Uitspraak Nº NL16.3700 & 16.3699. Rechtbank Den Haag, 2017-01-23

Datum uitspraak:2017/01/23
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL 16.3700 (beroep)

NL 16.3699 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter van 23 januari 2017 in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] , van Iraakse nationaliteit,

eiser, verzoeker,

hierna te noemen eiser,

(gemachtigde: mr. B.J.P.M. Ficq, advocaat te Haarlem),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

verweerder,

(gemachtigde: mr. W. Vrooman, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Procesverloop

Bij besluit van 4 december 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Voorts is de ongewenstverklaring opgeheven en wordt aan eiser een inreisverbod voor de duur van tien jaar opgelegd op grond van artikel 66a Vreemdelingenwet 2000 (Vw) juncto artikel 6.5a, vijfde lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzoekt verweerder te verbieden hem uit te zetten tot vier weken nadat de rechtbank op het beroep heeft beslist.

Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is als getuige verschenen [naam getuige] .

Overwegingen

1. De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten.

1.1

Op 29 oktober 2006 heeft eiser voor het eerst asiel aangevraagd in Nederland. Op 2 mei 2007 is de asielaanvraag van eiser afgewezen, maar is hem een reguliere verblijfsvergunning “verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling” verleend van 29 oktober 2006 tot 29 oktober 2007.

1.2

Op 21 september 2007 heeft eiser verzocht om een verlenging van de verblijfsvergunning regulier, welke hem is verleend met een geldigheid van 29 oktober 2007 tot 29 oktober 2008. Op 24 november 2008 heeft eiser wederom verzocht om een verlenging. Dit verzoek is bij beschikking van 4 september 2009 afgewezen. Het hiertegen gemaakte bezwaar is op 24 november 2009 ongegrond verklaard. Op 20 mei 2010 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, het beroep tegen de beschikking van 24 november 2009 ongegrond verklaard (AWB 09/46860).

1.3

Bij beschikking van 11 juni 2010 is eiser ongewenst vreemdeling verklaard. Het uitreiken van de beschikking aan eiser bleek niet mogelijk, waarop deze op 26 augustus 2010 aan de toenmalige advocaat is uitgereikt en de ongewenstverklaring op 30 augustus 2010 in de Staatscourant is gepubliceerd.

1.4

Op 27 augustus 2010 heeft eiser tegen de ongewenstverklaring bezwaar gemaakt op nader aan te voeren gronden. Aan eiser is een termijn van twee weken verleend voor de aanvulling van de gronden. De termijn is op 17 september 2010 ongebruikt verstreken. Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Assen, van 27 oktober 2010 is het verzoek van eiser om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard (AWB 10/30216). Bij beschikking van 5 november 2010 heeft verweerder het bezwaar tegen de ongewenstverklaring niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 7 juni 2011 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, het beroep tegen deze beschikking ongegrond verklaard (AWB 10/41713).

1.5

Op 24 augustus 2011 is eiser vrijwillig teruggekeerd naar Irak. Eiser is naar eigen zeggen in september 2015 begonnen met zijn reis naar Nederland. Eiser heeft zich vervolgens gemeld in Ter Apel en is daarop gedetineerd. Op 30 november 2015 heeft eiser diens onderhavige asielaanvraag ingediend.

2. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn aanvraag het volgende aangevoerd. Eiser is afkomstig uit Irak, is Koerd en homoseksueel. Sinds zijn terugkeer naar Irak is eiser politieagent geworden in [plaats] en werkte met twee andere bewakers. Hij had met één van de bewakers, [naam 1] , vanaf november 2013 een relatie. De relatie was geheim. Op een gegeven moment zijn ze door de nachtinspectie op hun werk betrapt. Vervolgens heeft eiser Irak verlaten. Hij vreest bij terugkeer naar zijn land van herkomst gevangenisstraf en te worden gedood door de familie van [naam 1] .

3. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder j, Vw. Daarbij heeft verweerder de volgende elementen als relevant aangemerkt:
- de nationaliteit, identiteit en herkomst van eiser;
- de seksuele gerichtheid van eiser;
- de betrapping op zijn werk.
Eiser wordt gevolgd in zijn nationaliteit, identiteit en herkomst. De overige elementen worden niet geloofwaardig geacht.

3.1

Eiser heeft volgens verweerder niet eenduidig verklaard op welk moment het hem duidelijk werd dat hij homoseksuele gevoelens heeft en op welk moment hij heeft geaccepteerd dat hij homoseksueel is, zeker mede gezien de situatie van homoseksuelen in Koerdistan/Irak nu dit voor hem op persoonlijk en maatschappelijk vlak grote gevolgen zou kunnen hebben. Voorts wordt overwogen dat de verklaringen van eiser op belangrijke onderdelen ontwijkend of vaag zijn. Eiser heeft derhalve geen inzicht gegeven in hoe lang het proces bij hem heeft geduurd om te komen van bewustwording tot zelfacceptatie. Dat eiser in Nederland ook een vriendin heeft gehad terwijl hij al heel lang wist dat hij geen behoefte had aan contact met meisjes, wordt zeer opmerkelijk geacht. Dat dit een onderdeel zou zijn van zijn coming out wordt in dit geval niet aannemelijk geacht. Daarnaast wordt overwogen dat niet valt in te zien waarom eiser tijdens zijn eerdere verblijf in Nederland niet al naar voren heeft gebracht dat hij homoseksueel is. Eiser wist hoe er binnen de Iraakse/moslim gemeenschap over homoseksualiteit wordt gedacht, hij is na het overlijden van zijn ouders zelf door een streng religieuze oom opgevoed en hij heeft er vanwege zijn culturele achtergrond en angst bijna nooit over gesproken, maar hij, volgens zijn eigen verklaringen, in Nederland zijn homoseksuele geaardheid heeft leren accepteren. Gelet hierop is het zeer bevreemdingwekkend dat eiser in 2011 vrijwillig naar Irak is teruggekeerd met de wetenschap dat hij homoseksueel is en dit (in het geheim) zou gaan praktiseren en dat hij geen aanvraag voor verblijf op deze grond heeft gedaan. De omstandigheid dat eiser pas na terugkeer in Nederland een opvolgende asielaanvraag heeft ingediend vanwege zijn gestelde seksuele gerichtheid, doet daarom verder afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van zijn relaas is verder van belang dat eiser over zijn gestelde relatie(s) in Nederland ontwijkend, vaag en summier heeft verklaard. Dat eiser, die van 2006 tot 2011 in Nederland heeft verbleven en zich toen al bewust was van zijn homoseksuele oriëntatie, nooit eerder van een LHBT-organisatie heeft gehoord, wordt zeer opmerkelijk geacht en dit versterkt de ongeloofwaardigheid van het door eiser gestelde eens te meer. Van iemand die stelt homoseksueel te zijn mag worden verwacht dat hij zich verdiept in de rechten van homoseksuelen in het land waar hij de bescherming van inroept. Ten slotte wordt nog overwogen dat het bevreemding wekt dat eiser, die stelt zijn geaardheid geaccepteerd te hebben, er ook in Nederland niet openlijk voor uit komt. Nu is geoordeeld dat het niet geloofwaardig is dat eiser homoseksueel is, bestaat reeds hierom twijfel aan de geloofwaardigheid van de betrapping van eiser met [naam 1] tijdens zijn werk als politieagent. Mede gezien de omstandigheid dat eiser weet had van hoe de Koerdische maatschappij over het algemeen over homoseksualiteit denkt, laat staan over een homoseksuele relatie waarbij twee mannen dan worden betrapt, en de omstandigheid dat eiser weet heeft van de strafbaarstelling van homoseksualiteit in de KAR, wordt overwogen dat niet geloofwaardig wordt geacht dat eiser en zijn partner zich dan op gestelde wijze hebben laten betrappen.

3.2

Verweerder heeft voorts vastgesteld dat betrokkene op ernstige gronden een gevaar voor de openbare orde vormt. Gelet hierop heeft verweerder aan eiser een termijn voor vrijwillig vertrek onthouden en hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van tien jaar, een en ander op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder c, Vw, artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder c, Vw, artikel 66a, vierde lid, Vw en artikel 6.5a, vijfde lid, Vb.

4. Eiser voert allereerst aan dat alles wat bij de zienswijze is ingebracht als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

4.1

De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit gemotiveerd is ingegaan op hetgeen eiser in zijn zienswijze heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT