Uitspraak Nº NL17.15372. Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-24

Datum uitspraak:24 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: NL17.15372

Vonnis van 24 juli 2020

in de zaak van

de stichting
[eiseres],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eiseres, hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat F. Eikelboom,

tegen

1 [verweerder sub 1] ,
wonende in [woonplaats] ,
verweerder, hierna te noemen: [verweerder sub 1] ,
advocaat J. van Berk te Nijmegen,
2. [verweerster sub 2] ,
wonende in [woonplaats] ,
verweerster, hierna te noemen: [verweerster sub 2] ,
advocaat G. van den Brink te Montfoort,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerster sub 3] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
verweerster, hierna te noemen: [verweerster sub 3] ,
advocaat J. van Berk te Nijmegen,
4. de Europese vennootschap
[verweerster sub 4] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] (Panama),
verweerster, hierna te noemen: [verweerster sub 4] ,

niet verschenen,

hierna samen te noemen: verweerders.

1 De procedure
1.1.

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen van partijen:

- de procesinleiding

- het verweerschrift tevens incidentele vordering tot onbevoegdheid en tot niet-ontvankelijkheid, van [verweerder sub 1] en [verweerster sub 3]

- het verweerschrift van [verweerster sub 2]

- het verweerschrift van [eiseres] op de incidentele vordering.

1.2.

Daarna is op 6 juli 2018 een vonnis op de incidentele vordering tot onbevoegdheid gewezen. Vervolgens zijn de volgende stukken ingediend:

- de akte wijziging van eis van [eiseres]

- de akte uitlating producties tevens akte overlegging producties tevens houdende akte reactie op bewijsaanbiedingen van [eiseres]

- de akte van depot van [eiseres] .

1.3.

Op 14 maart 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Tijdens de zitting hebben de advocaten van partijen gebruik gemaakt van spreekaantekeningen. Van wat er op zitting is gebeurd en besproken is een verslag (proces-verbaal) gemaakt. Dat verslag hoort (net als de spreekaantekeningen) ook bij de stukken van de zaak. Partijen hebben na de zitting geprobeerd om een schikking te bereiken. Dat is niet gelukt.

1.4.

Na de mondelinge behandeling zijn de volgende stukken ingediend:

- de antwoordakte akte wijziging van eis van [verweerster sub 2]

- de antwoordakte akte uitlating producties tevens akte overlegging producties tevens houdende akte reactie op bewijsaanbiedingen van [verweerster sub 2]

- de akte van goede procesorde, tevens houdende antwoordakte 1) eiswijziging, 2) uitlating producties, 3) overlegging producties en 4) reactie op bewijsaanbiedingen van [verweerder sub 1] en [verweerster sub 3] .

1.5.

Ten slotte hebben partijen aan de rechtbank gevraagd om vonnis te wijzen.

2 De beoordeling

Wat is er aan de hand?

2.1.

[verweerder sub 1] is opgegroeid binnen de ‘ [naam ] ’, een internationale, christelijke, geloofsgemeenschap. De officiële naam van de [naam ] is de [geloofsgemeenschap 1] ( [geloofsgemeenschap 1] ). [verweerder sub 1] hield zich binnen de geloofsgemeenschap bezig met de financiële zaken. Hij was, samen met twee andere leden van de [naam ] , bestuurder van [eiseres] . Deze stichting is aandeelhouder van tal van internationale bedrijven van de [naam ] .

2.2.

Volgens [eiseres] heeft [verweerder sub 1] zijn positie als “financieel topman” en het vertrouwen dat hij bij de uitoefening van zijn functie genoot, misbruikt om zichzelf, zijn vriendin [verweerster sub 2] , en zijn ondernemingen [verweerster sub 3] en [verweerster sub 4] te verrijken met vele miljoenen euro’s. Dit alles met als doel om [verweerster sub 2] (die hij had leren kennen toen hij haar had ingehuurd als escort) voor zich te kunnen winnen en een zodanig grote ‘pot met geld’ op te bouwen dat het financieel mogelijk zou zijn om te breken met zowel de geloofsgemeenschap als met zijn echtgenote, en samen met [verweerster sub 2] buiten de geloofsgemeenschap een nieuw leven op te bouwen. Dit plan is ontstaan in het voorjaar van 2015. Het misbruik maken van zijn positie vond met name plaats vanaf dat moment en kende volgens [eiseres] vele verschijningsvormen: eenvoudige, zoals het opnemen en achteroverdrukken van cash en het dubbel declareren van reiskosten, maar ook complexe, zoals het goochelen met cessies en het afsluiten van leningen met onzakelijke voorwaarden. In de loop van 2015 heeft [verweerder sub 1] besloten dat hij eind januari 2016 zou breken met de geloofsgemeenschap. Dat heeft hij ook gedaan en al snel daarna is aan het licht gekomen dat hij veel geld heeft weggesluisd naar zichzelf, [verweerster sub 2] en zijn twee ondernemingen, aldus steeds [eiseres] .

2.3.

[eiseres] heeft in 2016 aangifte gedaan. [verweerder sub 1] en [verweerster sub 2] zijn beiden meerdere keren verhoord door de FIOD en [eiseres] verwijst in deze procedure veelvuldig naar de processen-verbaal die van deze verhoren zijn opgemaakt. Tegen alle verweerders in deze procedure is een strafrechtelijke procedure gestart en [eiseres] heeft zich in die procedure als benadeelde partij gevoegd. Het OM heeft strafvorderlijk conservatoir beslag gelegd op verschillende bankrekeningen. De daarop aanwezige saldi zijn overgemaakt op de rekening van het Bureau Ontnemingen Openbaar Ministerie.

2.4.

[eiseres] beoogt met deze civiele procedure te worden hersteld in de toestand waarin zij zich zonder handelen van verweerders zou hebben bevonden. Daarvoor heeft zij, na wijziging van eis, 25 vorderingen ingesteld. Een overzicht van deze vorderingen is te vinden in de bijlage bij dit vonnis. Tegen deze vorderingen is door [verweerder sub 1] , [verweerster sub 3] en [verweerster sub 2] verweer gevoerd. [verweerster sub 4] heeft geen verweer gevoerd; tegen haar is verstek verleend.

2.5.

[verweerster sub 2] heeft verzocht de procedure in afwachting van de uitkomst van de strafzaak aan te houden. Het civielrechtelijke oordeel hangt volgens haar namelijk samen met het strafrechtelijke oordeel. Dit verzoek wordt afgewezen. De uitkomst in de strafzaak is niet van doorslaggevend belang voor de uitkomst van onderhavige civielrechtelijke zaak. De civielrechtelijke beoordeling is namelijk een andere dan de strafrechtelijke beoordeling. Het feit dat [eiseres] zich in de strafzaak ook als benadeelde partij heeft gemeld, leidt niet tot een andere conclusie. Wel is het zo dat een partij niet twee keer hetzelfde (bedrag) van dezelfde wederpartij toegewezen kan krijgen.

Wat is de uitspraak van de rechtbank?

2.6.

De rechtbank zal de vorderingen voor zover deze zijn ingesteld tegen [verweerster sub 4] bij verstek toewijzen, op twee na. De vorderingen tegen [verweerder sub 1] , [verweerster sub 3] en [verweerster sub 2] zullen ook grotendeels worden toegewezen. Dit wordt hierna toegelicht.

De toelichting

Leeswijzer

2.7.

Eerst zal in r.o. 2.9 het bezwaar tegen de akte eiswijziging en de (kort gezegd) akte uitlating producties worden besproken. In r.o. 2.11 zal iets worden gezegd over de stelplicht ten aanzien van het toepasselijke recht. In r.o. 2.12 zal worden ingegaan op de verstekverlening tegen [verweerster sub 4] en de gevolgen daarvan. Daarna zullen de vorderingen tegen de andere verweerders worden besproken. Daarbij zullen in r.o. 2.13 eerst de twee formele verweren die zijn opgeworpen worden besproken; namelijk 1) het beroep op niet-ontvankelijkheid vanwege het ontbreken van rechtsgeldige cessies en 2) het beroep op het nemo-auditur, althans het in pari delicto-beginsel. Vervolgens zal in r.o. 2.14 inhoudelijk worden ingegaan op de vorderingen, de grondslagen daarvan en de verweren daarop, inclusief de daarbij behorende feiten. In r.o. 2.15 zal het eigen schuld-verweer worden besproken. Ten slotte bevat r.o. 2.17 de beslissing op de proceskosten. Voordat aan dit alles wordt toegekomen, zal in r.o. 2.8 een korte toelichting worden gegeven op de vennootschappen die in deze zaak een rol spelen, hun bestuurders en hoe zij met elkaar in verband staan.

De vennootschappen die een rol spelen in deze zaak

2.8.

De vennootschappen die in deze zaak een rol spelen zijn de volgende.

  1. [eiseres] . [verweerder sub 1] was (mede-)bestuurder van [eiseres] .

  2. [verweerster sub 3] . [verweerder sub 1] is enig aandeelhouder en bestuurder van [verweerster sub 3] .

  3. [onderneming] (hierna: [onderneming] ), een Cypriotische vennootschap. [onderneming] is, net als [eiseres] , gelieerd aan [geloofsgemeenschap 1] . [verweerder sub 1] was bestuurder van [onderneming] .

  4. [verweerster sub 4] (hierna: [verweerster sub 4] ). Deze Panamese stichting is opgericht door [verweerder sub 1] . [verweerder sub 1] is de UBO (ultimate beneficial owner, ofwel uiteindelijk belanghebbende) van deze stichting.

  5. [holding] Holding AG (hierna: [holding] ), een Zwitserse vennootschap. [holding] is 100% dochter van [eiseres] . De heer [A] (verder: [A] ) is bestuurder van [holding] . [verweerder sub 1] had een volmacht van zijn medebestuurders bij [eiseres] om [holding] te instrueren.

  6. [dochteronderneming 1] (hierna: [dochteronderneming 1] ), een Cypriotische vennootschap. [dochteronderneming 1] is een dochteronderneming van [holding] . De bestuurder van [dochteronderneming 1] was [verweerder sub 1] .

  7. [vennootschap 2] L.L.C. (hierna: [vennootschap 2] ), een vennootschap opgericht naar het recht van de Verenigde Arabische Emiraten. Bestuurder van [vennootschap 2] is de heer [B] . [verweerder sub 1] had een volmacht om [vennootschap 2] te vertegenwoordigen. Onder die volmacht viel ook het gebruik van een creditcard.

  8. [stichting 1] ( [stichting 1] ), een Bermudaanse stichting. [verweerder sub 1] was ‘member of the council’ van [stichting 1] en de enige die instructies gaf aan de trustee van [stichting 1] ( [stichting 2] , hierna...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT