Uitspraak Nº C/15/328888 / HA ZA 22-353. Rechtbank Noord-Holland, 2022-10-19

ECLIECLI:NL:RBNHO:2022:9059
Docket NumberC/15/328888 / HA ZA 22-353
Date19 Octubre 2022
CourtRechtbank Noord-Holland (Neederland)

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/328888 / HA ZA 22-353

Vonnis in incident van 19 oktober 2022

in de zaak van

de vereniging

[eiser] .,

gevestigd te [plaats 1] ,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te [plaats 2] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.G. Horsting te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de VvE en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 t/m 19

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring

  • -

    de akte tot referte.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De vordering in de hoofdzaak
2.1.

Het geschil ziet – kort gezegd – op de door de VvE aan [gedaagde] verstrekte opdracht tot realisatie van een complex van twaalf luxe appartementen in het [adres] te [plaats 1] , inclusief bijbehorende parkeergarage. Na de oplevering bleek sprake te zijn van vochtoverlast in de parkeergarage. De VvE vordert op grond van art. 6:74 lid 1 jo. 6:87 BW veroordeling van [gedaagde] tot betaling van schadevergoeding, deels nader op te maken bij staat.

3 De beoordeling in het incident
3.1.

[gedaagde] vordert dat haar wordt toegestaan [bedrijf] in vrijwaring op te roepen.

3.2.

Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet vast te staan.

3.3.

[gedaagde] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) heeft ingeschakeld voor constructeurs-werkzaamheden voor het project, bestaande uit het geven van constructieadvies en het maken van constructietekeningen en berekeningen voor het project vanaf het voorontwerp tot en met de realisatie. Eén van de verplichtingen van [bedrijf] was het aanleveren van detailtekeningen van de wapening...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT