Uitspraak Nº C/16/386671 / HA ZA 15-177. Rechtbank Midden-Nederland, 2016-10-12

Datum uitspraak:12 oktober 2016
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/386671 / HA ZA 15-177

Vonnis in hoofdzaak en in incident van 12 oktober 2016

in de zaak van

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M.M.S. ter Beek-Ehren te Eindhoven,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eisers in reconventie in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. H.T. Kernkamp te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Rabobank, [gedaagde 1] , [gedaagde 2] worden genoemd. Gedaagden zullen gezamenlijk [gedaagde cs] (mannelijk in enkelvoud) genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak en in het incident
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 14 oktober 2015 in de hoofdzaak en het incident alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken;

  • -

    de door [gedaagde cs] op 30 november 2015 toegezonden productie 8;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen in de hoofdzaak van 7 december 2015;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  • -

    de pleitnota in het incident van [gedaagde cs] ;

  • -

    de pleitnota in het incident van Rabobank;

  • -

    de akte van [gedaagde cs] van 3 februari 2016, met producties;

  • -

    de akte fusie/naamswijziging tevens antwoordakte van Rabobank van 13 april 2016, met producties;

  • -

    de akte van [gedaagde cs] van 22 juni 2016;

  • -

    het bezwaar van Rabobank tegen de lengte en inhoud van de door [gedaagde cs] genomen akte van 22 juni 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten in de hoofdzaak en in het incident
2.1.

Ten behoeve van de koop van een onroerende zaak aan [adres] te [gemeente ] (hierna: de woning) heeft [gedaagde cs] op 2 februari 2007 een overeenkomst van financiering met Rabobank gesloten (hierna: de financieringsovereenkomst). De financieringsovereenkomst bestaat uit een SpaarZeker Hypotheek ter hoogte van € 1.031.250,- en een Aflossingsvrije Hypotheek ter hoogte van € 1.031.250,-. Op de financieringsovereenkomst zijn de Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen van de Rabobank 2005 en de Algemene Bankvoorwaarden van toepassing. Bij akte van 19 maart 2007 heeft [gedaagde cs] tot zekerheid van zijn verplichtingen uit hoofde van de financieringsovereenkomst een eerste recht van hypotheek op de woning aan Rabobank verstrekt.

2.2.

Nadat [gedaagde cs] zijn financiële verplichtingen voortvloeiende uit de financieringsovereenkomst niet nakwam, is de woning te koop gezet. Op 25 maart 2010 heeft [gedaagde cs] met tussenkomst van zijn makelaar [makelaar 1] (hierna: de makelaar) een aanbod tot koop van de woning voor een bedrag van € 1.325.000,- van de familie [A] (hierna: [A] ) aanvaard. De familie [B] (hierna: [B] ) heeft op 26 maart 2010 een aanbod tot koop van de woning voor een bedrag van € 1.415.000,- gedaan.

2.3.

Rabobank heeft op 30 maart 2010 aan de makelaar meegedeeld dat zij niet akkoord gaat met het verlenen van royement van het recht van hypotheek indien de woning aan [A] voor een bedrag van € 1.325.000,- wordt verkocht. (De advocaat van) [A] heeft [gedaagde cs] per brief van 30 maart 2010 gesommeerd om uiterlijk op 1 april 2010 tot ondertekening van de koopovereenkomst over te gaan. Tevens heeft [A] op 30 maart 2010 conservatoir beslag tot levering op de woning gelegd.

2.4.

Bij e-mailbericht van 2 april 2010 heeft [B] het aanbod tot koop van de woning verhoogd naar een bedrag van € 1.550.000,-. [gedaagde cs] is hierna een kort geding gestart, waarin hij de opheffing van het door [A] gelegde beslag op de woning heeft gevorderd. De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft deze vordering op 26 mei 2010 afgewezen.

2.5.

Rabobank heeft per brief van 19 juli 2010 onder meer het volgende aan [gedaagde cs] meegedeeld:

“(…) Sinds lange tijd bent u in verzuim met de nakoming van uw financiële verplichtingen jegens [Rabobank]. Uw lening vertoont sinds geruime tijd een achterstand in betaling van de rente. (…) [Rabobank] kan met deze omstandigheden niet instemmen. Daarom zeggen wij uw financieringen per direct op.

Wij verzoeken en zonodig sommeren u binnen veertien dagen na vandaag als volgt aan [Rabobank] te voldoen:

(…)

LENINGNUMMER 3083.909.365

Restanthoofdsom EUR 843.515,38

Achterstallige rente tot 01-07-2010 EUR 54.552,74

(…)

Rente vanaf 01-07-2010 EUR P.M.

LENINGNUMMER 3083.911.564

Restanthoofdsom EUR 843.515,38

Achterstallige rente tot 01-07-2010 EUR 51.212,88

(…)

Rente vanaf 01-07-2010 EUR P.M.

Extra rente vanaf 01-07-2010 EUR P.M.

Afkooprente EUR P.M.

Buitengerechtelijke incassokosten EUR P.M.

Taxatiekosten EUR P.M.

Totaal EUR 1.792.796,38 + P.M.

Indien u onverhoopt niet of niet tijdig aan ons verzoek mocht voldoen, zullen wij voorbereidingen treffen voor openbare verkoop van het hypothecair verbonden registergoed. (…)”

2.6.

Voorafgaand aan de door Rabobank op 8 oktober 2010 geplande executieveiling heeft [A] een aanbod tot koop van de woning voor een bedrag van € 1.350.000,- gedaan. [gedaagde cs] heeft dit aanbod aanvaard, terwijl Rabobank ten aanzien van deze (ver)koop heeft ingestemd met royement van het recht van hypotheek op de woning. Per brief van 5 oktober 2010 heeft Rabobank het volgende aan [gedaagde cs] bericht:

“Vandaag, 5 oktober 2010, spraken wij elkaar in verband met de verkoop en overdracht van [de woning]. Tijdens dit gesprek was tevens aanwezig de heer H.T. Kernkamp, uw advocaat.

Wij bespraken de onderhandse verkoop van de woning door u tegen een bedrag van € 1.350.000,--. Hiermee kan een veiling van de woning worden voorkomen wat voor zowel u als de bank van belang is. Dit resulteert in een verwachte restschuld van ca. € 500.000,--. Op basis van o.a. verwacht betalingsperspectief kwamen we overeen dat de bank u zal kwijten voor de restantschuld na volledige betaling van een bedrag van € 250.000,--. De navolgende afspraken zijn hierbij van toepassing:

(…)

(…)

De kosten van de veilingprocedure komen voor rekening van de bank en u bent verantwoordelijk voor de door u gemaakte kosten wegens de verkoop van [de woning].

(…) de bank ontvangt de koopsom € 1.350.000,-- verminderd met de courtage van [makelaar 2] en overige bijkomende reguliere kosten bij transport.

De bank verstrekt u een financiering van € 250.000,-- tegen een vaste rente van 5% in de vorm van een annuïtaire lening. Uitgangspunt is een lening met de duur van ca. 11 jaar (lasten ca. € 2.650,-- p/m). De termijn en de hoogte van de annuïteit zullen we gezamenlijk nader bepalen. Boetevrij aflossen is altijd mogelijk. Hiervoor wordt een leningovereenkomst opgesteld.

De bank krijgt een 2e hypotheek van € 250.000 op uw woning te [woonplaats] .

De bank krijgt een 2e pandrecht op de spaar- c.q. beleggingspolis bij Interpolis (…).

Over en weer zullen u en de bank elkaar niet (verder) aansprakelijk stellen uit welke hoofde ook wegens de verstrekte financiering met betrekking tot [de woning] en de daarover gemaakte afspraken en zien af van mogelijke verdere procedures/klachten.

(…)

(…)

(…)

Finale kwijting van de vordering van de bank vindt plaats na volledige aflossing van de lening binnen de overeengekomen condities.

(…)”

2.7.

De woning is op 25 oktober 2010 door [gedaagde cs] aan [A] overgedragen. De door [A] betaalde koopsom minus kosten is aan Rabobank voldaan.

2.8.

Rabobank heeft diverse sommaties tot nakoming van op 5 oktober 2010 gemaakte afspraken aan [gedaagde cs] gezonden. Nadat [gedaagde cs] hiertoe niet (volledig) is overgegaan, heeft Rabobank op 28 januari 2015 conservatoir derdenbeslag gelegd ten laste van [gedaagde cs] .

3 Het geschil in de hoofdzaak en in het incident hoofdzaak: in conventie
3.1.

Rabobank vordert – samengevat en bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – het volgende:

  • -

    Primair: hoofdelijke veroordeling van [gedaagde cs] tot betaling van € 485.599,95, te vermeerderen met de contractuele rente van 4,9% per jaar vanaf 25 oktober 2010 minus de reeds voldane rente van € 7.291,69;

  • -

    Subsidiair: hoofdelijke veroordeling van [gedaagde cs] tot betaling van € 250.000,-, te vermeerderen met de contractuele rente van 5% per jaar vanaf 25 oktober 2010 minus de reeds voldane rente van € 7.291,69;

  • -

    Meer subsidiair:

  1. Hoofdelijke veroordeling van [gedaagde cs] tot betaling van € 250.000,-, te voldoen in maandelijkse termijnen van € 1.900,- per maand aan aflossing, te vermeerderen met de contractuele rente van 5% per jaar over de uitstaande hoofdsom;

  2. Een bevel aan [gedaagde cs] om binnen twee weken na het vonnis over te gaan tot het verstrekken van zekerheid aan Rabobank in de vorm van vestiging van een tweede hypotheekrecht ten bedrage van € 250.000,- op de woning in [woonplaats] alsmede een tweede pandrecht op de spaar- c.q. beleggingspolis bij Interpolis dan wel – indien dit feitelijk niet meer mogelijk is – daarmee vergelijkbare zekerheidsverstrekking, op straffe van een dwangsom;

  3. Hoofdelijke veroordeling van [gedaagde cs] tot betaling aan Rabobank van een bedrag van € 45.026,87 aan achterstallige rente, te vermeerderen met de contractuele rente van 5% per jaar over het bedrag van € 250.000,- vanaf 1 januari 2015 tot het moment dat dit bedrag is afgelost conform het onder 1 gevorderde.

- Zowel primair, subsidiair en meer subsidiair: hoofdelijke veroordeling van [gedaagde cs] tot betaling van de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT