Uitspraak Nº C/16/441287 / HL ZA 17-188. Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-22

Datum uitspraak:22 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/441287 / HL ZA 17-188

Vonnis van 22 juli 2020

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE FLEVOLAND,

zetelend te Lelystad,

eiseres,

advocaten mrs. G.J. Huith en L.M. Engels te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. R. Blom te Enschede.

Partijen zullen hierna De Provincie en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 juli 2018
- de brief van [gedaagde] met producties van 1 oktober 2018
- de akte overlegging producties van De Provincie van 5 oktober 2018
- de comparitie en bezichtiging op 15 oktober 2018 en het hiervan
opgemaakte proces-verbaal
- de akte uitlating van [gedaagde] van 15 mei 2019
- de antwoordakte van De Provincie, tevens overlegging producties van 26 juni 2019
- de akte uitlating producties van [gedaagde] van 10 juli 2019.

1.2.

Op 5 en 9 november 2018 respectievelijk 6 en 19 november 2018 hebben De Provincie en [gedaagde] verzoeken ingediend tot aanpassing van het proces-verbaal. Voor zover nodig zal hierop bij de beoordeling worden teruggekomen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.

In 2005 heeft De Provincie een Europese niet-openbare aanbesteding georganiseerd voor de nieuwbouw en renovatie van het Provinciehuis in Lelystad. De aanbesteding is gegund aan [gedaagde] , bouwkundig aannemer.

2.2.

Op 13 oktober 2005 heeft De Provincie aan [gedaagde] opdracht verstrekt voor de realisatie van de nieuwbouw en renovatie van het Provinciehuis in Lelystad voor een aanneemsom van € 8.555.000,- (hierna: het Werk). Het Werk diende te worden uitgevoerd onder de voorwaarden zoals opgenomen in het bestek van 2 mei 2015 en de Administratieve bepalingen van BBN adviseurs voor gebouw en gebieden d.d. 2 mei 2015 (hierna: AB).

2.3.

Tot het Werk behoorde het realiseren van een vliesgevel bestaande uit (volgens het bestek) geanodiseerde aluminium kozijnen, ramen, raamstijlen, neusprofielen (zogenaamde ‘gevelvinnen’) en deuren.

2.4.

[gedaagde] heeft de leverantie en montage van deze onderdelen (gedeeltelijk) in onderaanneming laten uitvoeren door [bedrijf 1] en [bedrijf 1] heeft dit werk op haar beurt in onderaanneming uitbesteed aan [bedrijf 2] .

2.5.

In de bouwvergadering van 20 januari 2006 is een wijziging van het bestek overeengekomen. Die houdt in dat aluminium gevelelementen worden afgewerkt met een moffelcoatingsysteem in plaats van geanodiseerd.

2.6.

[gedaagde] heeft het werk in drie fasen aan De Provincie opgeleverd, waarvan de eerste op 19 februari 2007 plaats had en de laatste op 15 februari 2008.

2.7.

De Provincie heeft in 2009 onder meer geconstateerd dat corrosie is ontstaan aan de gevelvinnen, dat de coating van de gevelvinnen loslaat en dat die coating aan de binnenkant op sommige delen geheel ontbreekt. De Provincie heeft een beroep gedaan op de garantieverklaring van [gedaagde] . Vervolgens zijn deze gevelvinnen - na uitvoering van twee onderzoeken door TNO Quality Services B.V. (hierna TNO) in opdracht van [bedrijf 1] en één onderzoek door het Centrum voor Onderzoek en Technisch advies B.V. (hierna het COT), in opdracht van de verzekeraar van De Provincie - in 2012 hersteld nadat De Provincie, [gedaagde] en [bedrijf 1] overeenstemming hadden bereikt over de wijze van verdeling van de kosten van herstel van de gevelvinnen.
2.8. Op 30 november 2012 is een proces-verbaal opgesteld van het herstel en de vervanging van alle “aluminium gemoffelde gevelvinnen aan de buitenzijde van het gebouw op bovengenoemde locatie”. Hierin staat, voor zover relevant, vermeld dat een nieuwe garantieperiode van tien jaar geldt “op zowel de montage, samenhang van de profielen en hechting van de moffellaag op de ondergrond voor de nieuwe profielen. Voor de profielen waar de moffellaag is vernieuwd geldt de resterende garantie periode vanaf de eerste oplevering, voor zover er nog een garantie periode resteert.”.

2.9.

De Provincie heeft in de zomer van 2014 corrosie geconstateerd op de raamstijlen van de vliesgevel (oftewel: de kozijnen). Bij brief van 17 juli 2014 heeft De Provincie wederom een beroep gedaan op de garantieverklaring van [gedaagde] en [gedaagde] verzocht om zorg te dragen voor herstel dan wel vervanging van de geoxideerde delen van de vliesgevel. Voorts is [gedaagde] verzocht om uiterlijk op 22 augustus 2014 een plan van aanpak over te leggen.

2.10.

In reactie hierop heeft [gedaagde] bij brief van 15 oktober 2014 aan De Provincie meegedeeld dat haar leverancier van de kozijnen, [bedrijf 1] , meent dat de schade is te wijten aan het niet planmatig en structureel plegen van onderhoud en dat dit tot gevolg heeft dat de garantievoorwaarden zijn komen te vervallen, maar dat [gedaagde] gezien de relatie met De Provincie wel wil kijken naar een praktische oplossing voor het esthetische probleem.

2.11.

Bij brief van 5 november 2014 heeft De Provincie opnieuw aanspraak gemaakt op garantie en betwist dat geen onderhoud heeft plaatsgevonden.

2.12.

Bij brief van 19 december 2015 heeft [gedaagde] , kort gezegd, haar standpunt gehandhaafd dat De Provincie de vliesgevelkozijnen niet stelselmatig heeft schoongehouden en gereinigd en betwist dat sprake is geweest van ondeugdelijke fabrieksbehandeling van de aluminium kozijnen. [gedaagde] heeft voorgesteld om een nadere inventarisatie uit te laten voeren om een duidelijk beeld te krijgen van de totale omvang van het probleem.
2.13. In overleg met [gedaagde] heeft De Provincie opnieuw het COT ingeschakeld. Het COT is verzocht om een onafhankelijk onderzoek te verrichten naar de oorzaak van de corrosievorming die is opgetreden op de aluminium gevelelementen. Het rapport is uitgebracht op 20 november 2015.

2.14.

Bij brief van 8 september 2016 heeft (de advocaat van) De Provincie aan [gedaagde] meegedeeld dat zij ten onrechte haar garantieverplichting verzuimt, omdat het Werk niet beschikt over de gegarandeerde eigenschappen, hetgeen niet het gevolg is van onvoldoende onderhoud of reiniging. Voorts is [gedaagde] nogmaals aangemaand om over te gaan tot herstel, bij gebreke waarvan De Provincie rechtsmaatregelen zou treffen.

2.15.

In reactie hierop heeft (de advocaat van) [gedaagde] zich bij brief van 17 oktober 2016 beroepen op de in de VMRG-garantie van [bedrijf 1] opgenomen beperkingen ten aanzien van de reiniging en filiforme corrosie. Voorts heeft zij meegedeeld dat aansprakelijkheid van [gedaagde] door haar kan worden doorgelegd aan [bedrijf 1] als leverancier van de aluminium geveldelen en dat zij daarom [bedrijf 1] heeft betrokken in een procedure bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw (hierna: RvA), waarin zij van [bedrijf 1] volledig herstel, dan wel vervanging van de aluminium elementen vordert.

2.16.

Op 14 april 2017 heeft het COT in opdracht van De Provincie opnieuw een rapport uitgebracht, waarin het een inventarisatie heeft verricht van “de blaasvorming, die is opgetreden ter plaatse van de aluminium kozijnen, ramen en deuren van het Provinciehuis”. In het rapport is, voor zover relevant, vermeld dat tijdens de inventarisatie is vastgesteld dat de gebreken met name vanuit zaagkanten, versteknaden en randen zijn ontstaan, dat steeksproefsgewijs is vastgesteld dat onder de blaasvorming corrosievorming aanwezig is en dat met uitzondering van de ronde vliesgevel aan de voorzijde van het gebouw, op alle overige vliesgevels structureel gebreken zijn vastgesteld.

2.17.

In een procedure tussen [gedaagde] en haar onderaanneemster [bedrijf 1] bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw (RvA) hebben de arbiters bij vonnis van 21 februari 2019 [bedrijf 1] onder meer veroordeeld tot ‘het nakomen van haar garantieverplichtingen door het met inachtneming van de eisen van goed en deugdelijk werk verrichten van volledige vervanging dan wel volledig herstel van de door onderaanneemster geleverde aluminiumgevelelementen in geschil, op te leveren binnen 10 maanden na betekening van dat vonnis, onder gehoudenheid tot verlening van een nieuwe garantie van 9 jaar voor de gevelvinnen en van 3 jaar voor de kozijnen.’.

3 De vordering
3.1.

De Provincie vordert, samengevat, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Primair, [gedaagde] te veroordelen tot naleving van haar garantieverplichtingen door het verrichten van volledig herstel c.q. volledige vervanging van de aluminium geveldelen van het Provinciehuis zoals omschreven onder alinea 3.1 van de dagvaarding, op te leveren binnen tien maanden na betekening van dit vonnis althans een door de rechtbank vast te stellen termijn, onder gehoudenheid tot het verlenen van een nieuwe garantie conform de bestekgarantie, onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat [gedaagde] in gebreke blijft aan die veroordeling te voldoen,

II. Subsidiair, [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de schade die De Provincie lijdt in verband met het door een derde laten herstellen c.q. vervangen van de aluminium geveldelen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

III. Primair en subsidiair, [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de door De Provincie gemaakte (i) onderzoekskosten ter hoogte van € 30.866,98 zoals omschreven onder alinea 3.4 van de dagvaarding, (ii) interne kosten van € 25.000,- zoals omschreven onder 3.5 van de dagvaarding en (iii) de proces- en nakosten, te vermeerderen met rente.

3.2.

Aan haar vordering legt De Provincie, samengevat, het volgende ten grondslag.
Op basis van de garantiebepaling in de AB dient moffelwerk op aluminium gedurende de garantietermijn van 10 jaar een goede hechting te...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT