan door haar advocaat, alsmede de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) in de persoon van mevrouw [medewerker RvdK] en mevrouw [medewerker RvdK] .

Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. J.T.W. van Ravenstein.

Op de regiezitting is aan de moeder en de vader de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. De moeder en de vader hebben ter zitting aangegeven van deze mogelijkheid gebruik te willen maken.

De behandeling ter zitting is aangehouden in afwachting van het resultaat van de crossborder mediation.

Op 26 april 2019 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat na de intakegesprekken met de mediators de mediators hebben besloten dat de zaak op dit moment niet geschikt is voor crossborder mediation.

Bij beschikking van 29 april 2019 is mr. drs. A.M. Beijersbergen-van Bosveld Heinsius benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , Litouwen. De bijzondere curator is verzocht de volgende vragen te beantwoorden:

1. Wat geeft [minderjarige] zelf aan over een eventueel verblijf in Litouwen en een eventueel verblijf in Nederland?

2. In hoeverre lijkt [minderjarige] zich vrij te kunnen uiten?

3. In hoeverre lijkt [minderjarige] de gevolgen van het verblijf in Litouwen of het verblijf in Nederland te overzien?

4. Wil [minderjarige] met de rechter(s) spreken en zo ja, wenst [minderjarige] dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?

5. Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?

De rechtbank heeft op 20 mei 2019 het rapport van de bijzondere curator van 20 mei 2019 ontvangen.

Daarnaast heeft de rechtbank nog ontvangen:

- het F9-formulier van 6 juni 2019, met bijlagen, van de zijde van de vader;

- het F9-formulier van 7 juni 2019, met bijlagen, van de zijde van de moeder;

- de brief van 7 juni 2019, met bijlage, van de zijde van de vader;

- de brief van 10 juni 2019 van de zijde van de vader;

- de brief van 11 juni 2019 van de zijde van de moeder;

- het F9-formulier van 11 juni 2019, met bijlagen, van de zijde van de moeder.

De minderjarige [minderjarige] is op 12 juni 2019 in het bijzijn van de bijzondere curator en bijgestaan door de tolk mevrouw [naam tolk] , in raadkamer gehoord.


Op 12 juni 2019 is de behandeling van de zaak voortgezet ter terechtzitting van de meervoudige kamer. Hierbij zijn verschenen: de vader, vergezeld van de tolk mevrouw [naam tolk] en bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, vergezeld door de tolk mevrouw [naam tolk] en bijgestaan door haar advocaat, de Raad in de persoon van mevrouw [medewerker RvdK] , alsmede de bijzondere curator mevrouw A.M. Beijersbergen-van Bosveld Heinsius.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht:

te bevelen dat [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , Litouwen, onmiddellijk zal dienen terug te keren naar zijn gewone verblijfplaats in [woonplaats vader] , Litouwen, althans op een datum door de rechtbank in goede justitie te bepalen, waarbij de moeder [minderjarige] dient terug te brengen naar Litouwen, dan wel [minderjarige] op eerste verzoek dient af te geven aan de vader onder overhandiging aan de vader van [minderjarige] ’s reisdocument, zodat de vader [minderjarige] kan teruggeleiden naar Litouwen dan wel op een andere wijze de teruggeleiding van [minderjarige] te gelasten op een wijze als de rechtbank juist acht;

de moeder te veroordelen om aan de vader te betalen de door hem in verband met de achterhouding en teruggeleiding van [minderjarige] gemaakte kosten, zoals gespecificeerd in de punten 32 tot en met 34 van het verzoekschrift, te weten:

 een bedrag van € 4.000,-- aan verwachte kosten voor het laten terugkeren van [minderjarige] naar Litouwen;

 de kosten van de vader voor rechtsbijstand van ten minste € 345,-- voor de mogelijke eigen bijdrage bij zijn toevoeging en € 81,-- voor het griffierecht;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de moeder voorwaardelijk verzocht de Raad te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de vraag of [minderjarige] is geworteld in Nederland, zulks onder aanhouding van het verzoek om teruggeleiding van [minderjarige] naar Litouwen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [huwelijksdatum] 2011 te [huwelijksplaats] , Litouwen.

- Bij beschikking van 1 februari 2017 van het [plaatsnaam 1] te Litouwen is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , Litouwen.

- Partijen zijn belast met het gezamenlijk gezag over de [minderjarige] .

- De vader heeft de Litouwse nationaliteit, de moeder heeft de Russische nationaliteit en de [minderjarige] heeft de Russische en Litouwse nationaliteit.

- De vader heeft zich gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder IKO nr. [nr.] .

Beoordeling

Het verzoek van de vader is gebaseerd op het Haagse Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 (hierna: het Verdrag). Nederland en Litouwen zijn partij bij het Verdrag.

Op grond van artikel 11 lid 1 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering is de rechtbank Den Haag bevoegd kennis te nemen van alle zaken met betrekking tot de gedwongen afgifte van een internationaal ontvoerd kind aan...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT