Uitspraak Nº NL22.16606. Rechtbank Den Haag, 2022-10-27

ECLIECLI:NL:RBDHA:2022:11539
Docket NumberNL22.16606
Date27 Octubre 2022
CourtRechtbank Den Haag (Neederland)
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.16606


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 24 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft niet bestreden dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.

2. Verweerder heeft in het bestreden besluit gemotiveerd gereageerd op de door eiser in de zienswijze geuite bezwaren tegen zijn overdracht aan Duitsland. Daarbij is terecht overwogen dat, met het claimakkoord, de aanname bestaat dat de Duitse autoriteiten het asielverzoek van eiser zullen behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Er moet dan ook vanuit worden gegaan dat Duitsland eiser niet in strijd met artikel 3 van het EVRM1 en artikel 4 van het Handvest2 zal uitzetten naar Polen, om vervolgens via Wit-Rusland naar Jemen te worden teruggestuurd. Eiser heeft dit in beroep niet gemotiveerd betwist.

3. Voor zover eiser stelt dat zijn rechten in Duitsland (zullen) worden geschonden, geldt dat verweerder er terecht op heeft gewezen dat eiser daarover eerst in Duitsland dient te klagen. Dat eiser geen asielgehoor heeft gehad in Duitsland leidt niet tot een ander oordeel. Eiser heeft immers zelf verklaard dat hij niet de intentie had om in Duitsland te blijven en daar asiel aan te vragen. Eiser wilde naar Nederland komen.

4. Gelet op het voorgaande heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien voor toepassing van artikel 17 van de Dublinverordening.3

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT