Uitspraak Nº UTR 15/1886. Rechtbank Midden-Nederland, 2015-11-19

Datum uitspraak:2015/11/19
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 15/1886

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 november 2015 in de zaak tussen

[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] h.o.d.n. [eiseres A] -Feestartikelen V.O.F, gevestigd te Almere, eisers A, en

de firma [eiser 4] , De Zevenklapper, Autodemontagebedrijf “De Nieuwe Haven B.V.”, allen gevestigd te Hilversum, eisers B,
gezamenlijk te noemen: eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, verweerder

(gemachtigden: mr. G.J.M. Heuft en mr. P.G. Schulten).

Procesverloop

Bij besluit van 27 oktober 2014 heeft verweerder het Aanwijzingsbesluit inzake Verbod consumentenvuurwerk te bezigen (het Aanwijzingsbesluit), genomen.

Eisers hebben bezwaar gemaakt. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter verzocht hangende bezwaar een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 19 december 2014 het Aanwijzingsbesluit geschorst.

Bij besluit van 26 februari 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers A ongegrond verklaard. Verder heeft verweerder het door eisers B gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Eisers hebben beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2015. Namens eisers zijn verschenen [eiser 1] en [eiser 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Het Aanwijzingsbesluit heeft betrekking op een deel van het centrum van Hilversum, concreter gezegd het gebied dat wordt begrensd door de Groest (de straat zelf ligt in het gebied) en het Langgewenst (de straat zelf ligt buiten het gebied) aan de westzijde, de Schapenkamp (de straat zelf ligt buiten het gebied) aan de oostzijde, de Prins Bernhardstraat (de straat zelf ligt buiten het gebied) aan de zuidzijde en de Stationsstraat (de straat zelf ligt buiten het gebied) aan de noordzijde, waarbij moet worden opgemerkt dat het gebied ten oosten van het Langgewenst een punt in het gebied vormt dat dan weer ten noorden van de Stationsstraat ligt. De grenzen van het aangewezen gebied zijn weergegeven op de bij het Aanwijzingsbesluit behorende kaart. Verweerder heeft bij het bestreden besluit de Monseigneur van de Weteringstraat uit het Aanwijzingsgebied verwijderd.

2. Verweerder heeft de bezwaren van eisers B niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze bedrijven op (zeer) ruime afstand zijn gevestigd van het aangewezen gebied, zodat zij geen bijzonder individueel belang hebben bij het Aanwijzingsbesluit.

3. Volgens eisers B zijn hun bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Zij stellen wel belanghebbende bij het Aanwijzingsbesluit te zijn, omdat ook zij hiervan (financieel) nadeel zullen ondervinden. Zij wijzen erop dat de bewoners van het aangewezen gebied als gevolg van het verbod geen vuurwerk meer zullen gaan kopen, zodat ook zij, juist nu zij ieder een specifiek assortiment van vuurwerk aanbieden, dit zullen merken bij de verkoop van vuurwerk. Ook hebben eisers B erop gewezen dat niet iedere consument vuurwerk zal kopen bij een aanbieder op korte afstand van zijn woning, maar bijvoorbeeld ook bij een aanbieder die op de route ligt als hij vanuit zijn werk of een andere bestemming naar huis rijdt.

4. Op grond van artikel 7:1: eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan uitsluitend een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken. Onder belanghebbende wordt in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Meer in het bijzonder gaat het daarbij om een voldoende objectief bepaalbaar, eigen, persoonlijk belang, dat hem of haar in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het betreffende besluit. De rechtbank verwijst hiervoor naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), zoals de uitspraak van 9 maart 2005 (ECLI:NL:RVS:2005:AS9248).
5. Anders dan verweerder heeft gesteld, ligt in de enkele omstandigheid dat de vestigingen van eisers B op (ruime) afstand van het aangewezen gebied gevestigd zijn, niet op voorhand besloten dat zij geen belanghebbenden kunnen zijn bij het Aanwijzingsbesluit. De rechtbank acht het aannemelijk dat het aanbod van vuurwerk bij de diverse aanbieders in Hilversum varieert, zodat de consument in Hilversum zich niet per sé tot één aanbieder zal wenden voor de aanschaf van vuurwerk, maar gebruik zal maken van de diverse aanbieders, verspreid over de stad. Daarnaast is aannemelijk dat de consument niet alleen vuurwerk zal aanschaffen bij een aanbieder op korte afstand van zijn woning, maar ook elders in de stad. Handhaving van het afsteekverbod zou er derhalve toe kunnen leiden dat er minder vuurwerk wordt gekocht. Van het Aanwijzingsbesluit kan dan ook voor de diverse aanbieders van vuurwerk in de gemeente Hilversum, zoals eisers B, een omzet beïnvloedende werking uitgaan. Dit betekent dat deze bedrijven, ondanks de afstand van hun vestigingen tot het aangewezen gebied, een rechtstreeks betrokken belang hebben bij het Aanwijzingsbesluit. Verweerder heeft eisers B dan ook ten onrechte niet als belanghebbende aangemerkt en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT