Uitspraak Nº C-19-98378 - HA ZA 13-102. Rechtbank Noord-Nederland, 2015-06-10

Datum uitspraak:10 juni 2015
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Assen

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 10 juni 2015

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/19/98378 / HA ZA 13-102 van

RICHARD PAUL VAN BOVEN

in hoedanigheid van curator in de faillissementen van:

de stichting

Stichting Diogenes,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Zorghoeve Diogenes B.V. en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Diogenes Beheer B.V.,

woonplaats kiezende te Assen,

eiser,

advocaat mr. D.C. van der Kwaak-Wamelink te Assen,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] , Duitsland,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] , Duitsland,

gedaagden,

advocaat mr. F. Gosselaar te Winschoten,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/19/104473 / HA ZA 14-91 van

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats] , Duitsland,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] , Duitsland,

eisers,

advocaat mr. F. Gosselaar te Winschoten,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHUBB INSURANCE COMPANY OF EUROPE S.E.,

gevestigd te Hoofddorp,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna de Curator, [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en Chubb genoemd worden.

1 De procedure in de hoofdzaak
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in het vrijwaringsincident van 26 maart 2014,

  • -

    de conclusie van antwoord,

  • -

    de conclusie van repliek,

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak
2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de conclusie van antwoord,

  • -

    de conclusie van repliek,

  • -

    de conclusie van dupliek.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten
3.1.

Op 22 januari 2001 is de stichting Diogenes opgericht. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn een echtpaar en waren bestuurders van deze stichting. De stichting had ten doel het bieden van huisvesting aan en het verzorgen van dagbesteding voor mensen met een verstandelijke handicap. De stichting heeft hiervoor een aantal onroerende zaken gehuurd en heeft een woonhuis in eigendom. Op de vijf locaties, waarvan één in Veendam en de andere in De Groeve, werden mensen met een lichte tot zwaar en meervoudige verstandelijke beperking gehuisvest en werden activiteiten voor deze doelgroep aangeboden. Er was capaciteit voor de opvang van in totaal 36 personen. De leeftijd van de cliënten varieerde tussen de 7 en 50 jaar. De zorg werd betaald vanuit persoonsgebonden budgetten (PGB’s). De stichting beheerde ook PGB’s.

3.2.

Stichting Diogenes heeft een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij Chubb, waarbij Stichting Diogenes de persoonlijke aansprakelijkheid van haar bestuurders heeft verzekerd.

3.3.

In het najaar van 2008 werd besloten de juridische structuur van de stichting te herzien. Sedert 1 januari 2009 zijn de activiteiten van stichting Diogenes overgenomen door de op 13 januari 2009 opgerichte besloten vennootschap Zorghoeve Diogenes B.V. (hierna: Zorghoeve Diogenes). Op 13 januari 2009 is tevens opgericht de besloten vennootschap Diogenes Beheer B.V. (hierna: Diogenes Beheer). Het doel van Diogenes Beheer is het voeren van beheer over Zorghoeve Diogenes. De stichting is eigenaar gebleven van de activa en heeft deze krachtens verhuur ter beschikking gesteld aan Zorghoeve Diogenes. Zorghoeve Diogenes, Diogenes Beheer en Stichting Diogenes, worden hieronder gezamenlijk aangeduid als Diogenes.

3.4.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn directeuren en aandeelhouders van Diogenes Beheer, welke vennootschap op haar beurt directeur en aandeelhouder is van Zorghoeve Diogenes. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beheerden zelf de locaties in De Groeve; in Veendam werd dat door een ander echtpaar gedaan.

3.5.

Een groep oud medewerkers heeft op 21 maart 2009 en op 11 juni 2009 een brief aan meerdere instanties en personen verzonden, waarin de groep haar bezorgdheid heeft kenbaar gemaakt over de gang van zaken bij Diogenes. De bezorgdheid betreft het straffen en kleineren van bewoners, het opstoken van bewoners naar familie en medewerkers, de medicatieverschaffing, het personeelsbeleid, waarbij volgens hen sprake is van onbeschofte behandeling en manipulatie op financieel gebied.

3.6.

Op voordracht van de verwantenraad is een mediator/adviseur ingeschakeld. Hierbij is de afspraak gemaakt dat niet naar buiten zou worden getreden. De voorzitster van de verwantenraad heeft deze afspraak geschonden. Zij heeft klachten ingediend en met de pers gesproken. Sedertdien zijn er meerdere publicaties geweest, die de naam van Diogenes hebben geschaad, en zijn er vragen in de Tweede Kamer gesteld. Door verwanten van bewoners zijn diverse klachten ingediend bij verschillende instellingen.

3.7.

Op 23 april 2009 heeft de Arbeidsinspectie een inspectie uitgevoerd bij Zorghoeve Diogenes locatie Venuverstee in De Groeve. De inspectie heeft geconstateerd dat de medewerkers onvoldoende getraind waren met betrekking tot de bedrijfsopvang.

3.8.

De klachtencommissie Landbouw en Zorg heeft in juli 2009 een aantal klachten met betrekking tot de dagbesteding, bejegening, zorgdossiers, medicatie, straffen en het beheer van PGB’s gegrond verklaard. Met betrekking tot het beheer van PGB’s heeft de commissie het volgende overwogen:

“De Commissie is van oordeel dat de wettelijke vertegenwoordigers van cliënten inderdaad zelf kunnen kiezen door wie zij een PGB laten beheren. Zij kunnen het ook zelf doen. De Commissie is wel van oordeel dat het in het algemeen ongewenst is dat zorgaanbieders zelf ook de PGB’s beheren. Zij worden dan als het ware hun eigen opdrachtgever, hetgeen kan leiden tot belangen conflicten. Mocht men het dan toch al doen, dan kan dat naar de mening van de Commissie alleen onder zeer strikte voorwaarden met betrekking tot de verantwoording. Het is in elk geval niet correct boekingen via deze rekening te laten verlopen die niets met het PGB te maken hebben. De klacht is derhalve gegrond.”

De commissie heeft geoordeeld dat vooralsnog geen sprake is van een “ernstige situatie met een meer structureel karakter”.

3.9.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft naar aanleiding van een toezichtbezoek aan de locatie ’n Keuningsstee te De Groeve van Diogenes op 1 september 2009 een rapport uitgebracht. De bevindingen van IGZ komen samengevat op het volgende neer:

  • -

    Zelfbepaling en medezeggenschap; op dit onderdeel scoort de locatie een hoog tot zeer hoog risico omdat cliënten en hun verwanten weinig invloed kunnen uitoefenen op de wijze waarop de zorg wordt geboden, de taken en bevoegdheden van de verwantenraad niet zijn vastgelegd en met hun adviezen weinig wordt gedaan.

  • -

    Individuele planning en ondersteuning; de locatie is pas eind 2008 gestart met het maken van samenwerkingsplannen, bij het maken van de plannen is geen gedragskundige betrokken en de plannen zijn nog niet met alle betrokkenen besproken; omdat de effecten nog moeilijk zijn vast te stellen, is hier sprake van een matig tot hoog risico.

  • -

    Deskundigheid personeel; door een bijna volledig gebrek aan gerichte deskundigheidsbevordering en het ontbreken van een scholingsplan is sprake van een hoog tot zeer hoog risico.

  • -

    Diagnostiek en signalering; de risicoscore is hoog tot zeer hoog omdat achterliggende diagnostiek (voor zover beschikbaar) nauwelijks wordt geïntegreerd in het samenwerkingsplan en er bij de medewerkers onvoldoende kennis en vaardigheden zijn om gedragsveranderingen goed te kunnen signaleren.

  • -

    Veiligheid; risico score is hoog tot zeer hoog omdat de bejegening vanuit de directie ten opzichte van cliënten en verwanten getuigt van weinig respect voor de cliënten en de plaats/positie van de ouders/verwanten in het leven van de cliënten.

3.10.

Op 26 januari 2010 heeft de IGZ een tweede inspectie gedaan op voornoemde locatie. In het rapport van deze inspectie is geconstateerd dat de instelling een aantal maatregelen in uitvoering heeft genomen. Omdat het voor een deel echter nog gaat om plannen of om veranderingen waarvan het effect nog niet kan worden beoordeeld, zijn alle risicoaspecten op hetzelfde hoge niveau en bij een één risicoaspect (continuïteit) zelfs op een nog hoger niveau gewaardeerd. Op de verschillende risicoaspecten is het volgende overwogen:

  • -

    Zelfbepaling en medezeggenschap; risico score hoog tot zeer hoog omdat het vertrouwen in de leiding onvoldoende is hersteld en de invloed van cliënten en hun verwanten onvoldoende is verbeterd,

  • -

    Individuele planning en ondersteuning; risico score matig tot hoog. Voor iedere cliënt is een samenwerkingsplan geschreven. Deze plannen zijn echter niet multidisciplinair tot stand gekomen. De samenwerkingsplannen worden de komende maanden opnieuw besproken door de onlangs aangestelde orthopedagoog met cliënten en verwanten.

  • -

    Individuele planning dagbesteding; omdat de dagbesteding in het onderzoek niet expliciet aan de orde is geweest, is voor dit risico aspect geen score toegekend.

  • -

    Deskundigheid personeel; risico score hoog tot zeer hoog. Voor de medewerkers is in de afgelopen periode een scholingsplan opgesteld; voor de eerste helft van 2010 is een planning gemaakt. Dit plan is nog niet geïmplementeerd en de medewerkers voelen zich onvoldoende gesteund door het management.

  • -

    Diagnostiek en signalering; risico score hoog tot zeer hoog. Er is inmiddels overgegaan tot aanstelling van een ervaren orthopedagoog. De effecten kunnen nog niet worden vastgesteld, actuele diagnostiek ontbreekt en signaleringsplannen maken geen deel uit van samenwerkingsplan.

  • -

    Veiligheid; risico score blijft hoog tot zeer hoog omdat de bejegening van cliënten...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT