Uitspraak Nº C/16/411823 / HA ZA 16-215. Rechtbank Midden-Nederland, 2018-07-18

Datum uitspraak:18 juli 2018
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

Vonnis van 18 juli 2018

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/16/411823 / HA ZA 16-215 van

1 [Partij I] ,

wonende te [woonplaats] (België),

2. [Partij II],

wonende te [woonplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Partij III] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Partij IV] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Partij V] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Partij VI] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Partij VII] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. G.A.M. Sieben te Son en Breugel,

tegen

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. S. Brenninkmeijer te Utrecht,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/16/425245 / HA ZA 16-792 van

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

rechtsopvolger onder algemene titel van de coöperatie Coöperatieve Rabobank Helmond U.A.,

eiseres,

advocaat mr. G. te Biesebeek te Helmond,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Partij VI] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [Partij I],

wonende te [woonplaats] (België),

gedaagden,

advocaat mr. G.A.M. Sieben te Son en Breugel.

De rechtbank zal partijen hierna noemen: [Partij I] ( [Partij I] ), [Partij II] ( [Partij II] ), [Partij III] , [Partij IV] , [Partij V] , [Partij VI] , [Partij VII] , [Partij I/Partij II c.s.] ( [Partij I] , [Partij II] , [Partij III] , [Partij IV] , [Partij V] , [Partij VI] en [Partij VII] tezamen) en Rabobank.

[Partij III] , [Partij VI] en [Partij VII] hadden voorheen andere namen. De rechtbank zal deze vennootschappen hierna uitsluitend aanduiden met de huidige namen.

Rabobank is door fusie vanaf 1 januari 2016 de rechtsopvolger onder algemene titel van de coöperatie Coöperatieve Rabobank Helmond U.A. De rechtbank zal beide rechtspersonen, uitzonderingen daargelaten, met “Rabobank” aanduiden.

1 De procedure in de zaak 16-215
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in het incident van 27 juli 2016

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie

  • -

    de akte uitlating producties van Rabobank

  • -

    de tijdens de pleidooien overgelegde pleitaantekeningen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de zaak 16-792
2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis van 4 mei 2016 van de rechtbank Oost-Brabant

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek

  • -

    de akte uitlating producties en overlegging van een productie van Rabobank

  • -

    de antwoordakte van [Partij I/Partij II c.s.]

  • -

    de tijdens de pleidooien overgelegde pleitaantekeningen.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten
3.1.

[Partij I] houdt alle aandelen in het kapitaal van [Partij III] . [Partij III] houdt alle aandelen in het kapitaal van [bedrijfsnaam 1] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 1] ) en van [bedrijfsnaam 2] B.V (hierna: [bedrijfsnaam 2] ) en hield alle aandelen in het kapitaal van [bedrijfsnaam 3] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 3] ) en van [bedrijfsnaam 4] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 4] ). [Partij III] houdt verder 67% van de aandelen in het kapitaal van [Partij V] . [Partij II] houdt alle aandelen in het kapitaal van [Partij IV] . [Partij IV] houdt alle aandelen in het kapitaal van [bedrijfsnaam 5] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 5] ) en 33% van de aandelen in het kapitaal van [Partij V] . [Partij V] houdt alle aandelen in het kapitaal van [Partij VI] en van [Partij VII] . [bedrijfsnaam 1] , [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 5] zijn gefailleerd en [bedrijfsnaam 3] en [bedrijfsnaam 4] ontbonden en geliquideerd. Het [(achternaam van Partij I en partij II)-concern] kan schematisch als volgt worden weergegeven:

3.2.

De activiteiten van het [(achternaam van Partij I en partij II)-concern] waren het importeren, bewerken en verkopen van hout en houtproducten. De activiteiten vonden plaats in en vanuit een bedrijvencomplex aan de [adres] te [vestigingsplaats] (hierna: [adres] ) en een bedrijfspand aan de [adres] te [vestigingsplaats] (hierna: [adres] ). Deze onroerende zaken waren eigendom van [Partij VI] .

3.3.

[Partij VI] heeft ten behoeve van de financiering van de vennootschappen van het [(achternaam van Partij I en partij II)-concern] op 12 oktober 2001 aan Rabobank (en Rabohypotheekbank N.V.) voor een bedrag van € 4.550.000,00 een recht van hypotheek verstrekt op [adres] en op [adres] . Rabobank heeft bij overeenkomst van 16 januari 2003 aan onder meer [Partij III] , [Partij V] , [Partij VI] en [Partij VII] een lening verstrekt van € 4.500.000,00 en een krediet in rekening‑courant van maximaal € 45.000,00.

3.4.

[Partij VI] heeft op 14 december 2007 [adres] aan [bedrijfsnaam 6] B.V. en [bedrijfsnaam 7] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 6] / [bedrijfsnaam 7] ) verkocht. De koopprijs, afhankelijk van een aantal nog onzekere factoren, zou ongeveer € 12.000.000,00 bedragen. Uit deze koopovereenkomst blijkt dat het doel van [bedrijfsnaam 6] / [bedrijfsnaam 7] was om de grond te gebruiken als herontwikkelingslocatie ten behoeve van woningbouw. Om dit doel te bereiken was medewerking van de overheid vereist. Met het oog hierop is in artikel 5 sub d van de koopovereenkomst bepaald dat partijen zich maximaal zullen inspannen om voor het plangebied waarvan het verkochte deel uitmaakte, binnen een zo kort mogelijk tijdsbestek te komen tot een voor het gebruik als woningbouwlocatie benodigd onherroepelijk bestemmingsplan, dan wel te komen tot vrijstelling(en) en bouwvergunning(en) voor een zo groot mogelijk bouwvolume. [bedrijfsnaam 6] / [bedrijfsnaam 7] heeft korte tijd na 14 december 2007 aan [Partij VI] een lening verstrekt van € 6.000.000,00. De lening zou later worden verrekend met de koopprijs.

3.5.

Rabobank heeft bij overeenkomst van 30 december 2008 aan onder meer [Partij III] , [Partij V] , [Partij VI] en [Partij VII] een lening verstrekt van € 1.500.000,00, een lening van € 550.000,00 en een krediet in rekening courant van maximaal € 1.000.000,00. Bij akte van diezelfde datum is toen, tot zekerheid voor de betaling van de vorderingen van Rabobank op deze vennootschappen, een stil pandrecht gevestigd op de vorderingen, de inventaris en de voorraden van deze vennootschappen.

3.6.

[Partij VI] en de gemeente Helmond hebben vanaf 2010 gesproken over minnelijke onteigening van [adres] door de gemeente Helmond . De gemeente Helmond was in [adres] geïnteresseerd, omdat [adres] deel zou uitmaken van het project […] waarvoor provincie Noord Brabant subsidie beschikbaar had gesteld.

[bedrijfsnaam 8] B.V. (hierna: taxateur [bedrijfsnaam 8] ) heeft in januari 2010 de totale schadeloosstelling bij bedrijfsverplaatsing, een schadeloosstelling op grond van de Onteigeningswet, op € 11.040.000,00 getaxeerd.

3.7.

[Partij VI] heeft op 19 maart 2010 bij Rabobank een renteswap afgesloten met een oorspronkelijke hoofdsom van € 3.138.939,00. De einddatum van de renteswap was 1 april 2015.

3.8.

Rabobank heeft bij akte van 1 maart 2011 aan onder meer [Partij III] , [Partij V] , [Partij VI] en [Partij VII] een geldlening verstrekt van € 500.000,00 en een krediet in rekening-courant van maximaal € 1.000.000,00 (onder aflossing van het oude krediet).

3.9.

Bij [Partij I/Partij II c.s.] zijn in 2012 liquiditeitsproblemen ontstaan. Hierover zijn gesprekken gevoerd met Rabobank. Rabobank heeft op 21 januari 2012 de kredietlimiet voor de periode tot en met 29 februari 2012 verhoogd van € 1.000.000,00 tot € 1.200.000,00. [Partij I] heeft zich toen voor een bedrag van € 200.000,00 borg gesteld voor de vorderingen van Rabobank op [Partij III] . De periode waarin de verhoging van het krediet in rekening-courant gold is op 29 februari 2012 verlengd tot en met 31 maart 2012.

3.10.

N.V. [bedrijfsnaam 9] en [bedrijfsnaam 10] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 9] / [bedrijfsnaam 10] ) hebben vanaf 2012 gesprekken gevoerd met [Partij I] en [Partij II] over overname van de activa van [bedrijfsnaam 1] , [bedrijfsnaam 5] en [Partij VII] . Een van deze gesprekken vond plaats op 29 maart 2012. [Partij I] en [Partij II] werden toen bijgestaan door [B] , verbonden aan [naam adviesbureau] (hierna: [B] ). [B] heeft op 13 april 2012 over dit gesprek en de daaraan voorafgaande gesprekken een e-mail aan Rabobank gestuurd. De inhoud van die e-mail luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“[…] Tijdens de 2 gesprekken die ik heb bijgewoond heb ik de indruk gekregen dat er [ [bedrijfsnaam 9] / [bedrijfsnaam 10] ] veel aan is gelegen de overname van [bedrijfsnaam 1] […] tot een succes te maken. […].

In het laatste gesprek d.d. 29 maart 2012 heeft verkoper een vraagprijs genoemd van € 3 miljoen (€ 2 mio voor [voornaam van Parij I] en € 1 mio voor [voornaam van Partij II] ). [ [bedrijfsnaam 9] / [bedrijfsnaam 10] ] heeft daarop de reactie gegeven dat ze dat een reële vraagprijs vinden […].

Hoewel ik geen enkele zekerheid kan geven over het doorgaan van een uiteindelijke verkoop […], acht ik de kans op een transactie relatief hoog. […]”

3.11.

In een brief van 20 april 2012 heeft Rabobank aan [Partij I/Partij II c.s.]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT