Uitspraak Nº C/09/596733 / FA RK 20-4856. Rechtbank Den Haag, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/596733 / FA RK 20-4856

Datum uitspraak: 29 juli 2020

Beschikking van de kinderrechter Schorsing gezag en voorlopige voogdij; spoedvoorziening

in de zaak naar aanleiding van het op 29 juli 2020 ingekomen verzoek van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad),

betreffende:

[minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2010 te [geboorteplaats 1] (Griekenland),

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,

geëmigreerd,

zonder bekende woon-of verblijfplaats,

[de man] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats] .,

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoek, met bijlagen.

Feiten

Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, is de moeder belast met het ouderlijk gezag.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 september de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 25 september 2019 tot 25 september 2020

met behoud van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.

[minderjarige] verblijft feitelijk sinds maart 2020 in Griekenland, op een onbekende verblijfplaats.

Verzoek

Het verzoek strekt er toe ex artikel 1:268, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de moeder te schorsen in de uitoefening van het gezag over [minderjarige] en de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige] voor de duur van de schorsing, met toepassing van het bepaalde in artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).

Gezien de voorgeschiedenis van het gezin, waarin er sprake is (geweest) van ernstige verwaarlozing en vermoedens van (seksuele) kinderuitbuiting, waarvoor

zowel [minderjarige] als haar broer en zus reeds eerder langdurig uithuisgeplaatst zijn, in

combinatie met de recente ernstige zorgen over de opvoedsituatie van de

kinderen sinds hun thuisplaatsing en het gegeven dat moeder [minderjarige] in maart 2020

heeft achtergelaten in Griekenland, maakt de Raad zich zeer ernstige zorgen

over de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT