Uitspraak Nº C/15/269669 / HA ZA 18-67. Rechtbank Noord-Holland, 2020-12-30

CourtRechtbank Noord-Holland (Neederland)
Docket NumberC/15/269669 / HA ZA 18-67
ECLIECLI:NL:RBNHO:2020:11366

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/269669 / HA ZA 18-67

Vonnis van 30 december 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN REIN ALKMAAR B.V.,

gevestigd te Alkmaar,

2. [eiseres],

wonende te [woonplaats] ,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. H.B. de Regt te Alkmaar,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN REIN INSTITUUT B.V.,

gevestigd te Alkmaar,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.O. Wenckebach te Haarlem.

Partijen zullen hierna “VR Alkmaar c.s.” respectievelijk “Instituut B.V.” genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 11 december 2019;

  • -

    het deskundigenbericht van de heer E.H. Horlings RA (hierna Horlings) gedateerd 2 september 2020;

  • -

    de conclusie na deskundigenbericht van VR Alkmaar c.s. (met producties 16 tot en met 23), en

  • -

    de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Instituut B.V.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

Inleiding

2.1.

In het tussenvonnis van 11 december 2019 heeft de rechtbank Horlings als deskundige benoemd en aan hem de volgende twee vragen gesteld:

  • -

    i) Kunt u, op basis van de inhoud van de voor de berekening van de overnameprijs van € 290.000,- gebruikte jaarrekeningen over de jaren 2012 tot en met 2014 en met inachtneming van de wijze waarop de overnameprijs van € 290.000,- is berekend, een herberekening maken van de in artikel 3 van de overnameovereenkomst neergelegde koopsom, daarbij uitgaande van de thans bestaande situatie van vrijstelling van omzetbelasting over (uitsluitend) de paramedische diensten van de osteopaat en overigens van de situatie zoals deze bestond ten tijde van de overname van de praktijk?

  • -

    ii) Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van de zaak?

2.2.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis de hoogte van het voorschot van de deskundige vastgesteld op € 21.175,- inclusief BTW. De rechtbank heeft bepaald dat VR Alkmaar c.s. het voorschot diende te betalen.

2.3.

In zijn deskundigenbericht heeft Horlings vraag (i) als volgt beantwoord:

De koopsom is gebaseerd op de exploitatiebegroting waarin artikel 3.5 wordt verwezen. Deze exploitatiebegroting is afgeleid van de jaarrekeningen. Een exacte aansluiting wordt niet in het waarderingsrapport aangegeven. De jaarrekeningen 2012 tot en met 2014 zijn verder niet relevant bij de beantwoording van deze vraag.

Uit paragraaf 2.2 blijkt een kostenstijging uit hoofde van niet verrekenbare omzetbelasting van EUR 9.673. De invloed daarvan op de waardering van de Onderneming is negatief. Conform het model dat de verkoper heeft gehanteerd bij de waardebepaling leidt dit tot een negatieve correctie op de koopsom van EUR 116.943 (tabel 4). Het gehanteerde cashflow bedrag is ontleend aan de berekening (productie E3) gevoegd bij de dagvaarding.

Tabel 4

koopsom

basis

invloed

resteert

goodwill

290000

-116943

173057

cashflow

23988

-9673

14315

kapitalisatiefactor

12,09

12,09

12,09

De kapitalisatiefactor is als volgt berekend:

koopsom

basis

invloed

goodwill

290000

-116943

cashflow

23988

-9673

kapitalisatiefactor

12,09

12,09

Uit de bovenstaande tabel 4 blijkt dat, uitgaande van de berekeningen in productie E3, de vrijstelling zou hebben geleid tot een reductie op de koopsom van circa 40%. Deze omvang is dusdanig dat, indien partijen in de wetenschap hadden verkeerd dat een dergelijke correctie op de koopsom het gevolg zou zijn van artikel 3.5, het niet aannemelijk is dat de overeenkomst dan tot stand zou zijn gekomen. Een redelijk handelende verkoper zou een dergelijk risico nooit hebben genomen. Zij dienen slechts ter onderbouwing van de in opdracht van verkoper gemaakte waardering ten behoeve van de koopsom.

De vrijstelling omzetbelasting heeft geen invloed op de overeengekomen koopsom.

Horlings heeft vraag (ii) als volgt beantwoord:

De deskundige is in het onderhavige geval van mening dat de door verkoper gehanteerde waarderingsmethode niet leidend mag zijn bij de beantwoording van de door de rechter aan hem voorgelegde vraag. De berekening van de koopsom is gebaseerd op uitgangspunten die nauwelijks zijn toegelicht en voor discussie vatbaar zijn. De deskundige vindt ook geen aanknopingspunten in het procesdossier waaruit blijkt dat koper zich expliciet akkoord verklaart met de gehanteerde methode. Koper en verkoper hebben zich slechts akkoord verklaard met de koopsom van EUR 290.000 met als P.M. het artikel 3.5.

2.4.

VR Alkmaar c.s. kan zich niet vinden in de wijze van totstandkoming van het deskundigenrapport en de omgang van Horlings met de bijlagen bij het rapport. VR Alkmaar c.s. is daarnaast van mening dat Horlings geen antwoord heeft gegeven op vraag (i) en kan zich niet vinden in de uitkomsten van het rapport. Ter onderbouwing van haar standpunten verwijst VR Alkmaar c.s. naar een advies van T. Boringa RA (hierna Boringa) overgelegd als productie E19. Boringa heeft in dit advies berekend dat het antwoord op vraag (i) € 58.000,- dient te zijn.

2.5.

Instituut B.V. kan zich wel vinden in de conclusies opgenomen in het rapport van Horlings. Zij voert verweer tegen de standpunten die VR Alkmaar c.s. naar aanleiding van het deskundigenrapport van Horlings heeft ingenomen.

2.6.

De rechtbank zal in het navolgende eerst ingaan op de standpunten van VR Alkmaar c.s. die zien op de totstandkoming van het deskundigenrapport van Horlings. Daarna zal de rechtbank ingaan op het inhoudelijke verweer van VR Alkmaar c.s. op het deskundigenrapport.

Totstandkoming rapport en bijlagen bij het rapport

2.7.

Wat VR Alkmaar c.s. in haar conclusie na deskundigenbericht aanvoert onder
2.B Totstandkoming Rapport Horlings en informatie aan de rechtbank daarover
heeft betrekking op de (inhoudelijke) beantwoording van vraag (i). De rechtbank zal daarop ingaan bij de beoordeling van de vraag of van de inhoud van het rapport kan worden uitgegaan.

2.8.

VR Alkmaar c.s. verwijt Horlings niet de volledige bijlagen aan zijn deskundigenrapport te hebben gehecht. Enkel de (aanbiedings)berichten zijn aan het deskundigenrapport gehecht, maar niet de feitelijke, inhoudelijke...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT