Uitspraak Nº HAA 19-4755 en 19-4756. Rechtbank Noord-Holland, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Holland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 19/4755 & HAA 19/4756

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2020 in de zaak tussen [eisers] , wonende te [woonplaats] ,

eisers

(gemachtigde: mr. M.T.A.M. Mes)

en

het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland, verweerder

(gemachtigde: H. Mentink).

Procesverloop

19/4755

Bij besluit van 23 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering van eisers op grond van de Participatiewet (PW) over de periode van 1 juni 2017 tot en met 31 december 2018 ingetrokken en een bedrag van € 13.362,53 teruggevorderd.

Bij besluit van 17 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

19/4756

Bij besluit van 26 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een boete opgelegd van € 1.230,--.

Bij besluit van 17 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Beide zaken

Het onderzoek ter zitting heeft met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid op 14 juli 2020 plaatsgevonden door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

19/4755

1. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eisers niet hebben voldaan aan hun inlichtingenplicht. Er bestaat geen duidelijkheid over de inkomens- en vermogenspositie van eisers zodat het recht op bijstand niet is vast te stellen. Met name is onduidelijkheid blijven bestaan over diverse geldstromen zowel op en tussen de verschillende bankrekeningen als ook buiten die bankrekeningen om. Uit onderzoek is gebleken dat eisers structureel gemiddeld € 500,-- per maand meer uitgeven dan ze op grond van het bekende inkomen ontvangen. De verklaring die eisers geven voor het feit dat zij geen geld uitgeven aan boodschappen is niet verifieerbaar. De keuze van eisers om hun geldstromen contant te laten plaatsvinden komt voor hun rekening en risico nu het op hun weg ligt inzicht te geven in hun inkomens- en vermogenspositie. Op grond van artikel 58, eerste lid, van de PW is verweerder gehouden de teveel betaalde uitkering terug te vorderen. Van dringende redenen om af te zien van terugvordering is niet gebleken.

2. Eisers verwijzen in beroep naar het bezwaarschrift dat als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Daarin is aangevoerd dat de ouders van eiseres van mei 2017 tot begin augustus 2017 in Nederland hebben verbleven. Gedurende deze periode hebben de ouders de boodschappen betaald. Bij het weggaan hebben ze € 500,- gegeven aan eisers waarmee ze boodschappen konden doen. Op 13 mei 2016 heeft eiser een Toyota Prius gekocht voor €10.139,--. Deze auto heeft hij contant verkocht via marktplaats voor € 8.200,-- en in plaats daarvan kocht hij een Mercedes Vito voor € 6.500,--. In april 2018 heeft eiser de Mercedes contant verkocht via marktplaats voor € 4.000,--. Van de verkoopopbrengsten hebben eisers van april tot en met december 2018 de boodschappen contant betaald. Ze geven omstreeks
€...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT