Uitspraak Nº C/16/445060 / HA ZA 17-682. Rechtbank Midden-Nederland, 2019-01-30

Datum uitspraak:30 januari 2019
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/445060 / HA ZA 17-682

Vonnis in incident van 30 januari 2019

in de zaak van

WILLEM JAN MAURITS VAN ANDEL

in hoedanigheid van opvolger van mr. Hendrik Pasman, curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijfsnaam] B.V.,

kantoorhoudend te Utrecht,

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. G. Konings te Utrecht,

tegen

de vennootschap naar Duits recht

[gedaagde in de hoofdzaak/verweerster in het incident] AG,

gevestigd te [vestigingsplaats] (Duitsland),

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. L.P. Kortmann te Amsterdam,

en

de stichting

[eiseres in het incident] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F. Eikelboom te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de curator, [gedaagde in de hoofdzaak/verweerster in het incident] en de [eiseres in het incident] genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 23 mei 2018

  • -

    de conclusie van repliek, tevens wijziging van eis van de curator

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst van de [eiseres in het incident]

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagde in de hoofdzaak/verweerster in het incident]

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van de curator.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident
2.1.

De [eiseres in het incident] dient de belangen van crediteuren van [bedrijfsnaam] B.V. die stellen schade te lijden of te hebben geleden door het handelen van [gedaagde in de hoofdzaak/verweerster in het incident] . De [eiseres in het incident] heeft aansluitingsovereenkomsten gesloten met meer dan 50 (concurrente) crediteuren. Hun gezamenlijke vorderingen bedragen circa € 1,2 miljoen, ongeveer 40% van alle erkende vorderingen van concurrente crediteuren die niet gelieerd zijn aan [gedaagde in de hoofdzaak/verweerster in het incident] .

De [eiseres in het incident] vordert dat haar wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. De curator refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. [gedaagde in de hoofdzaak/verweerster in het incident] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Vordering tot tussenkomst

2.2.

Een partij kan op de voet van artikel 217 Rv in een aanhangig geding vorderen te mogen tussenkomen indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld (Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768).

2.3.

Dit betekent dat voor de beoordeling van dit incident alleen die stellingen van partijen van belang zijn die 1) raken aan de bevoegdheid om van de incidentele vordering kennis te nemen dan wel 2) betrekking hebben op het ontbreken van voldoende belang bij tussenkomst, als vereist door de Hoge Raad in voormeld arrest. De overige stellingen van partijen zien op de toewijsbaarheid van de door de [eiseres in het incident] in de hoofdzaak in te stellen vorderingen, en komen dus pas in de hoofdzaak aan de orde.

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT