Uitspraak Nº C/10/460479 / HA ZA 14-995 en C/10/474616 / HA ZA 15-385. Rechtbank Rotterdam, 2016-05-25

Docket NumberC/10/460479 / HA ZA 14-995 en C/10/474616 / HA ZA 15-385
ECLIECLI:NL:RBROT:2016:4165

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 25 mei 2016

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/460479 / HA ZA 14-995 van

de naamloze vennootschap

HDI GERLING-VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. G.J.R. Kalsbeek te Rotterdam,

tegen

1. LAMBERTUS HENDRIKUS [gedaagde in conventie 1],

wonende te [woonplaats 1] ,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam,

2. [gedaagde in conventie 2],

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. M.W. Witte te Koog aan de Zaan,

3. [gedaagde in conventie 3],

wonende te [woonplaats 3] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. M.W. Witte te Koog aan de Zaan,

4. de vennootschap naar buitenlands recht

TRESTON INSURANCE COMPANY (ARUBA) N.V.,

gevestigd te Oranjestad, Aruba,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. G.P. Lobé te Rotterdam,

5. de vennootschap naar buitenlands recht

CRB SERVICES B.V.,

gevestigd te Oranjestad, Aruba

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.W. Witte te Koog aan de Zaan,

6. DETOMA B.V.,

gevestigd te Noordwijk,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.W. Witte te Koog aan de Zaan,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/10/474616 / HA ZA 15-385 van

de vennootschap naar buitenlands recht

TRESTON INSURANCE COMPANY (ARUBA) N.V.,

gevestigd te Oranjestad,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. G.P. Lobé te Rotterdam,

tegen

1. [gedaagde in conventie 2],

wonende te [woonplaats 4] ,

2. [gedaagde in conventie 3],

wonende te [woonplaats 5] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. M.W. Witte te Koog aan de Zaan.

Partijen zullen hierna HDI, [gedaagde in conventie 1] , [gedaagde in conventie 2] , [gedaagde in conventie 3] , Treston, CRB en Detoma genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis van 8 juli 2015 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de op 8 oktober 2015 gehouden comparitie van partijen, inclusief de daarin genoemde, ter zitting genomen processtukken, te weten:

* de pleitnotities van mrs. Kalsbeek en Verhaar, Zwerus, Witte en Lobé;

* de producties 59-179 van HDI;

* de conclusie van antwoord in reconventie van HDI ten aanzien van [gedaagde in conventie 2] , [gedaagde in conventie 3] , Treston, CRB en Detoma, welke ter zitting tevens is aangemerkt als conclusie van repliek in conventie van HDI ten aanzien van alle gedaagden in conventie, met producties 180-189;

* de akte wijziging (grondslag) eis van HDI;

* in de zaak tussen HDI en [gedaagde in conventie 2] en Detoma voorts: producties 18-24 van de zijde van [gedaagde in conventie 2] en Detoma

* in de zaak tussen HDI en [gedaagde in conventie 3] voort: producties 15-21 van de zijde van [gedaagde in conventie 3] ;

* in de zaak tussen HDI en [gedaagde in conventie 1] voorts: producties 21-25 van de zijde van [gedaagde in conventie 1] ;

* in de zaak tussen HDI en Treston voorts: productie 7 van de zijde van Treston;

  • -

    de brieven van mrs. Lobé, Witte en Verhaar van resp. 29 oktober 2015 en 2 november 2015, met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal;

  • -

    de conclusie van dupliek van [gedaagde in conventie 1] met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie van [gedaagde in conventie 2] , [gedaagde in conventie 3] , CRB, en Detoma, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie van Treston;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie inclusief vermindering van eis in conventie van HDI met producties;

  • -

    de akte van HDI ten aanzien van stellingen zijdens [gedaagde in conventie 1] ter comparitie inclusief vermindering van eis;

  • -

    de beslissing van de rolrechter van 30 maart 2016 waarin de bezwaren van mr. Witte tegen laatstgemelde producties ongegrond zijn verklaard en het verzoek van mr. Lobé is afgewezen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis van 15 juli 2015 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de producties 1 tot en met 5 van Treston;

  • -

    de pleitnota van Treston;

  • -

    het proces-verbaal van de op 8 oktober 2015 gehouden comparitie van partijen;

  • -

    de akte van [gedaagde in conventie 2] en [gedaagde in conventie 3] ;

- de rolbeslissing van 2 maart 2016 waarbij de door Treston op 17 februari 2016 genomen antwoordakte alsnog is geweigerd.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. Overige processuele verwikkelingen in de hoofdzaak

3.1. De FIOD heeft een strafrechtelijk onderzoek gedaan naar een aantal aspecten die ook in de onderhavige zaak aan de orde zijn. HDI heeft voorafgaand aan de comparitie van partijen (delen uit) het dossier van de FIOD als productie overgelegd. Tijdens de comparitie van partijen is van de zijde van [gedaagde in conventie 2] , [gedaagde in conventie 3] , CRB en Detoma naar voren gebracht dat – samengevat – het gehele FIOD dossier in de onderhavige procedure buiten beschouwing moet worden gelaten, omdat overlegging van het dossier in strijd is met de goede procesorde en voorts ertoe zou leiden dat geen sprake is van een fair trial.

3.2. Op de comparitie van partijen heeft de rechtbank beslist dat er geen grond is op voorhand te bepalen dat alle door HDI overgelegde stukken uit het FIOD-dossier buiten beschouwing moeten worden gelaten. Daar is aan toegevoegd dat voor zover [gedaagde in conventie 2] , [gedaagde in conventie 3] , CRB en Detoma van mening zijn dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs in civielrechtelijke zin, zij dat in de schriftelijke stukken nader aan de orde kunnen stellen, evenals de consequenties daarvan.

3.3. Voor zover [gedaagde in conventie 2] , [gedaagde in conventie 3] , CRB en Detoma bij gelegenheid van de comparitie van partijen hebben willen betogen dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs in civielrechtelijke zin, hebben zij dit verweer kennelijk niet langer gehandhaafd. In de schriftelijke stukken die na de comparitie van partijen zijn gewisseld is de kwestie door hen immers niet nader aan de orde gesteld. Dat en hetgeen reeds ter comparitie is beslist betekent dat uitgangspunt is dat (ook) de door HDI overgelegde stukken uit het FIOD-dossier tot de processtukken behoren.

4. De feiten in de hoofdzaak

Tussen partijen staan onder meer de volgende feiten vast.

Inleiding

4.1. HDI is een verzekeraar die zich specialiseert in het aanbieden van schadeverzekeringen voor bedrijven. Haar moedermaatschappij is Talanx AG (hierna: Talanx) in Duitsland.

4.2. [gedaagde in conventie 2] is van 1992 tot 31 december 2005 voorzitter geweest van de Raad van Bestuur van HDI (statutair bestuurder). Nadien is hij commissaris geworden bij HDI. Op 18 maart 2013 is hij uit functie getreden bij HDI.

4.3. [gedaagde in conventie 1] is op 1 juni 1986 in dienst getreden van (de rechtsvoorganger van) HDI. Per 1 januari 2000 was [gedaagde in conventie 1] statutair bestuurder van (de rechtsvoorganger van) HDI en hij is dat tot 2012 geweest. Vanaf 1 januari 2006 was [gedaagde in conventie 1] voorzitter van de Raad van Bestuur van HDI. Op 1 maart 2013 is [gedaagde in conventie 1] ontslagen wegens dringende redenen, kort gezegd bestaande uit het wegvallen van het vertrouwen dat [gedaagde in conventie 1] de belangen van HDI voorstond.

4.4. [gedaagde in conventie 3] is de zoon van [gedaagde in conventie 2] . [gedaagde in conventie 3] was vanaf 1 juni 2005 lid van de Raad van Bestuur van HDI (alleen/zelfstandig bevoegd). Op 1 januari 2012 is [gedaagde in conventie 3] uit functie getreden bij HDI.

4.5. De rechtbank zal bij de weergave van de feiten overigens een onderverdeling maken aan de hand van de hierna te noemen kwesties die in deze procedure aan de orde zijn.

Arubaanse verzekeringsportefeuille

4.6. Op 31 oktober 2003 is op Aruba Consecas N.V. opgericht door [gedaagde in conventie 1] , [gedaagde in conventie 3] en [gedaagde in conventie 2] . Het doel van Consecas N.V. is volgens artikel 2 van haar akte van oprichting:
“a. het verlenen van adviezen op financieel -, economisch, beleggings-, beveiligings- en

verzekeringstechnisch gebied, alles in de ruimste zin des woords (…)”

4.7. Tot 7 april 2008 bood HDI via de gevolmachtigd agent “ [agent] .” (hierna: [agent] ) brand- en bedrijfsschadeverzekeringen en motorrijtuigverzekeringen aan op Aruba. [agent] werd bestuurd door de heer [bestuurder agent] (hierna: [bestuurder agent] ). De Centrale Bank van Aruba heeft HDI hiertoe conform haar verzoek op 25 juni 2002 een vergunning verleend.

[bestuurder agent] is al sinds in ieder geval 1982 actief op Aruba in de verzekeringsbranche.

4.8. In een mail van 5 augustus 2007 van [gedaagde in conventie 3] aan G. [gedaagde in conventie 1] staat onder meer:

“Hierbij even een update met betrekking tot de met [bestuurder agent] gevoerde besprekingen ten aanzien van een lokale verzekeringsmaatschappij.

De tot nu toe geaccordeerde parameters - zoals door ons besproken - zijn door [bestuurder agent] geaccordeerd onder voorbehoud van de verdere haalbaarheid met het vergunningsstelsel.

Er is voor woensdag a.s. een gesprek met een adviseur om de haalbaarheid te toetsen alvorens een gesprek met de Centrale Bank van Aruba en de Centrale Bank van Curaçao wordt gesproken.

De parameters tot nu toe:

- vervanging van de huidige structuur naar een herverzekeringsstructuur met een lokale ( [bestuurder agent] ) maatschappij als fronter.

- Deze front het HDI aandeel van 72,5% (eigen behoud...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT