Uitspraak Nº C/13/603301 / HA ZA 16-219. Rechtbank Amsterdam, 2018-04-18

Datum uitspraak:18 april 2018
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/603301 / HA ZA 16-219

Vonnis in incidenten van 18 april 2018

in de zaak van

de stichting

STICHTING VICTIMES DES DECHETS TOXIQUES COTE D'IVOIRE,

gevestigd te Papendrecht,

eiseres,

advocaat mr. B.P. Dekker te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRAFIGURA BEHEER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

TRAFIGURA LIMITED,

gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk),

gedaagden,

advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de Stichting en Trafigura, respectievelijk Trafigura Limited (en samen Trafigura c.s.) worden genoemd.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 januari 2016 met 125 producties;

  • -

    de brief van de rechtbank van 3 mei 2016 waarin te kennen is gegeven dat eerst zullen worden behandeld alle preliminaire verweren en incidenten waarop beslist kan/moet worden voordat aan een inhoudelijke behandeling van de zaak wordt toegekomen, waaronder in ieder geval: (i) (on)bevoegdheid Nederlandse rechter; (ii) zekerheidstelling voor de proceskosten; (iii) toepasselijk recht; (iv) ontvankelijkheid van de Stichting;

  • -

    de (incidentele) conclusie houdende preliminaire verweren van Trafigura c.s. met 49 producties;

  • -

    de rolbeslissing van 6 juni 2016 waarbij een comparitie van partijen is bepaald op 11 januari 2017;

  • -

    de akte herstel producties van Trafigura c.s. van 10 augustus 2016 met een correctie op productie 6 en toevoegingen aan productie 7 en 9;

  • -

    de conclusie van antwoord in incident van de Stichting van 16 november 2016 met 21 producties;

  • -

    de brief van de rechtbank van 20 december 2016 waarbij aan partijen (op gezamenlijk verzoek) een nadere schriftelijke ronde is toegestaan;

  • -

    de brief van de rechtbank van 26 januari 2017 waarbij de comparitie van partijen is bepaald op 27 september 2017;

  • -

    de incidentele conclusie van repliek (abusievelijk genoemd ‘conclusie van antwoord’) van Trafigura c.s. van 15 maart 2017 met 97 producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in incident tevens akte tot wijziging en vermeerdering eis van de Stichting van 12 juli 2017 met 31 producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 september 2017 met de daarin genoemde (proces)stukken (waaronder 21 producties zijdens de Stichting (derhalve 204 in totaal) en 25 producties zijdens Trafigura c.s. (derhalve 171 in totaal));

  • -

    het e-mailbericht zijdens de Stichting van 26 oktober 2017 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal;

  • -

    de (fax)brief zijdens Trafigura c.s. van 26 oktober 2017 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal;

  • -

    de brief zijdens Trafigura c.s. van 31 oktober 2017 waarin – kort gezegd – vonnis wordt gevraagd;

  • -

    de brief zijdens de Stichting van 22 november 2017 met een reactie op de inhoud van de brief zijdens Trafigura c.s. en waarin ook vonnis wordt gevraagd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten voor zover van belang voor de beoordeling in dit stadium
2.1.

Trafigura is de in Amsterdam gevestigde holding van een internationaal concern dat gespecialiseerd is in de wereldwijde grondstoffenhandel en -logistiek. Het Trafigura-concern verzorgt de inkoop, de opslag, het mengen, het transport en de aflevering van energieproducten en grondstoffen. In 2006 heeft Trafigura het schip de Probo Koala gecharterd. Dit schip is gebouwd voor het transport van vaste en vloeibare stoffen en ingericht voor het vervoer van olieproducten. Trafigura Limited is een van de vennootschappen binnen het Trafigura-concern.

2.2.

Op 2 juli 2006 is de Probo Koala aangemeerd in Amsterdam en begonnen met het ontladen van de aan boord gecreëerde afvalstoffen, de zogenoemde slops. Op 5 juli 2006 zijn de slops teruggepompt in de tanks aan boord van de Probo Koala, die vervolgens nog diezelfde dag de haven van Amsterdam heeft verlaten. Op 19 augustus 2006 is de Probo Koala – uiteindelijk – aangemeerd in de haven van Abidjan (Ivoorkust). Daar zijn de slops overgedragen aan een lokaal afvalverwerkingsbedrijf (Compagnie Tommy), dat de slops illegaal heeft gestort op verschillende locaties in en rond Abidjan. Dit heeft geleid tot personenschadeclaims.

Opmerking terzijde van de rechtbank

2.3.

Hoewel Trafigura c.s. zich op het standpunt stelt dat de door Compagnie Tommy in en rond Abidjan gestorte afvalstoffen (slops) geen schadelijk effect hebben (gehad) op (de gezondheid van) de inwoners van Abidjan en omstreken, althans niet een schadelijk effect in de mate als door de Stichting gesteld, en zij niet van ‘giftige stoffen’ of ‘slachtoffers’ wil spreken, zal de rechtbank in dit vonnis voor de leesbaarheid toch (eenvoudigweg) de term ‘slachtoffers’ gebruiken (en niet spreken van ‘vermeende slachtoffers’ of – zoals Trafigura c.s. doet – ‘claimanten’), zonder daarmee vooruit te lopen op de vraag of sprake is van giftige stoffen die schade hebben toegebracht aan personen die daardoor als slachtoffer zijn aan te merken of op de vraag of Trafigura c.s. daarvoor aansprakelijk is. Die vragen zullen eerst aan de orde komen als de vorderingen van de Stichting inhoudelijk kunnen worden beoordeeld.

2.4.

In en rond Abidjan zijn verschillende initiatieven ontplooid om krachten van slachtoffers te bundelen. Reeds bestaande non-gouvernementele organisaties zijn mensen te hulp geschoten en daarnaast hebben bewoners in het gebied zich op lokaal niveau verenigd in nieuwe organisaties, waarvan een deel later erkenning en financiële ondersteuning door de overheid heeft gezocht en gekregen.

2.5.

Op 26 september 2006 is in Ivoorkust een vereniging opgericht, genaamd Union des Victimes de Déchets Toxiques d’Abidjan et Banlieues (hierna: de Vereniging UVDTAB) door [naam 1] (hierna: [naam 1] ) als Voorzitter-Oprichter.

2.6.

Een eerste civiele procedure tegen Trafigura c.s. is in november 2006 in Engeland aanhangig gemaakt door het Engelse advocatenkantoor Leigh Day & Co op uitnodiging van Greenpeace (hierna: Leigh Day en de Leigh Day procedure). Deze procedure is in 2009 geëindigd met een schikking tussen Trafigura c.s. en een groep van ongeveer 30.000 slachtoffers, waarbij Trafigura c.s. een totaalbedrag van £ 30 miljoen heeft betaald. In het kader van de schikking heeft Trafigura ook een bedrag betaald aan het kantoor Leigh Day als bijdrage in haar kosten.

2.7.

Bij de afwikkeling van de schikking onder verantwoordelijkheid van Leigh Day is een [naam 12] deel van het schikkingsbedrag verduisterd, waardoor circa 6.624 door haar vertegenwoordigde slachtoffers geen betaling hebben ontvangen. Bij vonnis van 16 juni 2016 van Justice Andrew Smith (tegenover wie ook de schikking was getroffen) is Leigh Day jegens deze slachtoffers aansprakelijk gehouden voor ‘negligence and breach of contract’. In het vonnis beschrijft Justice Smith dat bij de Leigh Day procedure 43 verschillende slachtofferorganisaties betrokken waren, die allemaal werden vertegenwoordigd door hun voorzitter. Bij sommige organisaties wierpen meerdere personen zich op als vertegenwoordiger:

“(…)

43. These arrangements caused Leigh Day problems. Some unauthorised persons approached victims, falsely claiming to act for Leigh Day. Mr [naam 2] reported in September 2007 that ‘Turf wars have … broken out in Abidjan, with reps battling over victims.’ (…) that some representatives were levying unjustified charges, for example for Leigh Day’s questionnaires or for arranging a meeting. (…) Leigh Day visited the Ivory Coast to distribute letters to clients through representatives, and Ms [naam 3] reported (…) that Mr [naam 2] had found representatives charging for them.

(…)

46. In an email to Ms [naam 3] dated 26 September 2007 Mr [naam 2] wrote of misconduct on the part of representatives, in particular that they were levying unwarranted charges.

(…)

49. The suspended representatives continued to cause problems. They attended a representatives’ meeting on 26 October 2007, and their threats and demands apparently dominated it. In an email of 30 October 2007, a Ms [naam 4] of Leigh Day wrote (…) that the ‘main problem reps’ were Mr [naam 5] , Mr [naam 6] and another called [naam 7] , who represented victims from the Koumassi area. She also reported that Mr [naam 6] claimed to represent ‘all the victims in Abidjan’: that is to say, that his association was a national, not merely a local, organisation.

(…)

51. However, soon there was more trouble: in an email to Ms [naam 3] of 19 November 2007 (…) Mr. [naam 2] wrote of the Vridi representatives that he was ‘completely disgusted by their attitude’ and that ‘[t]he blackmail operation that they are carrying out is completely revolting’.

(…)

‘The rep situation is developing nastly in Vridi’. Ms [naam 3] had asked another representative, Ms [naam 8] , to take over Mr [naam 5] ’s work, and Ms [naam 9] had received death threats. There were reports that a boy sent by her to Mr [naam 5] with a list of Vridi victims had been ‘kidnapped’ and held hostage to Mr [naam 5] ’s demands. Ms [naam 3] also passed on a complaint from Mr [naam 2] that ‘certain reps are behaving in increasingly inappropriate and illegal ways’, and that Mr [naam 6] had threatened to prevent Leigh Day’s work unless his demands for payment were met.

(…)

53. Leigh Day had more trouble with representatives in August 2008. They made various demands, including that remuneration should be increased to 10% of compensation recovered. Apparently some decided to ‘go on strike’ and to suspend recruiting claimants for Leigh Day until their demands were met.

(…)”.

De slachtoffers werden in deze procedure tegen Leigh Day bijgestaan door Kalilou Fadiga (hierna: Fadiga ) van Harding Mitchell Solicitors.

2.8.

In...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT