Uitspraak Nº KG ZA 17-894. Rechtbank Amsterdam, 2017-10-19

Datum uitspraak:19 oktober 2017
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/633513 / KG ZA 17-894 CB/MV

Vonnis in kort geding van 19 oktober 2017

in de zaak van

de naamloze vennootschap

MAZDA MOTOR LOGISTICS EUROPE N.V.,

gevestigd te Brussel (België),

eiseres bij gelijkluidende dagvaardingen van 7 en 9 augustus 2017,

advocaat mr. W.B.J. van Overbeek te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] ,

gevestigd te [plaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. M.G. Jansen te Haarlem.

Partijen zullen hierna Mazda, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden genoemd. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden samen ook [gedaagden gezamenlijk] (in enkelvoud) genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 4 oktober 2017 heeft Mazda gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagden gezamenlijk] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.

Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Mazda: [naam 1] met mr. Van Overbeek;

aan de zijde van [gedaagden gezamenlijk] : [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] met mr. Jansen.
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten
2.1.

In oktober 2008 heeft Mazda met [gedaagde sub 1] en met [gedaagde sub 2] een Mazda dealerovereenkomst en een Mazda erkend reparateurovereenkomst gesloten. In artikel 1 van bijlage 5C bij de dealerovereenkomst is een aantal verplichtingen opgenomen voor de dealer die gelden na afloop van de dealerovereenkomst. Deze verplichtingen houden onder meer in het staken van het gebruik van de merken van Mazda (artikel 1 onder e) en het zich onthouden van (rechts)handelingen die erop kunnen duiden dat de dealer nog een erkend Mazdadealer is (artikel 1 onder f). In artikel 1.6 van de reparateurovereenkomst is – kort gezegd – opgenomen dat een reparateur geen nieuwe Mazda’s mag tentoonstellen en (op eigen naam) mag verkopen. In artikel 1 van bijlage 6A bij de reparateurovereenkomst is een aantal verplichtingen opgenomen voor de reparateur die gelden na afloop van de reparateurovereenkomst. Deze verplichtingen houden onder meer in het zich onthouden van (rechts)handelingen die erop kunnen duiden dat de reparateur nog een erkend Mazdareparateur is (artikel 1 onder d) en het zich blijven houden aan artikel 1.6 van de overeenkomst (artikel 1 onder e).

2.2.

Bij brieven van 22 en 23 oktober 2013 heeft Mazda de onder 2.1 genoemde overeenkomsten opgezegd per 1 november 2015. Tegelijkertijd heeft Mazda de intentie uitgesproken na die datum met [gedaagden gezamenlijk] nieuwe overeenkomsten aan te gaan. Bij brief van 20 juni 2014 heeft Mazda haar eerder uitgesproken intentie ingetrokken.

2.3.

Medio 2015 is tussen partijen een geschil ontstaan over de vraag of opzegging van de overeenkomsten rechtsgeldig was. [gedaagden gezamenlijk] heeft hierover een kort geding aanhangig gemaakt, dat echter niet heeft plaatsgevonden omdat partijen op 8 maart 2016 een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten. In deze overeenkomst is onder meer bepaald dat de dealerovereenkomst en de reparateurovereenkomst definitief eindigen op 31 maart 2016, maar dat de reparateurovereenkomst per 1 april 2016 wordt opgevolgd door een nieuwe reparateurovereenkomst die met een proefperiode van één jaar zou eindigen op 1 april 2017. Blijkens artikel 2.1 van de vaststellingsovereenkomst is deze proefperiode opgenomen om – kort gezegd – te voorkomen dat [gedaagden gezamenlijk] nieuwe Mazda’s zou verkopen. Blijkens artikel 2.4 van de vaststellingsovereenkomst is een Mazda-voertuig niet nieuw indien er meer dan 500 kilometer mee is gereden en dit voertuig ten minste twee maanden is geregistreerd. Blijkens artikel 2.5 van de vaststellingsovereenkomst is het [gedaagden gezamenlijk] wel toegestaan om op basis van een ondertekende volmacht als aankoopagent van een eindgebruiker op te treden en in diens opdracht en in diens naam een nieuwe Mazda aan te kopen bij een erkende Mazdadealer. Op grond van artikel 2.6 van de vaststellings-overeenkomst diende [gedaagden gezamenlijk] alle “Mazda sales identificatiemiddelen” te verwijderen en diende zij het gebruik van de Mazda woord- en beeldmerken in relatie tot de sales-activiteiten te staken en gestaakt te houden.

2.4.

Omdat [gedaagden gezamenlijk] volgens Mazda toch nieuwe voertuigen te koop aanbood en in strijd met de afspraken Mazda “identificatiematerialen” gebruikte, heeft Mazda bij brief van 6 juli 2016 de nieuwe reparateurovereenkomst met onmiddellijke ingang ontbonden. Dit betekent onder meer, aldus de brief van 6 juli 2016, dat [gedaagden gezamenlijk] alle bebording en promotiematerialen die verwijzen naar het Mazda-reparateurschap met onmiddellijke ingang dient te verwijderen. Bij confraternele brief van 14 juli 2016 heeft de toenmalige raadsman van [gedaagden gezamenlijk] bezwaar gemaakt tegen de ontbinding van de overeenkomst. Nadien is over de afwikkeling van de relatie tussen partijen gecorrespondeerd (zie hiervoor producties 6 tot en met 9 bij dagvaarding).

3 Het geschil
3.1.

Mazda vordert – kort gezegd – [gedaagden gezamenlijk] te veroordelen:
1. om elk gebruik van het Mazda beeldmerk (logo) te staken en gestaakt te houden;
2. om elk gebruik van het Mazda woordmerk te staken en gestaakt te houden, tenzij dit gebeurt op een wijze die geen bijzondere of commerciële band met Mazda suggereert, dus in andere kleuren/lettertypes dan gebruikelijk binnen de Mazda-organisatie;
3. de aan- en verkoop van nieuwe Mazda-voertuigen te...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT