Uitspraak Nº C/16/504268 / KG ZA 20-284. Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-20

Datum uitspraak:20 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/504268 / KG ZA 20-284

Vonnis in kort geding van 20 juli 2020

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. P. van der Veld te 's-Gravenhage,

tegen

de stichting

STICHTING INVESTEERDERS SAMENINGELD,

gevestigd te Bilthoven,

gedaagde,

advocaat mr. J.E. Braak te Bilthoven.

Partijen zullen hierna [eisers c.s.] en de Stichting genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 29 juni 2020 met producties 1 tot en met 9

  • -

    de mondelinge behandeling op 8 juli 2020, waarop partijen hun standpunten hebben toegelicht

  • -

    de pleitnota van [eisers c.s.] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

Kern van de zaak en oordeel van de voorzieningenrechter

[eisers c.s.] wil zijn drie hypothecaire geldleningen bij de Stichting oversluiten. De Stichting wil alleen meewerken aan doorhaling van de hypotheekinschrijvingen in de openbare registers als [eisers c.s.] – naast de uitstaande bedragen – ook de contractuele boeterente voldoet, omdat de aflossing enkele weken eerder plaats zal vinden dan overeengekomen. Volgens [eisers c.s.] is die boeterente niet of slechts gedeeltelijk verschuldigd. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat voor consumenten als [eisers c.s.] geldt dat de vergoeding wegens vervroegd aflossen niet hoger mag zijn dan het financiële nadeel van de Stichting (zie artikel 7:127 lid 3 BW en 7:128c BW lid 1). Dat nadeel is niet hoger dan de contractuele rente tot het einde van de looptijd van de leningen vermeerderd met € 350,- per lening aan administratiekosten. De Stichting zal dan ook worden veroordeeld om nieuwe aflosnota’s op te maken en om mee te werken aan doorhaling van de hypotheekrechten. Ook de gevorderde dwangsom, buitengerechtelijke incassokosten en proceskostenveroordeling worden toegewezen.

De verhoudingen tussen partijen

2.1.

[eisers c.s.] heeft bij de Stichting drie hypothecaire geldleningen afgesloten voor de aankoop van drie appartementsrechten. In alle drie de gevallen gaat het om in [woonplaats] gelegen woningen die door [eisers c.s.] worden verhuurd, met toestemming van de Stichting. De drie hypothecaire geldleningen (hierna: de leningen) hebben de volgende kenmerken:

Offerte d.d. Onderpand Hoofdsom Looptijd

18-08-2017 [adres 1] € 65.000,00 05-09-2017 tot 05-09-2020

15-01-2018 [adres 2] € 88.600,00 01-03-2018 tot 05-09-2020

17-05-2019 [adres 3] € 200.000,00 14-06-2019 tot 05-09-2020

2.2.

De Stichting is verbonden aan het crowdfundingplatform van SamenInGeld B.V. Via dit platform komen zogenoemde crowdfundinghypotheken tot stand, waarbij investeerders leningen verstrekken aan de Stichting, die op haar beurt weer hypothecaire geldleningen verstrekt aan geldnemers als [eisers c.s.] De hypotheekrechten worden gevestigd ten gunste van de Stichting.

2.3.

[eisers c.s.] is daarnaast eigenaar van twee andere woningen die ook zijn verhuurd. Deze zijn gefinancierd met hypothecaire geldleningen bij RNHB Hypotheekbank waarvan de looptijd eind juli 2020 afloopt. [eisers c.s.] wil de financiering voor alle vijf deze woningen oversluiten naar een nieuwe hypotheekverstrekker, NIBC Bank N.V. (hierna: NIBC). [eisers c.s.] heeft de offerte van NIBC voor een nieuwe hypothecaire geldlening van in totaal circa € 560.000,- inmiddels geaccepteerd. Uitgangspunt van die offerte was dat de nieuwe hypotheekrechten zouden worden gevestigd bij notariële akte van 8 juli 2020. NIBC is akkoord gegaan met een (laatste) verlenging van deze datum tot 27 juli 2020. Indien de vestiging van de nieuwe hypotheek dan niet doorgaat is [eisers c.s.] een boete van 1% over de hypotheeksom verschuldigd. Dat impliceert dat uiterlijk op die dag ook de bestaande hypotheekrechten moeten zijn beëindigd en dat betekent weer dat de vorderingen van de Stichting volledig moeten zijn voldaan (deze serie rechtshandelingen met de verstrekking van de nieuwe lening hierna: de herfinancieringstransactie).

2.4.

Op verzoek van [eisers c.s.] heeft de Stichting voor de leningen drie aflosnota’s opgesteld, gedateerd op 28 april 2020. Deze vermelden de volgende bedragen aan

boeterente en administratiekosten wegens vervroegd aflossen, uitgaande van aflossing per 15 juni 2020:

Lening mbt onderpand Boeterente Administratiekosten

[adres 1] € 2.244,56 € 350,00

[adres 2] € 2.925,99 € 350,00

[adres 3] € 8.747,00 + € 350,00 +

€ 13.917,53 € 1.050,00

2.5.

[eisers c.s.] heeft de Stichting bij brief van 21 mei 2020 gevraagd om af te zien van de in rekening gebrachte boeterente en administratiekosten, onder meer omdat hij de Stichting bij het aangaan van de leningen al had verteld dat de herfinancieringstransactie al in juli 2020 zou plaatsvinden. De Stichting heeft aangegeven dat zij de hypotheekrechten alleen zal beëindigen na betaling van alle verschuldigde bedragen, dus ook de in de aflosnota’s genoemde boeterente en administratiekosten.

Wat vordert [eisers c.s.] ?

2.6.

In deze procedure vordert [eisers c.s.] – samengevat – dat de Stichting bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt veroordeeld:

  1. om op straffe van een dwangsom nieuwe aflosnota’s op te maken waarin geen boeterente en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT