Uitspraak Nº C03/267899/HA ZA 19-436. Rechtbank Limburg, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/267899 / HA ZA 19-436

Vonnis van 29 juli 2020

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiser,

advocaat mr. M.C.J. Schoenmakers,

tegen

ONTVANGER BELASTINGDIENST, KANTOOR BUITENLAND,

gevestigd te Heerlen,

gedaagde,

advocaat mr. E.E. Schipper.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Ontvanger genoemd worden.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 juni 2019,

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 14,

  • -

    het tussenvonnis van 27 november 2019 waarbij een comparitie van partijen is bevolen,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 15 mei 2020, waarin per abuis in de laatste regel van hetgeen mr. Schoenmakers heeft verklaard, is vermeld “voorsta” in plaats van “volsta”.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.

Aan [eiser] zijn de dwangbevelen uitgebracht terzake de volgende navorderingsaanslagen

- aanslagnummer: [aanslagnummer 1] , IB 1990, bedrag van de aanslag € 12.094,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 2] , IH 2000, bedrag van de aanslag € 5.829,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 3] , IH 1991, bedrag van de aanslag € 12.176,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 4] , IH 2002, bedrag van de aanslag € 9.318,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 5] , IH 1992, bedrag van de aanslag € 14.491,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 6] , 1H 2003, bedrag van de aanslag € 5.308,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 7] , IH 1993, bedrag van de aanslag € 22.803,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 8] , IH 2004, bedrag van de aanslag € 5.583,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 9] , IH 1994, bedrag van de aanslag € 14.891,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 10] , IH 2005, bedrag van de aanslag € 5.804,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 11] , IH 1995, bedrag van de aanslag € 13.939,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 12] , IH 2006, bedrag van de aanslag € 2.627,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 13] , IH 1996, bedrag van de aanslag € 18.732,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 14] , IH 1997, bedrag van de aanslag € 20.419,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 15] , IH 1998, bedrag van de aanslag € 17.716,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 16] , IH 1999, bedrag van de aanslag € 18.602,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 17] , VB 2000, bedrag van de aanslag € 4.760,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 18] , VB 1991, bedrag van de aanslag € 4.121,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 19] , VB 1992, bedrag van de aanslag € 5.317,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 20] , VB 1993, bedrag van de aanslag € 5.032,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 21] , VB 1994, bedrag van de aanslag € 5.140,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 22] , VB 1995, bedrag van de aanslag € 4.805,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 23] , VB 1996, bedrag van de aanslag € 4.788,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 24] , VB 1997, bedrag van de aanslag € 5.275,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 25] , VB 1998, bedrag van de aanslag € 5.430,--;

- aanslagnummer: [aanslagnummer 26] , VB 1999, bedrag van de aanslag € 5.881,--;

Er zijn ook dwangbevelen op naam van de echtgenote van [eiser] uitgebracht.

2.2.

De Belastingdienst heeft in oktober 2000 informatie verkregen dat [eiser] (en diens echtgenote) een of meer rekeningen had(den) bij de KB-Luxbank in Luxemburg. [eiser] noch diens echtgenote heeft bij aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting ooit melding gemaakt van (de saldi op) deze rekening(en).

2.3.

In januari 2002 heeft de Belastingdienst [eiser] schriftelijk verzocht om opgave te doen van de vermogensontwikkeling op de door hem aangehouden buitenlandse bankrekening(en). [eiser] heeft ontkend over een of meer bankrekeningen in het buitenland te beschikken. Van [eiser] is geen informatie ontvangen.

2.4.

De Inspecteur heeft in 2002 en tweemaal in 2003 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting over de jaren 1990 tot en met 2000 opgelegd op basis van schattingen. Boetes en heffingsrente maakten onderdeel uit van de aanslagen.

Over de jaren 2002 en 2003 zijn eveneens naheffingsaanslagen opgelegd waarbij de bedragen om tot het belastbaar inkomen te komen zijn geschat, omdat [eiser] heeft nagelaten gevraagde gegevens te verstrekken over sparen en beleggen. Boetes maakten onderdeel uit van de aanslagen.

Ook over de jaren 2004 tot en met 2006 zijn aanslagen met boetes opgelegd.

2.5.

Door [eiser] zijn rechtsmiddelen ingesteld tegen de aanslagen 1990 tot en met 2000 en tegen de aanslagen 2002 en 2003. In hoogste instantie is over de navorderingsaanslagen beslist. Inzake 1990 tot en met 1993 zijn in cassatie boeten vernietigd, inzake 1994 tot en met 2000 zijn deze in stand gebleven. Inzake 2002 en 2003 zijn de aanslagen verminderd en boetes vernietigd. De beroepen in cassatie zijn afgewezen.

Inzake de jaren 2004 tot en met 2006 lopen er nog procedures bij de belastingrechter.

2.6.

[eiser] heeft verschillende herzieningsverzoeken gedaan, die niet hebben geresulteerd in een aanpassing.

2.7.

In 2006 is [eiser] geëmigreerd naar België.

2.8.

[eiser] heeft op 4 en 24 oktober 2018 informatie verstrekt aan de Belastingdienst over de door hem en zijn echtgenote aangehouden rekening(en).

3 Het geschil
3.1.

[eiser] vordert dat de rechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de Wet zulks toelaat, zal verklaren voor recht:

1. het ten deze gedane verzet deugdelijk te verklaren,

2. dat eiser goed opposant is (zoals “zijn” wordt gelezen) tegen de tenuitvoerlegging van de door de Ontvanger uitgevaardigde dwangbevelen ter zake van de belasting zoals weergegeven op pagina 1 van de dagvaarding en dat deze dwangbevelen buiten effect zijn gesteld,

3. met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure, zulks met bepaling dat daarover de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT