Variawet hoger onderwijs
Wet van 7 april 2021 tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een verbeterde regeling voor diverse onderwerpen op het terrein van het hoger onderwijs en de studiefinanciering (Variawet hoger onderwijs)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een aantal onderwerpen op het terrein van het hoger onderwijs en de studiefinanciering beter te regelen; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
WIJZIGING VAN DE WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK.
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt als volgt gewijzigd:AOnder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van artikel 1.1, worden drie onderdelen toegevoegd, luidende: dd. premaster:
mogelijkheid om tekortkomingen weg te nemen in verband met het niet voldoen aan de toelatingseisen als bedoeld in artikel 7.30e; ee. Verordening (EU) nr. 1178/2011:
Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 311); ff. Verordening (EU) 2015/340:
Verordening (EU) 2015/340 van de Commissie van 20 februari 2015 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot vergunningen en certificaten van luchtverkeersleiders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 805/2011 van de Commissie (PbEU L63). BArtikel 2.9 wordt als volgt gewijzigd:1. De laatste zin van het eerste lid komt te luiden:
Van niet doelmatige aanwending van de rijksbijdrage is in ieder geval sprake, voorzover bedragen daaruit worden aangewend voor het uitvoeren van de procedure voor erkenning van verworven competenties of het op enigerlei wijze compenseren van studenten of extraneï voor collegegeld, examengeldcursusgeld, de bijdrage bedoeld in artikel 7.50, tweede lid, of voor de vergoeding verschuldigd aan de opleidingsorganisatie, bedoeld in Verordening (EU) nr. 1178/2011, tenzij sprake is van een financiële ondersteuning als bedoeld in de artikelen 7.50, derde lid, of 7.51 tot en met 7.51k. 2. Lid 1a vervalt. CArtikel 2.11 komt te luiden:
Indien na goedkeuring van Onze Minister, bedoeld in artikel 7.8a, tweede lid, een associate degree-opleiding gedeeltelijk wordt uitgevoerd door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, kan het instellingsbestuur in verband daarmee een deel van de rijksbijdrage overdragen aan die instelling. DIn artikel 6.14, tweede lid, wordt «artikel 7.4a, vijfde lid, eerste volzin,» vervangen door «7.5c, eerste lid,». EIn artikel 7.1, derde lid, wordt, onder vernummering van onderdelen a, b en c tot b, c en d, een onderdeel ingevoegd, luidende: a. artikel 7.42b; FIn artikel 7.3d, eerste lid, wordt «7.4a, derde en achtste lid, 7.4b, vierde lid,» vervangen door «7.5a, onderdeel a, 7.5b, eerste lid, onderdeel a, 7.5d, onderdeel a,». GOnder vernummering van artikel 7.3h tot artikel 7.3j, worden na artikel 7.3g de volgende artikelen ingevoegd:
h. Opleidingen tot piloot of luchtverkeersleider.
-
Een instelling voor hoger onderwijs kan in samenwerking met een opleidingsorganisatie als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1178/2011 een bacheloropleiding of een afstudeerrichting in het hoger beroepsonderwijs op het gebied van de luchtvaart verzorgen waarvan de opleidingsorganisatie het gedeelte verzorgt dat opleidt tot het beroep van piloot. 2. Een instelling voor hoger onderwijs kan in samenwerking met een opleidingsorganisatie als bedoeld in Verordening (EU) 2015/340 een bacheloropleiding of een afstudeerrichting in het hoger beroepsonderwijs op het gebied van de luchtvaart verzorgen waarvan de opleidingsorganisatie het gedeelte verzorgt dat opleidt tot het beroep van luchtverkeersleider. 3. Een instelling voor hoger onderwijs kan uitsluitend een bacheloropleiding of een afstudeerrichting in samenwerking met een opleidingsorganisatie verzorgen, indien het instellingsbestuur met de opleidingsorganisatie een overeenkomst heeft afgesloten. 4. De overeenkomst bevat in elk geval: a. afspraken over de inhoud van het gedeelte van de bacheloropleiding of afstudeerrichting dat wordt verzorgd door de opleidingsorganisatie; en b. de verplichting voor de opleidingsorganisatie tot: 1°. het verlenen van medewerking aan activiteiten van het accreditatieorgaan op grond van hoofdstuk 5; en 2°. het laten deelnemen van studenten die hiervoor door het instellingsbestuur zijn geselecteerd aan het gedeelte van de bacheloropleiding of afstudeerrichting dat wordt verzorgd door de opleidingsorganisatie. 5. De propedeutische fase, de afstudeerfase en het afsluitend examen worden in ieder geval verzorgd door de instelling voor hoger onderwijs. 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden vastgesteld ter uitvoering van dit artikel.
i. Selectie voor een opleiding of afstudeerrichting gericht op het beroep van piloot of luchtverkeersleider.
-
Indien een instellingsbestuur een opleiding of afstudeerrichting als bedoeld in artikel 7.3h aanbiedt, selecteert het instellingsbestuur daarvoor studenten die naar het oordeel van de opleidingsorganisatie geschikt zijn voor het desbetreffende onderwijs. 2. Het instellingsbestuur stelt regels vast met betrekking tot de selectieprocedure. HDe artikelen 7.4 tot en met 7.4b worden vervangen door zes nieuwe artikelen, luidende:
-
De studielast van elke opleiding en elke onderwijseenheid wordt door het instellingsbestuur uitgedrukt in studiepunten. De studielast voor een studiejaar bedraagt 60 studiepunten. 60 studiepunten is gelijk aan 1.680 uren studie. 2. Een opleiding wordt zodanig ingericht dat een student in staat is het aantal studiepunten te behalen waarop de studielast voor een studiejaar gebaseerd is.
-
Onverminderd de artikelen 7.5a tot en met 7.5d bedraagt de studielast van: a. een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs 180 studiepunten; b. een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs 60 studiepunten; c. een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs 240 studiepunten; d. een masteropleiding in het hoger beroepsonderwijs 60 studiepunten; en e. een associate degree-opleiding 120 studiepunten. 2. Met inachtneming van het eerste lid bepaalt het instellingsbestuur de jaarlijkse studielast van deeltijdopleidingen.
a. Bijzondere studielast van opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs.
De studielast van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs:a. tot leraar voor de periode van voorbereidend hoger onderwijs in vakken van voortgezet onderwijs bedraagt ten minste 60 studiepunten en ten hoogste 120 studiepunten. Het instellingsbestuur bepaalt binnen die bandbreedte de studielast van de opleiding; b. voor het beroep van wijsgeer van een bepaald wetenschapsgebied bedraagt 120 studiepunten; c. voor het beroep van arts, dierenarts, apotheker, tandarts en klinisch technoloog bedraagt 180 studiepunten; en d. geneeskunde, klinisch onderzoeker bedraagt 240 studiepunten.
b. Bijzondere studielast van opleidingen in het hoger beroepsonderwijs.
-
De studielast van een masteropleiding in het hoger beroepsonderwijs: a. op het gebied van de kunst bedraagt een door het instellingsbestuur te bepalen studielast van ten minste 60 studiepunten en ten hoogste 120 studiepunten; b. tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in algemene vakken bedraagt 90 studiepunten; c. tot advanced nurse practitioner bedraagt 120 studiepunten; d. tot physician assistant bedraagt 150 studiepunten; en e. op het gebied van de bouwkunst bedraagt 240 studiepunten. 2. De studielast van een versneld traject als bedoeld in artikel 7.9a, eerste lid, bedraagt 180 studiepunten.
c. Studielast van door Onze Minister aangewezen opleidingen.
-
Onze Minister kan op aanvraag bacheloropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs aanwijzen, waarvan de studielast meer dan 180 studiepunten, maar ten hoogste 240 studiepunten bedraagt. In het besluit op de aanvraag bepaalt Onze Minister de studielast van de opleiding. 2. Onze Minister kan op aanvraag masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs aanwijzen, waarvan de studielast 120 studiepunten bedraagt. 3. Onze Minister kan op aanvraag...
Om verder te lezen
Begin GratisOntgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten
Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen
Transformeer je juridische onderzoek met vLex
-
Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform
-
Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten
-
Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden
-
Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden
-
Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren
-
Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten