Uitspraak Nº HD 200.157.542_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2015-07-07

Datum uitspraak:2015/07/07
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.157.542/01

arrest van 7 juli 2015

in de zaak van

[appellant],

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. A.C.F. Berkhof te Goes,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon Waterschap Brabantse Delta,

gevestigd te Breda,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als het Waterschap,

advocaat: mr. J.J. Jacobse te Middelburg,

op het bij exploot van dagvaarding van 30 januari 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 oktober 2013, gewezen tussen [appellant] als eiser en het Waterschap als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 767570/CV/13-1528)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het tussenvonnis van 5 juni 2013.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met producties;

  • -

    de memorie van antwoord met producties;

  • -

    het pleidooi op 28 mei 2015, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling
3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

a. a) [appellant] exploiteert een boomkwekerij op het perceel [straatnaam 1][huisnummer A] te [woonplaats] (hierna: “het perceel”). In 2010 teelde hij op het perceel bomen en planten;

b) het Waterschap is belast met de behartiging van de waterschapsbelangen in het gebied waarin het perceel ligt;

c) het perceel watert via een perceelsloot af op de [waterweg] , een lange waterweg die zijn oorsprong heeft nabij de [straatnaam 1] in [woonplaats] en uitkomt op de [rivier 1] of [rivier 2] ;

d) het perceel ligt in een beekdal in een vrij afwaterend gebied. Voor een dergelijk gebied geldt geen peilbesluit. Voor de [waterweg] geldt een streefpeil;

e) de [waterweg] komt uit op de stuw nabij de [straatnaam 2] ;

f) het onderhoud van de [waterweg] berust bij het Waterschap;

g) op donderdag 26 augustus 2010 en vrijdag 27 augustus 2010 is in het gebied waarin het perceel ligt een aanzienlijke hoeveelheid neerslag gevallen. Een deel van het perceel is toen onder water komen te staan;

h) op vrijdag 27 augustus 2010 rond 8.00 uur heeft een ingeland, niet zijnde [appellant] , aan de coördinatiewacht van het Waterschap wateroverlast gemeld. Een half uur later is een dergelijke melding gedaan aan de heer [adviseur Waterschap] , adviseur watersysteembeheer van het Waterschap (hierna: “ [adviseur Waterschap] ”). [adviseur Waterschap] heeft de situatie ter plaatse beoordeeld en opdracht gegeven de stuw aan de [straatnaam 2] omlaag te zetten, hetgeen diezelfde ochtend tussen 9.00 en 9.30 uur is gedaan;

i. i) in de loop van zaterdag 28 augustus 2010 is het water weer van het perceel weg gelopen. Door het onder water staan van het perceel is een deel van de planten en bomen op het perceel beschadigd;

h) [appellant] heeft het Waterschap aansprakelijk gesteld voor de onder i) genoemde schade. Het Waterschap heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen.

3.2.1.

In de onderhavige procedure vordert [appellant] :

1. een verklaring voor recht dat het Waterschap aansprakelijk is voor de geleden schade;

2. veroordeling van het Waterschap tot betaling van € 17.599,89, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 augustus 2010, subsidiair vanaf andere data, en voorts te vermeerderen met de kosten van de deskundige van € 1.859,38 en de buitengerechtelijke kosten ten belope van

€ 1.750,--;

3. veroordeling van het Waterschap in de proceskosten.

3.2.2.

Aan deze vordering heeft [appellant] , kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Het Waterschap heeft jegens [appellant] een onrechtmatige daad gepleegd door in strijd met de op het Waterschap rustende zorgplicht onvoldoende onderhoud te plegen aan de [waterweg] , door na te laten preventief maatregelen te nemen ter voorkoming van wateroverlast toen hevige neerslag werd voorspeld en door onvoldoende adequaat op te treden toen de waterlast optrad.

3.2.3.

Het Waterschap heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

3.2.4.

In het tussenvonnis van 5 juni 2013 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. De zittingsaantekeningen van deze comparitie bevinden zich bij de stukken.

3.2.5.

In het bestreden eindvonnis van 30 oktober 2013 heeft de kantonrechter de vorderingen van [appellant] afgewezen en hem in de proceskosten veroordeeld. De kantonrechter stelde voorop dat op het Waterschap geen resultaatsverplichting rust om wateroverlast te voorkomen. Verder oordeelde de kantonrechter, kort samengevat, het volgende. Het maaibeleid van het Waterschap voldoet en het Waterschap heeft conform dat beleid (de [waterweg] ) gemaaid. [appellant] heeft zijn stelling dat het Waterschap daarmee in dit geval niet kon volstaan, onvoldoende onderbouwd. Dat geldt ook voor wat betreft zijn stelling dat het Waterschap preventief de stuw aan de [straatnaam 2] lager had moeten zetten. Het Waterschap heeft volgens de kantonrechter adequaat gehandeld door op 27 augustus 2010 de stuw aan de [straatnaam 2] lager te zetten. De kantonrechter concludeerde dat niet is gebleken dat het Waterschap in strijd met zijn zorgplicht heeft gehandeld.

3.3.1.

[appellant] heeft in hoger beroep negen grieven aangevoerd. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van zijn vorderingen, met veroordeling van het Waterschap in de kosten van beide instanties.

3.3.2.

Met de eerste grief voert [appellant] aan dat de kantonrechter ten onrechte niet de in een door [appellant] aangehaalde uitspraak van de rechtbank Zwolle geformuleerde norm heeft toegepast, (op de onderhavige situatie toegespitst) inhoudende dat het Waterschap zorg moet dragen dat de [waterweg] voortdurend verkeert in een voor afvoer geschikte toestand.

Met de tweede grief betoogt [appellant] dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat beide door partijen ingeschakelde deskundigen het gehanteerde maaibeleid gebruikelijk achten.

Met grief 3 wordt betoogd dat de kantonrechter er ten onrechte van uitgaat dat er in de zomer van 2010 is gemaaid en dat er ten onrechte aan voorbij wordt gegaan dat [appellant] niet in staat is om bewijs te leveren van het feit dat er in juni 2010 niet is gemaaid.

Grief 4 is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] zijn stelling dat het Waterschap preventief maatregelen had moeten nemen en niet kon volstaan met het volgen van maaibeleid, onvoldoende heeft onderbouwd.

Grief 5 is gericht tegen de aanname van de kantonrechter dat de stuw (hof: bij de [straatnaam 2] ) werd gehouden ter hoogte van het streefpeil 7,40+ NAP.

Met grief 6 wordt betoogd dat de kantonrechter ten onrechte de hoofdfunctie van de stuw relevant acht.

Met zijn zevende grief voert [appellant] aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat [appellant] zijn stelling dat er al op 25 augustus 2010 bij het Waterschap is geklaagd, niet heeft onderbouwd.

De achtste en de negende grief zijn gericht tegen de afwijzing van de vorderingen van [appellant] en de veroordeling van hem in de proceskosten en behoeven geen zelfstandige bespreking.

3.4.1.

[appellant] heeft ter toelichting op zijn grieven, kort samengevat, het volgende aangevoerd. De zomer van 2010 was een erg natte zomer. Het Waterschap heeft toen onvoldoende gemaaid, waardoor de afvoercapaciteit werd beperkt. Op 25 augustus 2010 ontving het Waterschap klachten over het waterpeil in de [waterweg] . Vanaf die datum viel hevige neerslag. Het perceel van [appellant] is onder water komen te staan. De door [appellant] ingeschakelde register taxateur [register taxateur] (hierna: “ [register taxateur] ”) heeft op 18 november 2010 omtrent de schade, de schadeoorzaak en de schadeomvang een expertiserapport opgesteld en op 14 november 2011 een afrondend rapport. Volgens...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT